Urbaniteit en recht op urban art

Berlijnse actievoerders blaffen niet alleen, maar bijten ook door.

Graffiti op het RAW-terrein in Berlin-Friedrichshain.

Berlijn is niet alleen magneet voor startups, liefhebbers van de levendige clubscene of historici, maar ook voor iedereen met belangstelling voor stedelijke processen, en meer voor de strijd om de stad, haar publieke ruimte, haar betaalbare woonruimte en ruimte voor een ‚autonoom’ leven.
In deze en volgende blogs besteden wij aandacht aan de soms harde strijd die Berlijnse groepen leveren om haar doelen te realiseren. Daarbij wordt bij eerste observatie al direct duidelijk, Berlijnse actievoerders blaffen niet alleen, maar bijten ook door.

Urban art is richting geven aan de stad
Urban art is een vorm van kunstzinnige uiting in de openbare ruimte. Daaronder valt street art (illustratieve beelden) en graffiti (typografische uitingen). Het kan een glimlach bij voorbijgangers oproepen, maar ook ergernis. Het kan daarnaast aanzetten tot gedachten, uitgelokte gedachten of eigen gedachten.
Hoe dan ook, urban art communiceert. Veroorzaakt altijd een reactie, merkbaar of heimelijk.
Veel mensen storen zich aan graffiti. Meestal niet aan de uiting als zodanig, maar de plekken waar deze worden geplaatst. Vooral ‘tags’, een korte typografische uiting, ontsieren menige plek. In Berlijn is in bepaalde wijken geen muur of huis gevrijwaard van tagging.
Graffiti vindt haar oorsprong in New York, al eind zestiger jaren. De door de de-industrialisering veroorzaakte massa-werkloosheid en armoede, zette werkloze jongeren aan zoveel mogelijk en overal hun naam (tag) te plaatsen. Over de betekenis daarvan kan worden gespeculeerd, maar wellicht wilden de jongeren laten zien ‘we hebben geen baan, noch geld, maar we bestaan nog’.
De taggende New Yorkse postbode ‘Taki 183‘ werd na een artikel in de New York Times in 1971 in een klap beroemd. Het lokte in veel steden een nieuwe trend van graffiti uit.

Urban art: kunst of vandalisme
Urban art stelt de vraag ter discussie wie het recht heeft om de openbare ruimte aandacht op te eisen. Naast andere uitingen zijn er twee hoofdgroepen: ordeningsberichten (verkeersborden en andere aanwijzingen) vanuit de overheid. Daarnaast een vaak meer opvallende groep reclame, expliciete berichten gericht op promotie en verkoop en bedrijfsnamen of als huisstijl verpakte architectuur (banken, grote retailzaken, zoals de geel-blauwe IKEA-winkel).
Naast de overheid met haar veelal noodzakelijke ordeningsberichten, is de rest van de openbare ruimte te koop voor commerciële berichten. Hoe meer een openbare plek wordt bezocht, hoe groter de communicatieve waarde. De mens, vaak bezoeker, toerist of buurtbewoner, creëert daarmee de waarde voor de berichtenlokatie. Daarnaast is deze ‘argeloze voorbijganger’ ook het doel van diezelfde reclame-uitingen. Het is immers het potentiële koopgedrag dat die waarde veroorzaakt. Het is echter niet diezelfde ‘argeloze voorbijganger’ die als potentiële koper profiteert van de door hem gecreëerde waarde. Daarbij komt dat die openbare ruimte ooit tot stand is gebracht en voortdurend wordt onderhouden door de gemeenschap, in deze vertegenwoordigd door de lokale overheid. De middelen voor de instandhouding van die openbare ruimte komen uit de belastinggelden, die een groot deel van de voorbijgangers op heeft gebracht. Ook al profiteert de gemeente/gemeenschap van de verhuur van de reclamelocatie, het principiële punt blijft staan dat naast de overheden alleen (flink) betalende bedrijven over de visuele openbare ruimte kunnen beschikken.
Ook de inmiddels tot ongekende proporties opgeblazen reclames op tijdelijke steigers van te renoveren panden, maken gebruik van de aanwezigheid van het publiek dat van de reclame kennisneemt, dankzij die openbare ruimte.
Het is opmerkelijk dat alle andere uitingen van de buurt, een cultuurinstelling of een kleine zelfstandige direct als ‘illegaal plakken’ wordt aangemerkt of als vandalisme en wordt bestraft.

Is openbare of publieke ruimte ook van het publiek?
Je kunt je afvragen in welke mate de openbare ruimte (nog) van het publiek is.
Volgens Wikipedia zijn ‘openbare ruimte’ en ‚publieke ruimte’ synoniemen van elkaar. Daaronder verstaan zij dan: ‘Openbare ruimte is de gemeenschappelijke fysieke ruimte die leden van een samenleving hebben, inclusief de daarop betrekking hebbende mentale en sociale ruimte’.
Interessant in deze definitie is ‚inclusief de daarop betrekking hebbende mentale en sociale ruimte’. Niet duidelijk is wat de schrijver van deze definitie onder dit laatste verstaat. Een vrije interpretatie kan ertoe leiden het te lezen als de vrijheid om je daar te uiten, je vrij in die ruimte te bewegen en er interacties aan te gaan. Uiteraard binnen de regels van de openbare orde.

Winkels VS claimen aanliggende publieke ruimte
In de VS waar winkelketens vaak meerdere verschillende winkels (brands) rondom een plein bezitten hebben eigen particuliere bewakers zich al het recht toegeëigend om demonstraties, ongeacht het onderwerp, te verbieden. Het beeld van politieke leuzen in de nabijheid van hun winkels wordt beschouwd als beeldbepalend voor de winkel. Demonstreren kan het aantal klanten die de winkel binnengaat, verminderen. En aan dit commerciële belang ontlenen zijn hun recht om bepaalde gedragingen te ‚verbieden’.
Een burgemeester van een district in Londen die onlangs met een camerateam door een winkelstraat wandelde, werd door particuliere bewakers staande gehouden. Er mocht in deze straat niet gefilmd worden, zo werd gesteld. De bewaker realiseerde zich niet wie hij voor zich had. De burgemeester antwoordde dan ook dat dit openbare, publieke, ruimte was en dat het maken van beelden ten behoeve van het interview niet kon worden verboden. De door de particuliere bewakingsdienst ingeschakelde politie kreeg hetzelfde te horen en kon niet anders dan rechtsomkeer maken.

In hoeverre zijn treinstations, metro- en tramhaltes openbaar en publiek?
De discussie kan nog verder worden verdiept wanneer we ons afvragen of treinstations, metro- en tramhaltes openbaar en daarmee van het publiek zijn. Zeker na alle privatiseringen van publieke organisaties lijkt veel publieke ruimte in een private ruimte te zijn overgegaan.
De Berlijnse CBS-Crew (niet te verwarren met de reclametak van communicatiebedrijf CBS) heeft bewust zich met graffiti gemeld in een van de grotere Berlijnse U-Bahnstations. Daar hebben zij zich bediend, zoals zij zelf zeggen, van dezelfde middelen als de adverteerders. ‚Wij verkopen niets, op onze uitingen rust geen copyright. Wij willen CBS (hun CBS) niet promoten. We willen alleen maar laten zien dat buiten de gebruikelijke mechanismen er ook nog mensen zijn die zich tegen het winstdenken keren. Wij creëren waarden die deze stad levens- en liefdeskwaliteit geven.’ Anderen gingen verder en gebruikten deze (semi-) publieke ruimten om hun politieke wensen te uiten.

Mag openbare ruimte worden verhuurd of verkocht?
De CBS-crew stelt daarmee de verkoop van al dan niet geprivatiseerde openbare ruimte aan de orde. Hoe zit het eigenlijk als de Dam in Amsterdam aan een commerciële partij wordt verhuurd (een festival of sport-event) en deze geld vraagt om dit publieke plein van Nederland te betreden? Heeft niet elke burger het recht, binnen een aantal vormeisen, zich op deze plekken te richten tot ‚het publiek’? Of is dat recht aan overheden en de meestbetalende adverteerders voorbehouden?
Publieke aandacht als handelswaar verkocht. Een model dat we inmiddels ook op alle sociale media kennen. Overigens mag je op social media wel je eigen content onder de aandacht brengen. In dat opzicht zijn Twitter en Facebook wellicht meer openbaar en publiek dan onze eigen straten en pleinen.
De openbare ruimte hoort, binnen een aantal te stellen regels ten aanzien van overlast en openbare orde, zonder overige voorwaarden vrij te worden gegeven voor publiek gebruik. Misschien moet juist alleen commercieel gebruik van de openbare ruimte nog vergunningsplichtig zijn. Een beetje meer publiek gebruik van de openbare ruimte en wat minder schreeuwende of soms shockerende (medische) reclames zou bij veel burgers op instemming kunnen rekenen.