Voetjevrijen met actieve burgers

Hoe overheden stelselmatig hopen dat burgerinitiatieven zich koest houden

Protest tegen verdringing in de vorm van adviezen hoe te handelen.

We zijn inmiddels honderden studies, burgertoppen en wijkavonden verder. Maar het lijkt erop dat de overheden er niet in slagen burgerinitiatieven een structurele plaats te geven in hun dagelijkse beleid. Er wordt geapplaudisseerd, persmomentjes met bestuurders geregeld in de buurttuin, een hand gegeven aan een vrijwillige zorgverlener. Maar nog geen gemeente heeft beleid gemaakt van burgerinitiatieven. Als de dood dat zij zijn voor een ‘macht’ buiten de stadhuismuren. Maar hoe lang gaat dat nog goed?

Gratis maar niet voor niets
Burgerinitiatieven zijn al zeker 5 jaar thema in vele stad- en gemeentehuizen, tijdens debatavonden en op congressen. Google geeft inmiddels op ‘burgerinitiatief’ 324.000 zoekresulaten. Alleen al het Nederlands taalgebied!
We praten en schrijven wat af over dit thema. We denken dat we daarmee vooruitgang boeken, dat burgerinitiatieven zich nu een geaccepteerde plek in onze maatschappelijke ordening hebben verworven. Maar is dat wel zo? De vele burgertoppen hebben nog geen enkel wettelijk kader opgeleverd voor burgerinitiatieven. Nederland kent geen social enterprises met een eigen wettelijk regiem. We hinken tussen een niet winstgedreven (vaak gesubsidieerde) stichting of een ‘echte’ private onderneming, die gaat voor de winst. Dat burgerinitiatieven, vooral de meer doorontwikkelde, juist een positie zoeken tussen beide uitersten, heeft in geen enkele gemeente tot een goede juridische regeling geleid.
We stellen ons tevreden met ‘blije burgers’ die hun buurt een ‘beetje mooier maken’, maar geen vragen stellen aan het systeem. Bovendien, veel van dit soort initiatieven is tijdelijk. De meesten haken na enige tijd uitgeblust af. En als het serieus wordt, moeten burgerinitiatiefnemers maar een businesscase ontwikkelen en een onderneming worden. Zoals het hoort op ‘de markt’.

Veelkoppig gedrocht
De meeste burgerinitiatieven hebben het inmiddels wel door: lokale overheden zijn vaak onnavolgbaar. Krijg je van de ene meedenkende ambtenaar een kleine subsidie toegekend voor een eerste aanzet, stuurt de andere ambtenaar je zonder nadenken een aanslag WOZ voor de huur van het lokale buurthuis, soms ook nog eigendom van diezelfde gemeente. Zo bracht een WOZ-aanslag van de gemeente Arnhem het voortbestaan van de veel bejubelde Skatehal Arnhem in gevaar. Een aanslag was voor de op vrijwilligers draaiende organisatie bijna de nekslag. Het gejubel was snel voorbij. Uiteindelijk werd een tijdelijke regeling getroffen waarbij de WOZ moest (wethouder: ‘Ik kan niet anders’) worden betaald, maar een andere afdeling een gelijk bedrag als subsidie verstrekte (‘jullie zijn zo’n tof initiatief’).
Inmiddels is er niets veranderd. De gemeente Arnhem zal een volgende WOZ-aanslag sturen en het probleem zal zich weer herhalen. Ook andere initiatieven in Arnhem die werken in gemeentelijk vastgoed zullen een paarse envelop ontvangen of hebben die al ontvangen. In plaats van het belonen van de initiatiefnemers door het te delen in de waardestijging van het pand of het gebied, doet de gemeente een letterlijke aanslag op de inspanningen van de burgerinitiatiefnemers. Met dank voor de inzet!

Waar blijft een wettelijk kader
De politiek bewijst nog steeds lippendienst aan dergelijke initiatieven. Ze laten zich zien op openbare feestjes en openingen, heffen het glas en alles blijft zoals het was. In al die jaren dat de burgerinitiatieven zich in Nederland hebben gemeld, is er nog geen gemeenteraad in Nederland die ook maar een begin van een wettelijk kader heeft ontwikkeld. Het electoraat dat je daarvoor beloont is immers klein, een groep zelfstandig denkende en handelende burgers, die zich (nog) niet laten identificeren met een bepaalde stroming. Geen eer aan te behalen, lijken zij te denken en blijven nu al meer van 5 jaar op hun handen zitten.
Als in Nederland de overheden burgerinitiatieven niet een keer serieus gaan nemen, verdwijnen ze of radicaliseren ze. Gemeenten moeten zich voorbereiden dat de komende jaren veel burgerinitiatieven, drijvend op de vele politieke en bestuurlijke schouderklopjes, ongemerkt, vermoeid, gedesillusioneerd en uitgeput, het bijltje er bij neer zullen gooien. Het harde werk is zonder sterke ondersteuning niet ‘eeuwig’ vol te houden. Een klein deel zal haar toevlucht zoeken in een meer activistische opstelling, mogelijk uitlopend in een geradicaliseerde vorm.

Omvallen of activistisch?
Gemeenten die burgerinitiatieven in hun keurslijf proberen te persen (u bent gewoon een onderneming en betaalt dus ‘gewoon’ een WOZ-aanslag) krijgen het nog zwaar. In steeds meer (internationale) steden vertegenwoordigen burgerinitiatieven een nieuwe macht. Als die blijvend worden genegeerd of gebruuskeerd, is het gevaar niet ondenkbaar dat zij zich samenvoegen met politieke avonturiers. Het is zaak dat de overheden tijdig inzien dat zij nu snel met de oprechte burgerinitiatieven zaken moeten gaan doen, voordat politieke schreeuwers dat doen. Een vorm van kapen door populistische partijen is niet ondenkbaar, zij identificeren zich sterk met de zich in de steek gelaten burger die zijn frustraties makkelijk laat exploiteren.
Een andere vorm van radicalisering kan zijn de ‘autonome radicalisering’. Een variant die veel in Berlijn voorkomt in de nooit verdwenen krakerscene. Hierbij gaan groepen samentrekken, zich in gedrag en presentatie onderscheiden en zich los maken van hun maatschappelijke context, waarbij de overheid op de grootst mogelijke afstand wordt gehouden. De actieve burger verandert dan in een activistische burger, waar het slecht mee overleggen is en eerder de ME langskomt, dan de wethouder. 

Ambtenaren moeten aan de bak
Te lang zijn ‚Burgertoppen‘ verward met ‚burgerinitiatieven‘. De energie en dynamiek zijn echter onvergelijkbaar. Ambtenaren en burgers hebben veel (verloren) tijd in allerlei varianten van burgertoppen gestoken. Veelal met een zeer teleurstellend resultaat. Zo eindigde een met veel inzet van 300 Arnhemse burgers en tientallen ambtenaren (op hun vrije zaterdag) georganiseerde burgertop in een debacle. Een ‘vervolgbijeenkomst’ werd geopend door de wethouder die aankondigde dat er tot zijn spijt geen geld was om tot enige substantiële invulling van de zo enthousiast bijeengebrachte ideeën te komen. Einde oefening.
Overheden lijken ‘vergeten’ te zijn dat zij meer zijn dan een uitvoerder van overheidsbeleid, en er primair voor zijn om de samenleving actief te ondersteunen om zich in een door haar gewenste richting te ontwikkelen. Democratie door doen, niet door nog meer praten en overleggen.
Het blokkeren van maatschappelijke energie met ‘zo zijn de regels nu eenmaal’, zal niet blijvend worden geaccepteerd. Daarvoor hebben veel burgers al te veel geïnvesteerd in hun initiatief om hun lokale overheid daarmee weg te laten komen. Al denken sommige ambtenaren nog van wel. Maar ze zullen door burgers worden uitgedaagd zich publiekelijk, via van overheid onafhankelijke online kanalen, te verantwoorden tegenover de gemeenschap.
Burgerinitiatieven zijn er om de overheid uit te dagen om te veranderen, zich te verantwoorden over hun gedrag en om uit hun veilige omgeving te treden. Met een opkomst van minder dan 50% bij de lokale verkiezingen, moet de lokale overheid zich afvragen hoe gelegitimeerd haar besluiten nog zijn.