Wonen kan anders, heel anders

Bespreking van het boek: 'Daar woon ik! Hier wonen wij.'

Het Berlijnse Spreefeld*

De samenleving verandert. Haar diversiteit in leefstijlen, woonvormen en gebruik van voorzieningen verandert. Toch lijkt bij de inrichting van onze steden en de bouw van woningen, hier nog moeilijk inhoud aan gegeven te kunnen worden. Eenvormigheid is vaak sneller en goedkoper te bouwen en kan ook zonder veeleisende toekomstige bewoners worden gerealiseerd. In het boek ‘Daar woon ik! Hier wonen wij.’ laat Peter Camp zien dat het anders moet en ook anders kan.

Wonen is maatwerk

De maat van alle dingen
– zo die al bestaat –
is de juiste nabijheid,
inclusief de geboden afstand
van wat mét ons
en tégen ons is,
niet in enige afgebakende ruimte,
niet in een vermoede
of gevreesde confrontatie,
maar in het begrip
van de buigzame,
weerbare,
slijtbare
tussenruimte.

Albert Bontridder, Vlaamse architect en dichter, 2012

In het boek ‘Daar woon ik! Hier wonen wij’ beschrijft Peter Camp een keur aan woon- en leefvormen. In een tijd van steeds meer verscheidenheid in leefstijlen ontstaan nieuwe behoeften en eisen aan wonen: hoe wil je je leven vorm geven, hoe combineer je voldoende ruimte voor jezelf en eventueel je gezin met samen zijn, samen leven, samen wonen? Wil je alle voorzieningen voor jezelf, wil je die ook delen?
Het zijn vragen die ten grondslag liggen aan dit boek van Peter Camp. Camp studeerde organisatiesociologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, heeft een eigen consultancybureau en was lang verbonden aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Camp is ook auteur van talrijke boeken. Zijn fascinatie voor moderne architectuur en nieuwe woonvormen liggen ten grondslag aan dit veelzijdige boekwerk.
Momenteel is Camp initiatiefnemer van een CPO-project in Arnhem.

Eerste en tweede thuisgevoel. ©️ bureau SLA

De samenleving verandert, en snel

In het boek signaleert Camp een stijgende belangstelling van gezinnen in steden naar andere, ‘slimmere’, woonvormen. Het gaat daarbij om oude en nieuwe binnenstedelijke centra. Hoogbouw is daarbij geen taboe, mits gezinsvriendelijk in haar opzet. Daarvan laat het boek een aantal mooie voorbeelden zien. Ook is het delen van voorzieningen een pijler onder nieuwe woonvormen; moeten we immers alles zelf hebben? Niet in de laatste plaats is er behoefte aan buurtgemeenschappen, de hechting in de directe woonomgeving.
Het boek telt maar liefst 60 voorbeelden uit Nederland en België, waarbij Den Haag een belangrijke rol speelt maar waarvan de voorbeelden universeel zijn toe te passen. Ook maakt het boek uitstapjes naar Berlijn, Japan en Zweden.

Dat de samenleving snel verandert laat het boek op andere wijze dan bedoeld zien: waar het boek nog een stijgende belangstelling voor wonen in de steden ziet, lijken inmiddels ook omgekeerde trends zichtbaar. De woonkosten in de stad drijven vooral gezinnen weer naar randgemeenten, en zelfs woonlocaties op grote afstand van de Randstad. Steden als Ede kunnen de vraag naar woonruimte voor mensen uit de Randstad amper bijhouden.

De huidige situatie rondom het virus heeft sommigen een ongemakkelijk gevoel voor wonen in de stad bezorgd: het 24/7 digitaal volgen van personen, de beperkte persoonlijke ruimte en dus privacy, de aanwezigheid van talloze bewakingscamera’s en de snelle confrontaties tussen mensen in de dichtbebouwde steden benauwt. Steden als Amsterdam en Berlijn hebben voor het eerst een kleine krimp van het aantal inwoners gemeld.
Daarmee verliest het boek geenszins haar relevantie. Juist op de in het boek gesignaleerde trends in woonvormen lijkt met de huidige crisis juist in een hogere versnelling te komen: een loskomen van globale beschikbaarheid van producten en diensten, van overheidsvoorzieningen, van voortdurend op een eigen ‘eiland’ te leven naar meer lokaal inkopen, samen produceren van voedsel, ontkoppelen van de technische grid. Autonomie, soms zelfs autarkie, lijken nieuwe trends.
In welke mate zij zullen doorzetten en welke invloed de huidige crisis hierop zal uitoefen, laat zich echter moeilijk voorspellen.

Gemeenschappelijke ruimtes liggen aan de trap naar boven. ©️ De Warren

Sociaal-architectonische maakbaarheid

Rode draad en basisveronderstelling in het boek is de sociale maakbaarheid. Door een juiste vormgeving van gebouwen en inbedding in de omliggende ruimte moeten sociale waarden inhoud krijgen. Inclusiviteit, diversiteit, community-ontwikkeling, geborgenheid zijn zulke zachte waarden die door harde architectuur en gebiedsvorming inhoud moeten worden gegeven. Deze veronderstelling ligt ook ten grondslag aan veel sloop- en herbouwprojecten in sociaal zwakke buurten, in de hoop dat een verstoorde sociale structuur kan worden hersteld. Dat blijkt in de praktijk nog niet zo eenvoudig. Het boek laat toch mooie en hoopgevende voorbeelden zien die voorbijgaan aan de grote stedelijke visies waardoor wijken als de Bijlmermeer zijn ontstaan, een uniforme visie op een betere mensheid die in enkele decennia al weer achterhaald bleek. Camp kiest met zijn voorbeelden voor kleinschalige locatiegebonden ingrepen waardoor de slagingskans zal toenemen. Geen één uniforme visie, maar een caleidoscoop aan micro-visies.

Inbreien in de stedelijke context

Het boek bespreekt aan breed scala een micro-visies op wonen en leven in de stad. Camp laat zien dat ook in gestapelde bouw, zeg maar hoogbouw, mogelijkheden zijn om ontmoeting te faciliteren. Waar de huidige eenheidshoogbouw vooral privacy en een zo kort mogelijke weg naar de straat bevordert, spreekt Camp van ‘verticale dorpen’ waarbij op tussenverdiepingen gemeenschapsruimten worden gecreëerd waar kinderen veilig kunnen spelen en ‘buurtbewoners’ even kunnen neerstrijken voor een praatje. Wanneer dit model overigens op grotere schaal wordt toegepast zal de interactie met de straat afnemen en kan er een naar binnen gekeerd stadsleven ontstaan.
Met de term ‘buurtversnellers’ biedt het boek juist ook aansprekende voorbeelden om enkelvoudige bouwprojecten met de omliggende buurt te verbinden. Zo worden buurtvoorzieningen in een bouwproject ingepast waarmee een vloeibare verbinding ontstaat tussen het project en haar sociale omgeving. Ook zie je daarbij semi-openbare ruimten in de plint, bijvoorbeeld voor werkruimten voor creatieve ondernemers of ateliers voor kunstenaars.

Planningsessie bewoners ©️

Zijn micro-projecten elitair?

Het kan niet ontkend worden dat het in een collectief vormgeven van je eigen woning en woonomgeving veel kennis, vaardigheid tot samenwerken en een lange adem vergt. Het volbrengen van zo’n complexe opgave zal toch vooral voorbehouden zijn aan de beter opgeleide middengroepen. Groepen die overigens voor steden behouden moeten worden, omdat die uit de steden dreigen te worden verdreven door kindonvriendelijke buurten, hoge woonlasten en een woningaanbod dat niet aansluit bij de grote diversiteit aan wensen en woonvormen.

Na het lezen van het boek rest de vraag op welke manier deze denkwijze ook de laagbetaalden en anders opgeleiden tot voordeel kan strekken. In steden als Berlijn waar veel micro-projecten zijn gerealiseerd, zijn weliswaar goede bedoelingen ingebakken, maar hebben geen oplossing geboden voor de massa aan minder gefortuneerden, in termen van geld, opleiding en kennis, die vooralsnog moeten leven in de tot de horizon strekkende woonkazernes.
Het is te hopen dat zo snel mogelijk de samenleving uit haar huidige virale klem kan komen omdat een gezonde gemeenschapsvorming niet zonder onbevangen omgang met elkaar in een normale nabijheid kan functioneren.

Voor wie geïnspireerd wil worden door de veelvormigheid van wonen, is dit boek een aanrader, rijk geïllustreerd en voorzien van maatschappelijke context, waardoor het boek geen zakelijke opsomming van architectonische dromen is geworden.

Dit artikel is voor lezers van onze Urban Updates ook als PDF-document beschikbaar.

Meer over Peter Camp: Cohousing Arnhem

Download boek: https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/9352854/1/RIS297331_Bijlage

Gratis hardcopies kunnen worden aangevraagd bij pieneke.hamers@denhaag.nl
ZOLANG DE VOORRAAD STREKT, OP=OP

*alle fotorechten voorbehouden aan uitgever boek