Stedelijke ‚bedrijfsongevallen’ en andere ongemakken

Lokaal verval als bron van nieuw stadsleven.

Op het Nationale Congres Beheer Openbare Ruimte 2015 in Arnhem (NCBOR) werd het tijdens de presentatie over ontwikkelingen in Berlijn snel duidelijk: we houden in Nederland niet van stedelijke ‚bedrijfsongevallen’ of verval. Want in het land van Deltawerken, Afsluitdijk en wederopbouw, hebben wij het niet zo op toeval of gaten in de ruimtelijke ordening. Toch hield ik daarvoor op het congres een warm pleidooi, niet om van Nederland een rommeltje te maken, maar om burgers wel meer ruimte te geven om mee te sleutelen aan hun dorp, buurt of stad.

Selectief verval
In mijn presentatie op het NCBOR 2015 stond Berlijn centraal. Niet zozeer over hoe hip ‚n’ happening deze stad wel niet is. Kern was dat deze stad zich deels heeft overgegeven aan het onvermijdelijke: selectief verval en een reeks stedelijke ‚bedrijfsongevallen’.
Met ‚selectief verval’ wordt bedoeld dat gebouwen mogen vervallen. Dat kunnen oude fabrieken zijn, oude overheidsgebouwen, ziekenhuizen, zwembaden etc. De belangrijkste reden is ongetwijfeld het gebrek aan geld in combinatie met een tekort aan ‚programma’, een verfomfaaide expertterm voor ‚totaal geen belangstelling’. Maar Berlijn heeft na jaren van een overschot aan ruimte, binnen en buiten panden, gemerkt dat het iets doet met de inwoners van de stad. Vooral jongeren, maar niet alleen zij, lijken oude panden, lege plekken een magie toe te kennen. Ze willen daar zijn. Een feestje vieren. Hun laptop openklappen. Hun bedrijfje starten. Tussendoor een eenvoudige koffie of biertje pakken aan een geïmproviseerde bar.

Nieuwe ideeën in oude gebouwen
Het is al vaker gezegd: nieuwe ideeën komen uit oude gebouwen. Waarom weet niemand, maar het lijkt toch aannemelijk. Niet toevallig zijn het vaak ook jonge (of jong denkende) (sociaal) ondernemers die zich aangetrokken voelen tot wat vastgoed-experts aanmerken als ‚ouwe meuk.’
Onderzocht is het niet, maar het is denkbaar dat bepaalde groepen creatieven, sociale ondernemers, zich aangetrokken voelen tot deze ‚ouwe meuk’ om de volgende redenen:

  • aan oude panden worden weinig eisen gesteld, je kunt het naar eigen smaak vertimmeren;
  • het geeft een pioniersgevoel in een overgereguleerde samenleving;
  • de kosten zijn veelal laag.

Helaas lijken veel van deze panden en plekken alleen als ‚tussentijdse’ locaties beschikbaar te worden gesteld. Dat kan door gemeenten of door vastgoed-eigenaren. Immers, op enig moment, komt de zak met geld langs en moet het pand voor het volle pond over de toonbank. Want afschrijven op een pand is in Nederland ondenkbaar. Alle goederen worden afgeschreven, maar vastgoed lijkt een goudmijntje voor de eeuwigheid. Terwijl al vanaf Emmerich (D) een huis vaak een aanschaf voor het leven is. Na 30 jaar gebruik is het nog maar de vraag wat je er voor terugkrijgt. Daar is men ook niet mee bezig. Er staan in Duitsland, België, Frankrijk (en nog zoveel andere landen) huizen en panden te vervallen. Afgeschreven. Wie er nog brood in ziet, mag het voor een prikkie overnemen en zijn eigen toekomst daar opbouwen.
Verval voor de een, is nieuw leven voor de ander, vooral voor jongeren zonder veel geld en mensen die nu eens niet met een levenslange hypotheek willen starten.
In Arnhem wordt gepoogd in een burgerproject Coehoorn Centraal aan te tonen dat waarde kan en moet worden opgebouwd, worden ontwikkeld. Zonder forse leningen van de bank. Zonder schuldenberg. Dat de eigenaar ook op deze wijze een keer zijn panden kan verkopen als die waarde weer is opgebouwd.
Waarde van het vastgoed, waarde voor de buurt, waarde in nieuwe economische bedrijvigheid, waarde voor de stad. Maar jeetje, wat is het moeilijk om over de spreadsheets van vastgoed heen te kijken.

Een stedelijk ‚bedrijfsongeval
Nederland heeft een goede reputatie op het terrein van ruimtelijke ordening. We moeten de schaarse ruimte ‚eerlijk’ verdelen. Hoe eerlijk dat uiteindelijk is, is geen onderwerp van deze blog. En of er sprake is van echte schaarste of deels gecreëerde schaarste, is ook een ander thema.
Nederlanders die de grens in zuidelijke richting overschrijden, zien snel het verschil. België lijkt wel als bij toeval tot stand gekomen. Alsof iemand vanuit de lucht een zak met huizen heeft geopend en die over het land heeft uitgestrooid. Een medewerkster van de stad Antwerpen zei het op het NCBOR-congres zo: ‚Wij houden van een pintje en een beetje rommelige omgeving’. En daar zit nu net de allergie van Nederlandse stadsplanners en bestuurders, alsjeblieft geen gerommel.
In mijn presentatie laat ik een aantal Berlijnse ‚bedrijfsongevallen’ zien. De meest geprezen is wel het voormalig Tempelhof. Bedoeld als een vliegveld, gebouwd als een vliegveld. Ziet er ook uit als een vliegveld. Maar gebruikt als speelveld, vogelbroedplaats, buurttuinen, biergarten, wedstrijdterrein, sportveld, kite-centrum, BBQ-plaats, festivalterrein, expositieruimte, promotie-activiteiten. En wat te denken van het Mauerpark, ook een ongepland ‚groen’ genoegen voor duizenden op een zonnige dag.
Beide ‚bedrijfsongevallen’ hebben een welhaast magische uitwerking op de vele duizenden bewoners en toeristen. De promotionele waarde van de stad is niet te becijferen, maar niemand betwist de magnetisch werking van dit soort plekken, waarvan de stad er tientallen kent.

Veiligheid, gezondheid, milieu en openbare orde
Is dan alles mogelijk is Berlijn? Heeft Berlijn Amsterdam gepasseerd in tolerantie? Alleszins. Terwijl Berlijn veelal aan de voorkant (ambtelijk) vaak veel ongeregeld laat (of gewoonweg niet weet wat er gaande is), kent de stad wel degelijk grenzen. Als zaken als veiligheid, gezondheid, milieu en openbare orde (overlast) in het geding zijn, is de tolerantie snel voorbij. De stad is dus verre van in anarchie vervallen, maar de aan de burger gelaten ruimte is wel zoveel groter dan in Nederland. Berlijngangers voelen dat, al ben je er maar twee dagen. Er is iets wat deze stad onweerstaanbaar maakt. Een inwoner van Berlijn zegt het zo: ‚Ik word elke dag in een nieuwe stad wakker. Als je denkt dat je de stad kent, is hij al lang weer veranderd. Ik blijf ontdekken.’
Het stadsbestuur van Berlijn is ook geen marktmeester. Of er nu één of vijf bakkers in een straat zitten, is geen zaak van de overheid. Dat geldt ook voor horeca, een overgevoelig onderwerp in Nederland. Horeca-ondernemers in veel Nederlandse steden voelen zich door de overheid beschermd doordat de gemeente een rem zet op het aantal horeca-vergunningen. Als zij er te veel uitgeeft, klagen de uitbaters. Of winkeliers. Commerciële partijen die bescherming van de overheid vragen. Daar hoeft een Berlijnse middenstander niet op te rekenen. Een hoge service en kwaliteit, tegen betaalbare prijzen is het gevolg. Maar maken jouw terras-gasten na 22:00 uur nog lawaai (dat is ook al rustig stemgeluid), dan komt de politie even langszij. Vandaag een waarschuwing, morgen wordt je terras opgeruimd. Berlijn is een vrije stad, maar met snoeiharde grenzen. Nederland is het andersom: lange procedures vooraf en boterzachte grenzen aan de ‚achterkant’.

‘Alles van waarde is weerloos’
Een oud gezegde, maar met een kern van waarheid. Waarde en geld lijken uitwisselbaar, maar zijn dat maar al te vaak niet. Waarde wordt meestal gevoeld, geld wordt meestal geteld. Veel maatschappelijke initiatieven sneuvelen op de omrekeningstabellen van waarde naar geld. We hebben daar amper omrekeningsmethoden voor. Projecten als Coehoorn Centraal (Arnhem) of Tuin in de Stad (Groningen) zijn helaas voor hun voortbestaan afhankelijk van geld, niet van waarde. Veel van waarde, dat wat een samenleving levendig en vitaal maakt, mensen aan boord houdt, de stad prettiger maakt, socialer, overleeft in veel gevallen de spreadsheets, onze planningsdrift, ons tellen van geld, onze vrees voor ‚bedrijfsongevallen’ en verval, niet. De Nederlandse samenleving is risicomijdend geworden, besluiten-nemend op grond van maar één criterium: geld.
En daarmee is onze samenleving, onze dorpen en steden, ongemerkt verarmd, verarmd in sociale dynamiek, in zelfredzaamheid, in creativiteit, in lef, in weerbaarheid en daarmee in levendigheid.
De wens van veel burgermeesters voor een bruisende stad, komt niet van sluitende spreadsheets, maar van bewoners die de grenzen opzoeken om hun buurt inhoud en vorm te geven.
Berlijn weet waar het over gaat: geld én waarde.

Mijn presentatie: Berlijn en de ruimte voor het publieke domein (pdf).

Rondleidingen door Berlijn
Periodiek geven wij rondleidingen door Berlijn. Daarin laten wij u graag kennismaken met een andere kijk op (openbare) ruimte in deze inspirerende stad. 

Bekijk ons aanbod van bijzondere tours.