We zullen het zelf moeten doen

Het geloof in 'de markt' is rotsvast. Maar het systeem is op zijn retour.

Beeldende weergave van de werking van kapitaal in het nieuwe Museum des Kapitalismus in Berlijn.

Zei Karl Marx het al niet medio 19e eeuw: kapitalisme leidt na een aantal decennia van groei en welvaart tot ophoping (accumulatie) van kapitaal bij een kleine minderheid, totdat voor de rest te weinig overblijft om de economie draaiend te houden.
Recentelijk sloot de Franse econoom Thomas Piketty zich hierbij aan, zij het in andere woorden (korte uitleg).
In Nederland schreef onlangs de historicus Bas van Bavel van de Universiteit van Utrecht een alarmerend artikel in de NRC naar aanleiding van zijn jarenlange studie waarin hij stelt: ‘de markteconomie is cyclisch, het is over zijn hoogtepunt heen en het zal de samenleving (wederom) in grote sociale en economische chaos storten.’
Is er een uitweg? Jawel. Een hele aantrekkelijke. Burgers moeten zelf de regie ter hand nemen. En een beetje snel graag.

Wat is er aan de hand?
Veel landen kennen een economisch systeem waarbij er sprake is van ‘vrije’ ruil van goederen en diensten. De belangrijkste zijn arbeid, grondstoffen en kapitaal. Men spreekt van de ‘vrije markt’. Prijzen variëren met vraag en aanbod. Zover de markteconomie.
Sinds de val van de Berlijnse Muur geraakte ‘het westen’ in euforische stemming: de vrije markt economieën hadden ‘gewonnen’ van dat vermaledijde oostblok en vooral van Rusland. Het rotsvaste vertrouwen nam religieuze vormen aan. Naast het systeem, ontstond er ook een ideologische saus: het neo-liberalisme. Een geloof dat een zo vrij mogelijke en geglobaliseerde markt, de wereld vrij en welvarend zou maken. Overheden met hun interventies, zouden daarop verstorend werken. Dus ontstond, aangejaagd uit de VS en het Verenigd Koninkrijk een ongekende privatiseringsgolf van Europese overheidsbedrijven, van loodswezen, gezondheidszorg, tot openbaar vervoer, omroep, energie etc.

Protestacties in Berlijn.

Kapitaalophoping. Is dat erg?
Na aanvankelijke welvaartsgroei na de 2e Wereldoorlog, begon in de VS reeds in de ’60-er jaren en later in Europa in de ’90-er jaren, de welvaartsgroei af te remmen en zelfs geheel tot stilstand te komen.
Terwijl momenteel 1% van de bevolking over 40% van het kapitaal beschikt, moet die andere 99% het rooien met die 60%. En deze tendens zet sterk door. Als kapitaal zich ophoopt bij een kleine groep (1%), onttrekt die groep besteedbaar inkomen aan de groep van 99%. De rijk geworden groep, vaak met de verkoop van succesvolle producten en diensten, krijgt steeds meer moeite om zijn goederen te slijten, mensen (consumenten) hebben immers steeds minder te besteden. De kleine rijke groep heeft zoveel, dat zij het niet meer aan gewone goederen en diensten kunnen uitgeven. Het geld gaat naar economisch weinig zinvolle activiteiten: het kopen van eilanden, speculeren met vastgoed en op de beurs. Deze bestedingen leiden niet tot werkgelegenheid, maar wel tot prijsopdrijving zoals van wonen.
Overheden, die het van belastingen moeten hebben, zien hun noodzakelijke inkomsten dalen. Belastingen worden immers grotendeels opgebracht door de (nu krimpende) middengroepen. Die middengroepen kunnen, net zoals de overheden, alleen via lenen (schuldencreatie) het hoofd boven water houden. De rente maakt de geldverstrekkers nog rijker, en diegenen die lenen, armer.
Is dit nieuw? Nee, zegt onderzoeker van Bavel: ‘ik heb markteconomieën sinds de 11 eeuw bestudeerd en het blijkt dat deze steeds een vergelijkbaar cyclisch patroon volgt.’ Van Bavel doet in zijn boek voorspellingen voor de huidige westerse economieën. En die zijn niet om vrolijk van te worden.

Hoe draai je deze trend om?
Van Bavel gelooft niet dat het systeem zichzelf kan corrigeren. ‘Dat is nog nooit gebeurd.’
Moeten we dan toezien hoe het systeem geleidelijk door haar hoeven zakt? Nee, stelt Van Bavel. De burger moet zelf in actie komen. Van de overheid, die onderdeel van datzelfde systeem is geworden, mag niet te veel veranderend gedrag worden verwacht. De zo noodzakelijke overheveling van kapitaal van ‘de 1%’ naar ‘de 99%’ ziet hij er niet van komen. Particuliere organisaties moeten nu in actie komen. Neem de apotheker die nu zelf een medicijn maakt, tegen een fractie van de (schandalige hoog opgedreven) kosten die de farmaceutische industrie in rekening brengt. Of het AMC in Amsterdam die hetzelfde doet.
Maar zijn er veel andere inspirerende voorbeelden van burgers en organisaties die niet meer wachten ‘op het systeem of de overheid’ en zelf een nieuwe weg zoeken. Soms daarbij de regels van het huidige inzakkende systeem overtredend.
Burgers die met eigen lokale valuta het ‘kapitaal’ in de eigen regio willen houden. Zelf hun energie duurzaam willen opwekken. Zelf een beter onderwijs voor hun kinderen organiseren. Wonen in collectieve vorm mogelijk maken en bereikbaar voor alle inkomensgroepen. Groepen die vastgoed voor maatschappelijke doeleinden claimen. Het kan. Het moet.

We moeten het zelf doen
Het lijkt onafwendbaar dat een terugtredende overheid, verpakt in de verhullende term ‘participatiemaatschappij’, steeds minder maatschappelijke taken kan vervullen, waardoor haar rol voor openbare orde en veiligheid steeds meer de overhand krijgt.
Terwijl de burger steeds meer zelf moet doen, is een relatief steeds groter deel van de overheid bezig ‘toezicht te houden’ op diezelfde burger (Sleepwet). De spanningen die dat oplevert worden steeds meer merkbaar. Het sociale contract tussen burger en overheid lijkt te verbrokkelen. De burger trekt zijn eigen spoor, met een toenemend risico de overheid als ordehandhaver op zijn pad te vinden. De grote onvrede die manifest is geworden in vrijwel alle ontwikkelde economieën uit zich in steeds radicalere politieke keuzen en sociale instabiliteit. Als antwoord beperkt de overheid steeds meer de invloed van de burger (Referendum). Uit zelfbescherming.
De overheid doet er verstandig aan haar bakens tijdig te verzetten en de burger niet te frustreren in de aan haar opgedrongen taak om voor zichzelf en voor zijn omgeving (sociaal en fysiek) te zorgen.
Alleen ruimte geven aan burgers die hun verantwoordelijkheid nemen en zelf een taak in een functionerende gemeenschap oppakken kan een wederzijds vertrouwen wellicht nog ten goede komen. Anders rest onze samenlevingen een reeks van conflicten tussen groepen van burgers en ‘hun’ overheid.

Onder de trailer van de hoopvolle film: ‘Tomorrow’.