Tussen tijdelijk en permanent (4)

EEN BLOGSERIE OVER DE TIJDELIJKHEID VAN PERMANENTIE IN STADSONTWIKKELING.

Roofgarden Arnhem op het topdek van een gemeentelijke parkeergarage.

We leven in een tussentijd, zo wordt gesteld. Maar waarom zouden we nu in een ‘tussentijd’ leven? Wat was ervóór en vooral, wat komt erna? Een blog over de tijdelijkheid van permanentie in stadsontwikkeling.

In de komende zondagen publiceren wij een blog over de volgende onderwerpen:

  • Berlijn als bakermat van permanente tijdelijkheid.
  • Waar liggen kansen of noodzaak voor tijdelijke ontwikkelingen?
  • Wie zijn die ruimte-pioniers?
  • Waar ligt de speelruimte voor ruimte-pioniers?
  • Wie zijn er bij tijdelijk gebruik betrokken?
  • Welke plekken zijn geliefd voor tijdelijk gebruik?
  • Hoe eigenen ruimte-pioniers zich ruimte toe?
  • Welke hindernissen moet een ruimte-pionier nemen?

In deze blog: Waar ligt de speelruimte voor ruimte-pioniers?

Lees ook de eerder gepubliceerde blogs.

Partners in ruimte
Het experimenteren met ruimte, een terrein of een gebouw, brengt twee niet direct aan elkaar verwante groepen bij elkaar: de ruimte-pioniers en de eigenaren van grond of vastgoed. Toch ontstaan er talrijke ‘ontmoetingen’ tussen hen omdat beide, zeker in deze tijd, elkaar nodig hebben. De eigenaar van grond of een pand wil zijn onverkoopbare of onverhuurbare object graag wat meer onder de aandacht brengen. Bovendien staat hij open voor elke activiteit die de maandelijks terugkerende vaste kosten enigszins kunnen verlichten. De ruimte-pionier is op zoek naar een goedkope plek of pand waaraan hij zijn eigen belevingswereld of ideaalbeeld kan creëren.
In de praktijk blijkt het nog niet zo eenvoudig om deze objectief verenigbare belangen op één lijn te krijgen. Het waren twee werelden: die van het rendement maken met bezit enerzijds en het bonte gezelschap van ‘onaangepaste’ culturele free wheelers anderzijds.

Heeft de overheid dan geen rol?
Welk belang heeft de overheid bij dit ‘tussentijds’ gebruik? Is er een openbaar of publiek belang? Immers, in veel gevallen is de overheid ook zelf (groot-) grondbezitter of eigenaar van veel vastgoed. Het rendementsdenken ten aanzien van grond en vastgoed is al lang geen exclusiviteit meer van het bedrijfsleven en speculanten. Veel lokale overheden hebben zichzelf vaak speculatief gedragen, in deze tijd bezien, tegen een maatschappelijk extreem hoge prijs.
Dat mag niet de oorspronkelijke taak van de overheid overschaduwen, die van bewaker van publieke en maatschappelijke belangen. Lege terreinen en gebouwen nodigen na verloop van tijd uit tot vandalisme en (kleine) criminaliteit en overlast voor de buurt. Een situatie die op de lange termijn een hele buurt in de richting van verval kan trekken. Daarbij zijn lege plekken in de stad barrières tussen buurten. Sociaal te vermijden plekken.
Activiteiten op die plekken herstellen weer het sociaal weefsel en heffen daarmee de barrière op. Ook, en dat wordt nogal eens vergeten, geeft het jonge creatieven de kans om tegen lage kosten hun onderneming uit te proberen. Zeker in een tijd dat de banken niet erg toeschietelijk zijn om jonge ondernemers van vers kapitaal te voorzien.

Gebrek aan geld, niet aan initiatieven
Waar overheden niet meer financieel bij machte zijn om sociale programma’s volledig te ondersteunen, is veel afhankelijk van de inzet van de burger. Zij moet daarbij gewenste activiteiten een zetje geven. Dat kan met kennis, ontbureaucratisering bij het mogelijk maken van initiatieven en soms kan een klein beetje aanjaaggeld al heel veel doen. De traditionele route van subsidie-aanvragen, lang wachten en geld overmaken, lijkt niet meer begaanbaar. Het publieke geld is vrijwel op en burger wil ook niet meer afhankelijk zijn van voor hem ondoorgrondelijke bureaucratische organen.
De (lokale) overheden kunnen op veel manieren concreet ondersteunen: verbinden van partijen in de stad, hulp bij het vinden van geschikte ruimte, bemiddelen bij ‘conflicterende belangen’, beschikbaarstellen van publieke vastgoed en terreinen tegen gunstige voorwaarden en advisering bij juridische en financiële vraagstukken.

Ruimte-pionieren zoeken podium
Een van de meest voorkomende redenen voor ruimte-pioniers om zich te melden in een pand of op een terrein, is om hun initiatief een podium te bieden. Aandacht en publiek te trekken. Precies wat de eigenaren van het gebruikte vastgoed of terrein ook willen. Na verloop van tijd kunnen ‘tijdelijke’ initiatieven zelf uitgroeien tot een onderneming. Waar nog een decennium geleden maatschappelijk en commercieel gescheiden moesten blijven (principieel en ook qua veel subsidievoorwaarden), is het doorgroeien van een maatschappelijk initiatief naar een bedrijfsmatige opzet nu eerder een gewenste dan een ongewenste ontwikkeling.

Arm maar sexy
Inmiddels geniet Berlijn een met andere steden ongeëvenaard imago. De bakermat van Europese autoritaire regiems heeft zich ontwikkeld tot een ‘paradijs van de vrijheid’. Een plek waar zelfs Joodse jongeren zich meer op hun gemak voelen dan waar ook in de wereld. De amorfe groep van ruimte-pioniers worden daarom niet meer zo snel als ‘verstoorders’ van reguliere economische processen gezien, maar als imago-builders voor de buurt en de stad. En niet in de laatste plaats als aanjagers van nieuwe kleinschalige economie. Ruimte-pioniers hangen vaak ook andere maatschappijbeelden aan die de ‘geiten wollen sokken’ brigade al lang is ontstegen. Misschien is daarmee de onderliggende stroming wel duurzamer dan haar uiterlijke vormen.
Afschrijven van publieke kapitaalgoederen kan dus van kostenpost veranderen in een maatschappelijke investering die de oude subsidie-machine vervangt. De greep op de ontwikkelingen door de overheid wordt op deze wijze wel minder, maar geenszins nihil. Immers zij bepaalt waar, wanneer en onder welke voorwaarden zij publiek vastgoed en terreinen inzet. De overheid stuurt dan nog steeds, maar globaler.