Tussen tijdelijk en permanent (5)

EEN BLOGSERIE OVER DE TIJDELIJKHEID VAN PERMANENTIE IN STADSONTWIKKELING.

Het populaire Betahaus in Berlin-Kreuzberg, bakermat van de startup scene.

We leven in een tussentijd, zo wordt gesteld. Maar waarom zouden we nu in een ‘tussentijd’ leven? Wat was ervóór en vooral, wat komt erna? Een blog over de tijdelijkheid van permanentie in stadsontwikkeling.

In de komende zondagen publiceren wij een blog over de volgende onderwerpen:

  • Berlijn als bakermat van permanente tijdelijkheid.
  • Waar liggen kansen of noodzaak voor tijdelijke ontwikkelingen?
  • Wie zijn die ruimte-pioniers?
  • Waar ligt de speelruimte voor ruimte-pioniers?
  • Wie zijn er bij tijdelijk gebruik betrokken?
  • Welke plekken zijn geliefd voor tijdelijk gebruik?
  • Hoe eigenen ruimte-pioniers zich ruimte toe?
  • Welke hindernissen moet een ruimte-pionier nemen?

In deze blog: Wie zijn er bij tijdelijk gebruik betrokken?

Lees ook de eerder gepubliceerde blogs.

Een samenspel voor de ruimte
Op het eerste gezicht lijken alleen de ruimte-pioniers zelf partij te zijn bij het in gebruik nemen van lege gebouwen of terreinen. Maar er zijn nogal wat spelers op de achtergrond die mede richting geven aan een ruimtelijk initiatief. Denk daarbij aan de eigenaren van grond en vastgoed, sleutelfiguren zoals makelaars, wijk-coordinatoren of bewonersverenigingen, buurtbewoners, bezoekers, politiek en gemeentelijke instellingen.
Elk van hen heeft een eigen motivatie bij het thema, eigen redenen om wel of niet open te staan voor deze ontwikkelingen. Duidelijk is dat ruimte-pioniers alle betrokkenen voor nieuwe uitdagingen stellen, voor elk afzonderlijk, maar ook voor de onderlinge samenwerking. Een kort overzicht van betrokkenen en hun rol.

Eigenaren van ruimte onzeker
Zelden is een terrein of gebouw van niemand. Zeker in ons dichtbevolkte en regel-dichte land, is geen plek vrij om in gebruik te nemen. De eigenaar zal betreding en gebruik van zijn bezit moeten toestaan of minimaal dulden. Veel eigenaren deinzen in eerste instantie terug voor het toestaan van tijdelijk gebruik. Je weet immers maar nooit of je het pand of terrein vrij krijgt als zich een meer rendabele bestemming aandient. Ofschoon in de meeste gevallen de tijdelijke ruimtegebruikers het terrein op basis gemaakte afspraken verlaten als de eigenaar daarom vraagt, zijn er wel gevallen bekend waar dat niet gebeurde. Zo’n incident schaadt dan ook de andere ruimte-pioniers die in een volgend geval meer argwaan van de eigenaar tegemoet kunnen zien. Maar de huidige tijd waarin grond en vastgoed in veel gevallen ook voor de lange termijn in overvloed zal zijn, zijn eigenaren al blij met elke vorm van redelijk ‘tussengebruik’. Het brengt aandacht voor het terrein of pand en voorkomt vandalisme of bezetting van mensen met een andere intentie dan publiekgericht tussengebruik. Bovendien kan het een reductie van kosten van beheer, bewaking of verwarming met zich meebrengen.

Sleutelfiguren die bemiddelen
Het zoeken naar voor ruimte-pioniers inspirerende ruimten kan worden vereenvoudigd als snel contact met de eigenaren kan worden gelegd, dat de specifieke condities rond het terrein of pand spoedig bekend zijn.
In Berlijn zijn in bepaalde ‘Bezirken’ speciale ambtenaren hierop aanspreekbaar voor ruimte-pioniers. Die zoeken dan uit aan wie het door de pioniers opgemerkte pand of plek toebehoort. Dat kan uiteindelijk ook de gemeente zelf zijn. Het kan voorkomen dat het ingebruiknemen van een terrein na enige tijd toch niet mogelijk blijkt en een onnodige strijd ontbrandt. In Berlijn hebben zich al private agentschappen opgeworpen om ruimte-pioniers en eigenaren te verbinden. In deze tijd gaan ook meer eigenaren gericht op zoek naar geschikte partijen voor tussentijds gebruik.
Sommige pioniers bouwen een goede reputatie op als het gaat om beheer, contacten met de omgeving en het financieel sluitend maken van hun initiatief. Deze ruimte-pioniers ontwikkelen zich dan tot ruimte-ondernemers.

Bezoekers als bron van inkomsten
Veel ruimte-initiatieven putten uit verschillende bronnen om hun begroting dekkend te krijgen. Subsidies, crowd-funding, participatie, investeerders. Niet in de laatste plaats proberen vooral cultureel gedreven pioniers, publiek te laten betalen voor een entree voor een voorstelling of festival. De horeca-inkomsten spelen daarbij een grote, zij het onzekere rol. Dat maakt de meeste ruimte-pioniers ook erg gericht op hun (directe) omgeving, de buurt, de wijkondernemers. Zij zijn het immers die hun aanwezigheid moeten ‘tolereren’ en met hun bezoek het project financieel moeten ondersteunen en zelfs legitimeren.
Ruimte-pioniers zijn dan ook niet vergelijkbaar met de kraakbeweging van weleer, die een bezet pand of terrein vaak voor de omgeving afsloot, bang voor ‘infiltranten’ en mogelijke onverwachte ontruiming. Het belang van goede relaties met de buurt en overheid als ook het onderhoud van terrein of pand was bij de kraakbeweging dan ook minder van belang dan bij de ruimte-pioniers.

Politiek en bestuur geven pioniers de ruimte
In een stad als Berlijn bezigt de huidige burgemeester Klaus Wowereit regelmatig de slogan ‘Berlin, arm aber sexy’. Dat heeft wel even geduurd. Want als man van SPD-huize was ook hij eerder gecharmeerd van grote plannen, samen gesmeed met bedrijven met grote namen. Vele malen rolde hij de rode loper uit voor bedrijven van naam en faam.
Het stadsherontwikkelingsproject ‘Media-Spree’ moest grote internationale mediabedrijven naar Berlijn lokken. Daarvoor moesten grote delen van de Spree-oever worden ‘ontwikkeld’. Een aanzienlijk deel was sinds de val van de Muur onbebouwd gebleven en leek dus planologisch ‘laaghangend fruit’. Maar veel planologen in dienst van de stad Berlijn hadden zo’n tien jaar geleden nog onvoldoende zicht op de waarde van de neergestreken types die van die zandige oevers hippe strandjes hadden gemaakt (zoals Kiki Blofeld en Yaam), er wereldwijd vermaarde clubs (zoals Bar25) hadden gevestigd. De miljoenen die daar werden omgezet en het aantrekken van honderdduizenden toeristen, hadden zich aan het zicht van het stadhuis onttrokken. Enkele grote mediabedrijven zijn uiteindelijk wel naar Berlijn gekomen zoals Universal, maar het totaalresultaat is vooralsnog erg mager. De na de bouw van de Muur uit Berlijn naar andere Duitse regio’s vertrokken bedrijven kwamen ondanks alle verleiding niet meer terug naar Berlijn.
Wie wel kwamen waren de ontelbare kleine creatieve ondernemingen. Berlijn groeide daarmee onbedoeld en ongemerkt uit tot startup stad van Europa.