Tijd voor ‘de nieuwe ambtenaar’

Een ambtenaar helpt de samenleving om zich in een door haar gewenste richting te ontwikkelen.

Sinds 2008 verkeert de westerse wereld in wat een ‘crisis’ wordt genoemd. En deze crisis heeft al vele namen gekend: vastgoedcrisis, eurocrisis (EU) bankencrisis, financiële crisis, schuldencrisis. Het wordt inmiddels steeds duidelijker dat de crisis niet één maar vele gezichten heeft. Niet in de laatste plaats zullen de verhoudingen tussen overheden en burgers ingrijpend veranderen.

Ook de markt blijkt imperfect
Het met veel kracht wereldwijd ingeprente marktdenken blijft voor altijd verbonden aan namen als Ronald Reagan (oud-president VS) en Margareth Thatcher (oud-Prime Minister van VK). Zij braken de (toen doorgeslagen) macht van de vakbonden. Arbeid werd geflexibiliseerd, afroepbaar, risico’s van geen werk bij de werknemer gelegd. Ziekenhuizen konden gerund worden als ware het profit centers, overheden bedienden geen burgers meer, maar klanten. Het paspoort was geen document meer maar een ‘product’. De politieagent werd van handhaver ‘leverancier van veiligheid’, inhuurbaar als een soort ‘pay per tik, i.p.v. ‘pay per click’.
We weten inmiddels dat de markt als enige leidend maatschappelijk organisatiemechanisme op veel terreinen uit de rails is gelopen. Met de financiële instellingen voorop. De klant werd voor hen melkkoe en debiteur. Nog steeds volgt het ene fraudeschandaal op het andere. Zelfs gerenommeerde accountantskantoren, de bewakers van de financiële integriteit van ons bedrijfsleven, blijken nu zelf onderdeel te zijn van fraude.

Overheden weer overheden?
De huidige crisis is niets meer of minder dan een grote reset van een doorgeslagen ontwikkeling. Oud-staatsbedrijven in de sectoren energie, openbaar vervoer, gezondheidszorg en zelfs deels banken, worden weer steeds meer gezien als nutsbedrijven, organisaties die er zijn voor ‘het algemeen nut’. Na decennia met publiek gefinancierde infrastructuur bedrijf te hebben gespeeld. De opbrengsten van die publieke investeringen doorsluizend naar de aandeelhouders. Soms, ook de overheid zelf.
Ook de overheden zelf ondergaan grote veranderingen. Immers ‘het algemeen nut’ wordt niet meer uitsluitend in wetten en dikke beleidsnotities vastgelegd, de samenleving, lees de burger, geeft daar nu zelf inhoud aan. Zonder zich daarvoor bij de overheid of de politiek te melden. De ‘doe-democratie’.
De overheid als allesweter en allesbepaler is snel op zijn retour. In een gemiddelde straat woont soms meer deskundigheid dan bij de (lokale) overheid.

De stad als nieuwe ‘burgerspeelplaats’?
Geen zichzelf respecterende stad kan meer zonder één of meer burgerinitiatieven. Een bruisende burgeractiviteit wordt immers beschouwd als een indicatie van een actieve en levendige stad. Burgers zijn beter opgeleid dan in welk punt in de geschiednis. Zij beschikken over veel (overheids-)informatie en hebben toegang tot eigen communicatiekanalen zoals de diverse sociale media.
Daar komt nog bij dat het verlies aan (vaste) banen, zij het in wisselend tempo, (wereldwijd) een niet meer overgaand verschijnsel lijkt te zijn geworden.
De behoefte aan andere zinvolle en liefst nog enigszins betaalde levensinvullingen groeit. De burger onderneemt, maar anders dan de klassieke ondernemer. De sociale ondernemer is een nieuwe verschijning. En dat plaatst de overheid voor grote uitdagingen. Veel wet- en regelgeving is nog gebaseerd op de driedeling: overheid, burger, bedrijfsleven. De sociale ondernemer pakt wat overheidstaakjes over, is nog steeds burger én ondernemer. En in die mix van hoedanigheden raakt hij verstrikt in de huidige regelgeving.

Ook geld voor ‘not invented by us’
Uitnodigen en faciliteren zijn de nieuwe rollen van de overheid. Zo stelt de Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur (maart 2014).
De overheid moet open staan voor initiatieven vanuit de samenleving en af van het gevoel ‘dat hebben wij niet op het stadhuis bedacht’. Overheden moeten bedenken dat veel burgerinitiatieven extreem veel inspanning vergen van de initiatiefnemers. Dat zullen zij alleen doen als zij er zeker van zijn dat de overheid het initiatief zal steunen en tijdens een vooraf bepaalde periode de kans geeft te slagen.
Burgerinitiatieven ontstijgen het tijdsbeslag van een gemiddelde hobby en de aanloop duurt vaak lang, zonder financiële ondersteuning. Immers, ‘jij burger wilde toch zo graag/nodig’?
Het is toch bedenkelijk dat voor wat een selecte groep ambtenaren bedenkt, vaak astronomische budgetten worden vrijgemaakt, en een burgerinitiatief het met ‘een fooi’ moet zien te redden. Burgerinitiatieven moeten concurreren met overheidsprojecten, met budgetten van miljoenen of miljarden. Dan mag het een wonder heten dat ondanks dit gegeven toch zoveel burgerinitiatieven slagen en overheidsprojecten uitdraaien op een fiasco.
Zolang de overheid alleen voor de door haar zelf bedachte projecten (veel) publiek geld inzet en de burgers zonder geldelijke steun laat doormodderen, leeft de overheid nog met de rug naar de samenleving en zal de vitaliteit van de steden en dorpen niet tot ontplooiing komen.

De nieuwe ambtenaar
Ambtenaren moeten zich meer op straat begeven, hun woon-en werkomgeving kennen. Sleutelambtenaren die buiten hun stad of provincie wonen gaan de aansluiting verliezen op hun werkveld. Ze moeten de wind voelen die om het stad/provinciehuis waait.
De nieuwe ambtenaar werkt overigens allang bij de diverse overheden. Open, goed geïnformeerd over wat er ‘buiten’ gebeurt, een tikje rebels en ongeduldig. Hij/zij heeft het echter moeilijk in veel overheidsorganisaties. Er is grote kennis en ervaring voorhanden over hoe het altijd wordt/werd gedaan. Veel bestaand gedrag wordt gelegitimeerd door wetten, regels en procedures. Niet echt een omgeving om het een tikje anders te doen. Maar de geschiedenis leert dat wat niet beweegt aan zijn eigen onaangepastheid ten onder gaat.
De nieuwe ambtenaar krijgt de ruimte om signalen op te pakken. Gewoon daar te zijn waar die signalen zijn, in de buurten en wijken, verenigingen, ontmoetingsplaatsen zoals cafés, al googlelend vanachter de laptop.
De nieuwe ambtenaar stelt zijn kennis en ervaring ten dienste van de samenleving, concreet kan dat een burgerinitiatief zijn. Hij/zij pikt knelpunten op die een initiatief hinderen en stelt deze intern aan de orde. Een ambtenaar is meer dan een uitvoerder van overheidsbeleid, hij/zij helpt de samenleving actief om zich in een door haar gewenste richting te ontwikkelen.

Dit artikel is gebaseerd op het Rapport ‘De toekomst van de stad’, Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur (maart 2014)