17 november 2019

Waarom broedplaatsen blijven of verdwijnen.

Buurtfeest in het Arnhemse Coehoornpark.

Broedplaatsen zijn de zuurstof van de wijk vindt de een. Ze zijn een sta-in-de-weg van een ‘normale’ gebiedsontwikkeling vindt de ander. Ryan van der Knaap, student aan de Universiteit van Utrecht, deed onderzoek naar de waarde van deze plekken en hun kansen op een permanente toekomst.

Waardevol of waardeloos?

In een recent onderzoek van Ryan van der Knaap (Universiteit van Utrecht) lijkt een aantal ruimtelijke initiatieven, meestal generiek broedplaatsen genoemd, toch een meer permanent karakter te verwerven. De intrigerende vraag is dan, waarom het ene initiatief na ommekomst van een bepaalde periode verdwijnt, en een ander initiatief kan blijven. Van der Knaap ziet belangrijke factoren die de kans op een blijvende toekomst vergroten: buurt- of stadsoverstijgende impact, financieel sluitende businesscase en politiek draagvlak. Zo worden Art City (NDSM) in Amsterdam, Vechtclub-XL in Utrecht en Coehoorn Centraal in Arnhem als politiek invloedrijk beschouwd.

Vechtclub XL in Utrecht mogelijk onderdeel gebiedsontwikkeling. (Foto: Van der Knaap / Vechtclub XL)

Het lijkt weer business-as-usual. Geld lijkt onbeperkt en kosteloos voorhanden, de vraag naar woningen is groot en de economie kookt over.
Anders dan in andere tijden van economische voorspoed is er ook paniek op de kapitaalmarkt. Waar levert kapitaal nog rendement op? Kunnen pensioenfondsen hun miljarden nog belegd krijgen en verdere kortingen voorkomen? We schreven hier uitgebreid over in onze serie ‘Kapitalisering van de woningmarkt‘.

In dit marktgeweld van de druk om te bouwen en de druk om kapitaal rendementdragend te stallen, leggen de in crisistijd zo bejubelde broedplaatsen en ‘hippe plekken’ het loodje. Of toch niet? 

Of toch niet?

In een recent onderzoek van Ryan van der Knaap (Universiteit van Utrecht) lijkt een aantal ruimtelijke initiatieven, meestal generiek broedplaatsengenoemd, toch een meer permanent karakter te verwerven. De intrigerende vraag is dan, waarom het ene initiatief na ommekomst van een bepaalde periode verdwijnt, en een ander initiatief kan blijven. Van der Knaap ziet belangrijke factoren die de kans op een blijvende toekomst vergroten: buurt- of stadsoverstijgende impact, financieel sluitende businesscase en politiek draagvlak. Zo worden Art City (NDSM) in Amsterdam, Vechtclub-XL in Utrecht en Coehoorn Centraal in Arnhem als politiek invloedrijk beschouwd.

De Honigfabriek in Nijmegen zal grotendeels plaatsmaken voor woningbouw.

De voormalig directeur (van Art City) heeft een open brief gestuurd naar de krant om aandacht te vragen voor het behoud van de NDSM-werf waar de creatieve broedplaats Art City is gevestigd en dit gebied te onthouden van woningbouwontwikkeling. Dit is opgepakt door de gemeenteraad en onder andere door deze brief vindt er de komende tien jaar geen ontwikkeling plaats op de NDSM-werf. 


Een soortgelijke situatie deed zich voor bij Coehoorn Centraal in Arnhem. Na veel discussie met verschillende afdelingen van de gemeente Arnhem besloten de initiatiefnemers van Coehoorn Centraal te stoppen met de creatieve broedplaats. Toen het bericht online ging dat Coehoorn Centraal stopte, is vanuit de gemeenteraad een motie ingediend die de opdracht gaf de mogelijkheid tot behoud van de creatieve broedplaats te onderzoeken. Deze motie zorgde ervoor dat de initiatiefnemers van Coehoorn Centraal door te gaan en is er zelfs in samenwerking met de gemeente een gebiedsvisie opgesteld voor de toekomst van het gebied waarin Coehoorn Centraal is gevestigd‘, aldus Van der Knaap in zijn onderzoek.

Waarde telt

Uit het onderzoek blijkt ook dat naast politieke invloed financiële en economische waarde een rol speelt bij de overlevingskansen van een broedplaats.

Van der Knaap: ‘Wat ook met de financiële haalbaarheid te maken heeft is het type ondernemers. In de ‘Attract’* broedplaatsen zijn de werknemers en de organisatie van de broedplaats zelf vooral gericht op de groei van de creatieve ondernemers en kunstenaars. Dit zorgt voor een waarde op het gebied van werkgelegenheid en commercieel succes van de creatieve ondernemers.
Zo zitten er in de broedplaats ‘Art City’ meer dan 250 creatieve ondernemers en kunstenaars, en worden er bij De Vechtclub XL meerdere evenementen georganiseerd die zich richten op de kennisuitwisseling, groei en professionalisering van de ondernemers. Ook Coehoorn Centraal, de ‘Attract’ broedplaats uit Arnhem richt zich hierop. Coehoorn Centraal is hiernaast belangrijk voor afgestudeerden van de hogescholen uit Arnhem. Coehoorn Centraal biedt een mogelijkheid om te starten als ondernemer.

NDSM in Amsterdam heeft zich ontwikkeld tot een veelzijdige creatieve werkplaats en cultuurlokatie.
Ze hebben in ieder geval de raad bespeeld. Bespeeld klinkt negatief, maar ze wisten op de goede momenten de goede dingen ook politiek te doen.
Ambtenaar over invloed

Het zal niemand verbazen dat artistieke broedplaatsen minder kans maken op een permanente plek. Omdat waarde toch vooral in geld en financieel rendement wordt uitgedrukt, zijn gemeenten minder geneigd om kunstenaars een definitieve plek te gunnen.

 

Zo stelt Van der Kamp over kunstwerkplaats Krux in Amsterdam: ‘Vanwege de afwezigheid van evenementen was er weinig contact met bijvoorbeeld de buurt of de stad. Er werden wel workshops gegeven maar dit was op kleine schaal en niet gericht op de buurt. Ook was er verder geen horeca aanwezig. Door deze zaken bleef Krux als creatieve broedplaats naar binnen gericht, terwijl de kunstenaars van Krux zelf wel gericht waren op commercieel succes en groei. Krux kan door een beperkt uitstralingseffect voor de stad gezien worden als een creatieve broedplaats van het type ‘Interact’

 

En over de Arnhemse kunstwerkplaats KW37: ‘KW37 richtte zich met kleinschalige evenementen vooral op de directe leefomgeving. Vanwege de schaal van deze evenementen bleef het uitstralingseffect vooral beperkt tot de buurt.

Kunstwerkplaats KW37 in Arnhem, hier nog op de oude lokatie.

De factor financiële haalbaarheid kan de invloed van de factor politiek draagvlak op het behoud van de broedplaats versterken of verzwakken. Dit is te zien in Arnhem, waarbij de beide broedplaatsen goede connecties hebben binnen de gemeenteraad en dus invloed hebben op de factor politiek draagvlak. Coehoorn Centraal heeft door de kenmerken van het type ‘Attract’ echter een grotere waarde voor de stad dan KW37 als type ‘Interact’ en een sluitende businesscase door de evenementen die hiernaast zorgen voor een grotere waarde voor de stad. Dit resulteerde in het behoud van Coehoorn Centraal op dezelfde plek, en de verhuizing van KW37 naar een ander gebied.