Van droom naar drama op Kanaleneiland

Hoe in beton gegoten idealen een beperkte houdbaarheid hebben.

Nieuw geluk met eigen auto en nieuwbouwflat in Utrecht.

Grootschalige woningbouwprojecten beginnen met idealen als zou de nieuwe wijk alle bestaande problemen oplossen.
De praktijk van de maakbaarheid is weerbarstig zo blijkt uit de tentoonstelling in het Centraal Museum in Utrecht. Wij lichten het voorbeeld van het Utrechtse Kanaleneiland uit. De tentoonstelling loopt nog tot 19 januari 2020.
> Meer informatie

Kanaleneiland: Een ontwerp werd steeds in spiegelbeeld doorgekopieerd.
Ronde vormen. Warme kleuren. Interieur anno 1960-1970
Terreur in de tram: hoe zou Kanaleneiland reageren?

Beluister ‘Dromen in beton’ op podcast.

Dromen in beton

Grootschalige bouwprojecten gaan immer vergezeld van idealistische vergezichten. Na realisatie worden alle huidige problemen opgelost en nieuwe perspectieven ontstaan. 

In het Centraal Museum van Utrecht loopt momenteel een uitgebreide tentoonstelling over twee grote stedelijke ingrepen in Utrecht: de bouw van het woongebied Kanaleneiland en de realisatie van het winkelparadijs Hoog Catharijne. Beide vol idealen, beiden vervallen van droom tot drama.

Wat waren die idealen en dromen en waarom konden beide projecten binnen enkele decennia in hun tegendeel uitpakken?
We richten ons in dit artikel hier op Kanaleneiland.

Rekenen met groei

Al in 1920 verwachtten de stedenbouwers van toen dat de stad zou toegroeien naar 450.000 inwoners. Nu in 2019, een eeuw na de verwachting, telt Utrecht ruim 350.000 inwoners. Ook nu rekent men met een groei tot 450.000 inwoners. Wanneer weet niemand. En gezien de geschiedenis misschien wel nooit.

Na de Tweede Wereldoorlog begon de planning weer opnieuw. In 1954 telde de stad 12.000 woningzoekenden, die voor een deel hun heil buiten de gemeentegrenzen had gezocht, of een oude treinwagon of caravan tot hun thuis hadden gemaakt. Het was de tijd dat de woningnood in een slag moest worden opgelost. Het plan Kanaleneiland rolde van de tekentafel. Een wijk bedoeld voor 30.000 inwoners, groter dan menig dorp. Gerekend werd met 600 auto’s voor de hele wijk: 1 auto op de 50 bewoners. Die norm zou snel niet realistisch blijken.

Lucht, licht en ruimte, weg van de benauwde binnenstedelijke bebouwing. Het was het credo is vrijwel alle westerse steden, zo ook in Utrecht. Er kwam riolering. Stortkokers om makkelijk van je afval af te komen. Het was nog de tijd dat de groenteboer met paard en wagen langskwam, de kooltjes in de kachel gloeiden.
Er kwamen woningen voor ‚onaangepaste‘ gezinnen. En zoals ook nu debat over de vraag of je die nu samen in een flat moest plaatsen of verspreiden door de wijk.

Het basisontwerp van Kanaleneiland was al niet ingewikkeld, maar het opschalen naar een wijk voor 30.000 bewoners was wat je nu copy/paste zou noemen. Om enige variatie te krijgen, werd bij het kopiëren het ontwerp gespiegeld. Dat men geloofde in een nieuwe tijd blijkt uit een gepande helihaven, een plek waar helicopters af en aan zouden vliegen als vorm van openbaar vervoer. Er zijn geen helicopters opgestegen en de helihaven kwam niet verder dan de tekentafel.

Andere tijden

Midden jaren 1960 braken andere tijden aan. De vaak verwaarloosde binnensteden die mensen naar de wijken van lucht, licht en ruimte dreef, kregen een herwaardering bij studenten en krakers. De verwaarloosde binnenstadswoningen waren goedkoop en vaak zonder traceerbare eigenaar. Nieuwe politieke partijen ontstonden zoals D66, de Provo-beweging, de flower power waaide over uit de VS. De jonge generatie liet zich niet meer naar de rechthoekige wijken verleiden, zij wilden leven in de binnenstad. Het slopen van oude panden werd steeds moeilijker. In steden als Amsterdam, Utrecht en Nijmegen werd kraken ingezet om sloop te verhinderen. De Club van Rome bracht in 1972 een alarmerend rapport uit over de relatie tussen de westerse consumptieve levensstijl en de belasting van milieu en natuurlijke hulpbronnen. Het rapport had als titel ‘Grenzen aan de groei’.

Al deze ontwikkelingen zouden steeds vaker grootschalige sloop en nieuwbouw, alsook ruim baan voor het autoverkeer in de binnensteden, ter discussie gaan stellen. Dat in Utrecht een gracht tot snelweg werd omgebouwd om nu weer als gracht een wederopstanding mee te maken, is zeker een late reactie op die veranderende tijden.

De weg naar beneden

In de jaren 1960 steeg de welvaart zo snel dat nieuwe wijken met eigen huis en tuin Kanaleneiland snel in de schaduw zette. De kansrijken zagen hun kans op verbetering en verhuisden, lege flats in Kanaleneiland achterlatend. Daarentegen trokken kansarmen naar de wijk. Daaronder waren veel buitenlandse gastarbeiders, die toen in aanzienlijke aantallen werden geworven, waaronder ook veel die weer zonder werk waren komen te zitten.

Van glimmende wijk, van lucht, licht en ruimte, werd Kanaleneiland in 2007 een Vogelaarwijk genoemd naar de onlangs overleden oud-minister van Wonen, wijken en integratie Ella Vogelaar. Drugs, intimidatie, geweld en vernielingen kregen de overhand. In veel gevallen konden deze wantoestanden vooral aan groepen jongeren worden toegeschreven. De problemen liepen zo erg uit de hand dat het Ministerie van Justitie het project lanceerde ‚Justitie in de buurt‘. Hiermee zat politie en justitie de veelplegers op de huid. De criminaliteit en overlast liepen hierdoor merkbaar terug. Toch schreef het AD nog in 2015 nog ‚Kanaleneiland en vooral Overvecht zorgenkindjes‘.

Groepen mixen

De wijk maakt weer een lichte opleving door nu naast huurwoningen ook koopwoningen andere bevolkingsgroepen naar Kanaleneiland trekt. Werkenden naast werkzoekenden. Kansrijken naast kansarmen. Het blijft altijd afwachten hoe zich dat mengt, of conflictvermijdend langs elkaar op leeft.

Op 18 maart jongstleden hield iedereen in gemengde wijken in Utrecht zijn hart vast. Een tram onderweg in Kanaleneiland werd plek van horror toen een 37-jarige inwoner van Utrecht met een Turkse achtergrond 3 mensen in de tram dood schoot. Er bleek sprake te zijn van een terroristisch motief.
Wat zou dat in Kanaleneiland doen? Zou deze terreurdaad de bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten?
De angst voor spanningen tussen bevolkingsgroepen werd niet bewaarheid. In tegendeel. Vanuit diverse gemeenschappen werd opgeroepen tot verbroedering.
Een sprankje hoop in een wijk die ver van haar idealen af is komen te staan.
De maakbaarheid van ‚de ideale wijk‘, zo leren verschillende voorbeelden, blijkt beperkt of in elk geval met beperkte houdbaarheid.