Van wie is het land

Als steden weg racen van het peloton.

Strijp-S, onderdeel van een succesvolle doorstart van Eindhoven naar een innovatieve en sterke regio. ©️

In de ontwikkeling van Nederland lijkt, zoals ook internationaal, de focus te liggen op steden. Niet zomaar steden, maar de succesvolle steden. Steden als Utrecht, Rotterdam, Den Haag en Amsterdam worden steevast genoemd als succesvol, want groeiend. Met hun gezamenlijke bevolkingsaandeel van rond de 15% is de vraag, wat doen we met ‘de rest’?
Een pleidooi om een bredere kijk op ontwikkeling van een land.

Nieuwe tijden, nieuwe visies
Niets is zo veranderlijk als de mens en daarmee de omstandigheden die hij creëert. De samenleving verandert, soms met schokken, soms onmerkbaar. De visies op ruimtelijke ordening in ons land ondergaan dezelfde processen: perioden met gestroomlijnde visies, die onder tijdsdruk en strakke regie hun uitvoering vinden, wisselen af met lauwe periodes van pappen en nathouden of overlaten aan dat wat ons overkomt.
Zo heeft Nederland naam gemaakt met haar wederopbouwdenken: planmatig onder centrale rijksregie opbouwen en uitbouwen van onze steden. Daar paste geen fijnmazige verbetering van de historische binnensteden of de vooroorlogse woongordels bij. Pas in de ’70-er jaren, toen de binnensteden en hun woongordels steeds verder verpauperden, werd het tijd voor de periode van stadsvernieuwing. De bakkerszoon en oud PvdA-wethouder Jan Schaefer van Amsterdam maakte zich onsterfelijk met de woorden ‘in gelul kun je niet wonen’. En de bulldozers en sloopkogels gingen vervolgens door de sleets geworden wijken als Amsterdam-Oost en De Pijp. Goed wonen was, zo Schaefer, ook bedoeld voor de minder draagkrachtigen. In andere steden in Nederland ging het niet veel anders.

Een succesvolle stad verliest ook lokale ondernemers aan internationaal opererende ketens, zoals in Londen (foto). ©️

De Florida-periode
Met het denkwerk van Richard Florida kwam een nieuwe trend op gang: als steden nu maar zouden inzetten op ‘de creatieve klasse’ zou het vanzelf met de rest van de stad goed komen. Het accent zou in de toekomst liggen op kenniswerkers, ontmoeting en de mogelijkheden van (snel) internet. De levendige sfeer van een stad zou er door worden versterkt.
Zijn boek ‘The rise of the creative class‘ (2002) werd wereldwijd omarmd. Het was de tijd van opkomend gebruik van internet, de-industrialisatie en het besef dat vervuilende industrie niet in en rond een stad gewenst was. Er zou een tijd aanbreken van een mondiale, want via internet, arbeidsmarkt. Er zou een einde komen aan werkloosheid. Het was de tijd van ‘Newconomy’ van Maurice de Hond, een ongeremde nieuwe versie van het vooruitgangsgeloof.
Het was ook de tijd dat suburbanisatie, in Nederland aangeduid met decentralisatie van wonen, had geleid tot saaie satellietwijken, waar tussen de huisjes-met-tuin, niet zoveel spannends gebeurde. Verveling en (kleine) criminaliteit begonnen te overheersen. Ook bleek dat suburbanisatie tot een ongeremde groei van het autobezit en verkeer had geleid.
Met de komst van de ‘creatieve klasse’ zouden de binnensteden weer levendig worden. Als de culturele voorzieningen dan ook nog op orde waren, zouden de sleetse binnensteden weer aantrekkelijk worden om te wonen en werken. Bovendien sprak een wethouder stadsontwikkeling het beeld van levendige met terrasjes gevulde straten wel aan. Elke zichzelf respecterende stad ging aan de slag met ‘Florida’. De jacht op de ‘slimme en creatieve jonge ondernemer‘ was geboren.

Met het €866 miljoen kostende Elbphilharmonie in Hamburg moet cultuur een gelijke tred houden met de grote economische kracht van de stad. ©️

De post-Florida-periode
Nu 16 jaar later, worden ook de keerzijden zichtbaar. De kritiek zwelt aan. Ook Florida zelf moet toegeven, dat de steden geconfronteerd worden met onverwachte neveneffecten. Inmiddels gaat ook het collectief denken weer om. Liep eerst elke beleidsmaker met ‘Florida’ in zijn hand, nu vragen steeds meer mensen zich af ‘van wie is de stad?’
Floor Milikowski schreef onlangs het boek ‘Van wie is de stad? De strijd om Amsterdam.’ Ofschoon het boek de nu wel meest geparafraseerde en retorische vraag als titel draagt, omschrijft Floor de keerzijde van het ‘succes van Amsterdam’. Dat doet zij op een uitmate overtuigende wijze en laat daarbij veel (tegenstrijdige) meningen aan het woord.
De keerzijden zijn inmiddels bekend: de binnensteden zijn tot toeristenmagneten geworden en woonoorden voor hen die het kunnen betalen. De oude middenstand is vrijwel verdwenen en vervangen door (internationale) kleding- en foodketens. Alleen de talrijke horecagelegenheden zijn veelal nog in handen van lokale ondernemers. De gordel om de binnensteden zijn de plek geworden voor Florida’s creatieve klasse, die de binnenstad niet kunnen betalen, maar wel een kleine appartementje in de 19e-eeuwse wijken. Nu ook daar de prijzen exploderen, is het tijd voor de oorspronkelijke bewoners om hun koffers te pakken en zich uit de voeten te maken. In Amsterdam naar de Bijlmermeer, wat natuurlijk zo niet meer mag heten. Ook deze van stedenbouwkundig ideaal naar stedelijk afvoerputje vervallen wijk, maakt nu een opmerkelijke wederopstanding door.
Maar is dit nu allemaal ‘de schuld van Florida’?

De zakenwereld voelt zich thuis in gevarieerde, aantrekkelijke en cultureel ontwikkelde steden, zoals Londen (foto). ©️

De betrekkelijkheid van stedelijke visies
We dichten Florida wel heel veel invloed toe als we stellen dat de huidige verdringing van de minder draagkrachtige bevolking (gentrification), de ongremde explosies van de vastgoedprijzen en de disneyficering van onze grotere steden, in Nederland dan vooral Amsterdam, het gevolg zou zijn van zijn werk.
Het gemak waarmee hij nu weer collectief bij het oud vuil wordt gezet, geeft aan hoe relatief het denken is over stedelijke ontwikkeling en haar sociale processen. Dat Florida ook zelf meehelpt aan het relativeren van zijn vervlogen ideeën, door zijn nieuwe boek ‘The new urban crisis’, (commentaar Tracy Metz), getuigt van realiteitszin of het goed aanvoelen van weer een nieuwe trend.

Wij hollen van de ene visie naar de andere

En zo hollen wij van de ene visie naar de andere. Stedelijke beleidsmakers zoeken houvast, zeker in een tijd waarin vanuit de landelijke overheid geen geluid meer komt. Dan gaan visiemakers op goedbezochte congressen de regie overnemen.
De nadruk op de stad als economische motor werd nog versterkt met de inzichten van Benjamin Barber. Onder het mom van ‘Als burgemeesters de wereld bestuurden’ werd een beeld van de toekomst geschetst waarin de huidige problemen van milieu en economie makkelijker zouden kunnen worden opgelost als steden de leiding namen. Problemen die nationale overheden niet zouden kunnen oplossen. Geef de steden meer macht en geld en we lossen het op, zo luidde de boodschap van Barber. Maar hoe lost Amsterdam het veranderend klimaat op? En wat de gevolgen waren voor ‘de rest’ van het land, was hem minder tot zorg.
We kunnen nu aan het stemgedrag in steden respectievelijk in ‘de rest’ zien, hoe dat electoraal uitpakt, of je nu in Nederland, Duitsland, Verenigd Koninkrijk of de VS kijkt. De tolerante, multi-culturele, creatieve klasse viert de stad, loopt uit op de Canal Pride en waar ‘lgbtqia‘ een bekend begrip is. ‘De rest’ wacht in de brandende zon op de start van een lokale wielertoer of bloemencorso. Een karikatuur, zeker. Maar een feit is dat landen (en zelfs grote steden) economisch, sociaal en cultureel polariseren, met mogelijk grote gevolgen voor de interne sociale rust.

Signalen van een totaal ontspoorde huizenmarkt in Londen, dat inmiddels ook andere Europese steden zoals Amsterdam heeft bereikt. ©️

Neo-liberale broedplaats
Florida voorzag de trend (meestal is die al zichtbaar bij het ontwikkelen van de visie) naar de toenemende betekenis van kenniswerkers, en vooral het creatieve deel. Wat daaronder dan ook precies mag worden verstaan. Hij zag verlevendigende binnensteden, en een andere leefstijl van de nieuwe bewonersgroepen: meer single, meer multi-cultureel, meer buitenshuis werkend en levend. En dat zag hij toch goed.
Dat deze ontwikkeling parallel liep met de crisis van 2008, en het wereldwijde neo-liberale denken, is echter niet onbelangrijk.
De golf van neo-liberaal denken en handelen bracht een stijgend aantal zelfstandig werkenden met zich mee. Deze groep valt uiteen in drie groepen: lifestyle-werkers (voorkeur voor een zelfstandig bestaan), noodzaak-zzp-ers (geen baan meer), en ondernemers. Het zijn groepen die elkaar ook deels kunnen overlappen, maar in de kern wel een andere motivatie hebben om tot zelfstandig ondernemerschap te komen. In veel gevallen hebben zelfstandig werkenden behoefte aan contact, ze willen gezelschap. Ook is dit contact zakelijk gezien wenselijk: je komt mogelijk in contact met opdrachtgevers. En waar maak je een grotere kans op een opdracht: in de stad. Zo is de trek naar de steden deels hieruit verklaarbaar: zowel de middelgrote steden groeien, zij het licht, door een trek uit hun omgeving. En van de middelgrote steden vliegt weer een deel uit naar steden als Amsterdam.

Steden zijn broedplaatsen geworden naar neo-liberaal model

En zo komt toch een beetje een Amerikaanse vorm van arbeidsmarkt op gang: je zet je trailer daar neer waar je werkt kunt vinden. Je inschrijven in een stad hoeft niet eens in de VS. Je bent er wellicht volgend jaar al weer weg.
En zo zijn steden broedplaatsen geworden naar neo-liberaal model. Uitzonderingen daargelaten, verdienen veel ‘creatieven’ geen bakken met geld. Met de stijgende woonlasten zullen zij, naast de oorspronkelijk laagbetaalde inwoners, de volgende groep zijn die uit de stad zullen worden verdrongen. Zonder aanvullende maatregelen zal deze groep uiteindelijk uit het straatbeeld verdwijnen. Zo gaat het als de stad tot markt is geworden.
Die wel langer zullen blijven zijn diegenen die voor een vaste baan naar de (grote) stad zijn gegaan. Hun inkomen is meestal toereikend en stabiel om lang(er) in de stad te blijven wonen.

Met de toenemende kritiek op vliegen, worden snelle treinverbindingen steeds belangrijker. (foto Hamburg) ©️

Amsterdam en ‘de rest’
De overleden en zeer populaire burgemeester Eberhard van der Laan bepleitte inzet van Amsterdam voor andere steden in Nederland. Hij zag de afstand die groeide tussen Amsterdam en ‘de rest’. Zo zijn op zijn initiatief programma’s met een aantal regionale steden tot stand gekomen. Van der Laan realiseerde zich dat Amsterdam hoofdstad is van een land en dat dit naast voorrechten ook plichten met zich meebrengt. Immers in het verleden is veel rijksgeld naar de grote steden gegaan om hen uit de deplorabele toestand van de ’70-er en ’80-er jaren te halen. Weinigen in de successteden willen hier nog van horen.
Amsterdam viert terecht haar huidige successen. Niet eerder werd de stad als zo aantrekkelijk gezien. Niet eerder na WOII kwamen zovelen naar de stad, als inwoner of als toerist. De feestvreugde loopt soms uit op utopische vergezichten waarbij de stad al als miljoenenstad wordt gedroomd. Een heuse metropool. Voor sommigen beleidsmakers van de stad mag dat gerust ten koste van ‘de rest’, die andere 16,2 miljoen inwoners van Nederland. De erfenis van Eberhard lijkt alweer vergeten.

De erfenis van Eberhard lijkt alweer vergeten

De stad rekent zich rijk met Schiphol als mainport. Maar de kritische geluiden over de economische waarde van de luchthaven wordt steeds meer in twijfel getrokken. Al in 1995 verschenen de eerste kritische geluiden: ‘Schiphol mailport achterhaalde visie’, stelde vervoerseconoom Shenfield. Hij deed onderzoek bij het bureau Berkeley Hanover Consultants in Londen en kwam tot de conclusies dat de economische betekenis van Schiphol zwaar wordt overschat. De toen in discussie zijn 5e baan moest 30 miljard gulden (€14 miljard) kosten. Met het belastingvrije vliegen twijfelt niemand eraan, dat die baan nooit zal worden terugbetaald. Nog los van alle infrastructuur rondom Schiphol. Met de mogelijke opening van dependance Lelystad, wil Schiphol haar vakantievluchten afschuiven. De parels houdt zij zelf. En met Amsterdam als aandeelhouder van Schiphol komt dat ook de stad goed uit.
Nu Europa (en een groot deel van de wereld) zucht onder een ongekende hitte en droogte vreest iedereen nu wel dat harde ingrepen in milieubelastende activiteiten noodzakelijk zijn. De luchtvaart zal daar de gevolgen, ondanks haar harde verzet, een keer van gaan ondervinden.

In Berlijn is niet iedereen meer blij met de belangstelling van grote internationale bedrijven, die de huizenprijzen verder opdrijven. ©️

Ondertussen buiten Amsterdam 
Ontwikkelingen staan niet stil. In een aantal regio’s buiten deze stad gaan de ontwikkelingen snel. Zo heeft de regio Eindhoven zich ontwikkeld tot de snelstgroeiende regio van Nederland, boven Amsterdam. Bovendien weet deze regio creativiteit te koppelen aan innovatie, harde innovatie die omgezet wordt naar tastbare producten. Terwijl in Amsterdam creatieven werken aan de nieuwste ICT-toepassingen, zoals apps, de Zuidas vooral vaak (vage en vuige) diensten produceert, worden in Eindhoven de best verkochte chipmachines ter wereld gebouwd. DAF/VDL lanceerde onlangs haar eerste volledig elektrische vrachtwagen.
Ook de stad en regio Zwolle gaat het bijzonder voor de wind.

Amsterdam doet er goed aan vriendjes te blijven met de rest van Nederland.

Het Ruhrgebied maakt een lange en moeizame herstart door. De laatste kolenmijn sloot onlangs. Maar met een dichtbevolkte regio van ruim 5 miljoen inwoners betekent een ongekend potentieel voor steden als Eindhoven en de regio Arnhem/Nijmegen. Het enige wat de contacten met de oosterburen nog scheidt is de rampzalige kennis van de Duitse taal.
De trend naar meer hoogwaardige en snelle treinverbindingen zal diezelfde steden tot voordeel strekken. Arnhem is al een stad met een ICE-verbinding met het Ruhrgebied en Frankfurt, vliegveld en financiële hoofdstad van Europa.
Het kan verkeren. Trends komen en gaan.
Amsterdam doet er goed aan vriendjes te blijven met de rest van Nederland. Want haar burgemeester is, ondanks Benjamin Barber, nog steeds niet de baas van Nederland. Ook de rest van Nederland beslist over de toekomst van Amsterdam. Wellicht de mooiste stad van Nederland, maar zeker ook de stad met de meeste praatjes.

De aantrekkelijkheid van de binnenstad bepaalt mede de vestigingswaarde voor mens en bedrijf (foto Brussel). ©️

Deze content wordt beschermd door COPYSCAPE.