Placemakers als quasi neo-liberale modelburgers?

De locatie van het debat: Kunstwerkplaats Schuytgraaf in Arnhem.*

Zaterdag 9 september jl. vond in ‚Kunstwerkplaats Schuytgraaf‘ in Arnhem een debat plaats over actieve kunstenaarsinitiatieven en culturele hotspots in Arnhem.
Het debat werd geleid door de in Arnhem woonachtige dr. M.K. (Marga) van Mechelen verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Onderstaand is een extract van haar verslag van dit debat.

Arnhem’s alternatief voor broedplaatsen
Arnhem kent weinig broedplaatsen, maar wel actieve kunstenaarsinitiatieven en culturele hotspots. Tot die conclusie kwam het publiek dat op 9 september op Kunstwerkplaats Schuytgraaf het forum met vertegenwoordigers van vijf Arnhemse initiatieven bijwoonde. Sinds het woord ‘broedplaats’ is toegeëigend door ambtelijke diensten en bureaus, die in opdracht van de gemeente broedplaatsen uit de grond stampen, zoals in Amsterdam het geval is, is het woord besmet geraakt. Het wordt geassocieerd met het inzetten van kunstenaars als instrument om de cohesie in sociaal zwakkere wijken te verbeteren, om de rafelranden van de stad te fatsoeneren, kortom om verwaarloosde gebieden nieuw sociaal-cultureel en economisch leven in te blazen.

Kunstenaars en creatieven: ‘wegbereiders, zelfs quasi neo-liberale modelburgers’

Neo-liberale modelburgers
Kunstenaars op zoek naar goedkope atelierruimte zijn altijd gewend geweest aan gedwongen verhuizingen. Zeker beeldhouwers, zoals op de Arnhemse Kunstwerkplaats Schuytgraaf, die veel ruimte nodig hebben, en vaak in loodsen of in de open lucht werken. Hoewel deze situatie al decennia lang bestaat, roept de nieuwe, in veel steden populaire tendens van broedplaatsen nieuwe vragen op en laat kunstenaars en vormgevers vooral voelen dat ze onvrijwillig de wegbereiders zijn geworden voor de vestiging van meer welgestelde mensen. Hun kwaliteiten als wegbereiders, zelfs als quasi neo-liberale modelburgers, die creatief, probleemoplossend en flexibel zijn, daarnaast out of the box kunnen denken, worden gebruikt, soms zelfs geroemd, maar de grens tussen gebruik en misbruik is vaak uiterst dun.
Intussen verandert er weinig in de financiële situatie van de kunstenaar, terwijl andere partijen er wel bij varen.

De aanduiding ‘werkplaats’ wordt hier wel heel beeldend.*

Vijf Arnhemse initiatieven in debat
Voor het forum waren vijf onderling heel verschillende Arnhemse initiatieven door Open Monumentendag benaderd. Kunstwerkplaats Schuytgraaf, dat als gastheer op deze middag fungeerde, is primair een woon- en werkgemeenschap van beeldhouwers. Code Rood is de organisatie die op Buitenplaats Koningsweg tot voor kort op één zaterdag in de maand een breed opgezet cultureel programma organiseerde.
Coehoorn Centraal, een initiatief van twee Arnhemmers, beheert een terrein tussen station en stadscentrum bestaande uit een conglomeraat van zeven panden die vijf jaar geleden nog leegstonden; het is uitgegroeid tot een alternatief ondernemersproject. Motel Spatie is ontstaan uit Locatie Spatie en wordt nu vooral geassocieerd met een Artist in Residence programma, maar is meer dan dat; het is gehuisvest in de naoorlogse woonwijk Presikhaaf. Tot slot Vrijstaat Thialf, een ontmoetingsplek voor bewoners van twee oude stadswijken van Arnhem, Het Broek en het Spijkerkwartier, met een bouwspeelplaats en een brasserie.

Ieder een eigen aanpak
Tijdens het forum tekende zich al snel een tweedeling af tussen aan de ene kant Coehoorn Centraal en aan de andere kant de vier overige initiatieven. Dit ondanks het feit dat ze ook veel gemeen hebben.
In de loop van het gesprek werd steeds duidelijker dat het verschil hem vooral zit in de opstelling tot de gemeente en het economisch verkeer van deze tijd, het vastgoed inbegrepen. Hierbij speelt het zelfbeeld, dat wil zeggen het beeld dat de instellingen hebben van de rol die men kan maar vooral wil spelen in deze neo-liberale samenleving, een cruciale rol. In Coehoorn Centraal zijn kleine ondernemers gehuisvest, die hoewel ze zich willen onderscheiden, dat niet doen met een label als ‘(geëngageerde) autonomie’, iets waarin de anderen zich in meer of mindere mate herkenden. De twee oprichters van Coehoorn Centraal, Paul de Bruijn en Peter Groot, zijn niet alleen de bedenkers van het veel geroemde format Coehoorn Centraal, maar ook degenen die gesprekken en op soms onconventionele manier, onderhandelingen voeren met de gemeente en andere partijen.
Het zelfbewustzijn dat uit de woorden van Paul sprak werd door enkele sprekers uit het publiek als voorbeeld voorgehouden aan de vertegenwoordigers van de andere initiatieven.

‘De Fontlinie’
De discussie over broedplaatsen en gentrificatieprocessen is aangewakkerd door architectuurhistoricus Roel Griffioen met zijn recent gepubliceerde publicatie De Frontlinie (2017) (artikel in De Correspondent).
In zijn boek en dit interview noemt Griffioen enkele Amsterdamse voorbeelden van gaten in de stad die, nadat kunstenaars er een tijd gewoond en gewerkt hadden, de aandacht van investeerders gingen trekken en vervolgens voor tientallen miljoenen euro’s eigendom werden van vastgoedconglomeraten.
In zijn boek trekt Griffioen het tegelijk breder door erop te wijzen dat de geschetste situatie tekenend is voor het neo-liberalisme.
Dit treft niet alleen de kunstenaar en vormgever, maar ook de freelancer en in de grote steden meer in het algemeen mensen in de lagere inkomensgroepen. 
Een recent rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek laat dit duidelijk zien. Het is pijnlijk dat de kunstenaar in dit proces voorgesteld wordt als een ideaaltypische neoliberale werknemer.

Meer uitwisseling Arnhemse initiatieven
Het forum bracht instellingen bijeen die elkaar vaak nauwelijks kenden. Het zou voor de toekomst aan te bevelen zijn dat het niet bij deze ene gelegenheid blijft, maar dat het structureel tot een uitwisseling van ideeën en ervaringen komt; herkenbaar als netwerk en als discussieplatform. Een ander doel zou moeten zijn om anderen, waaronder zeker het lokaal bestuur, te overtuigen van de waarde van duurzame culturele initiatieven. Een langere termijn focus is daarbij een voorwaarde. Kortlopende contracten moeten taboe verklaard worden en de initiatieven moeten de tijd krijgen om zich te ontwikkelen en hun waarde voor de stedelijke cultuur te bewijzen. Een van de kunstenaars uit het publiek toonde zich tijdens het forum optimistisch: de stad Arnhem leent zich ervoor om tot een vooruitstrevend cultuurbeleid te komen gezien haar artistiek potentieel, maar ook omdat de lijnen in deze middelgrote stad kort zijn. Aan Arnhem om een alternatief alleen al voor het woord ‘broedplaats’ te bedenken.

Gecreëerde waarde kan ook gedeeld worden
Deze situatie wordt door alle partijen als ‚normaal‘ gezien: zij die er baat bij hebben, projectontwikkelaars, investeerders en gemeenten, en zij die uiteindelijk steeds weer aan het korte eind trekken: de kunstenaars, creatieven die met hun inzet voor anderen waarden creëren. Het is aan laatstgenoemde groepen om deze situatie in hun voordeel om te buigen. Waar waarde gecreëerd wordt, kan die ook gedeeld worden. Tijd voor een meer assertieve en zakelijke opstelling van kunstenaars en creatieven.

Het integrale verslag (pdf)

* Foto’s M. van Mechelen