Meer ruimte voor nieuwe initiatieven?

Wie nemen de ruimten in die ontstaan na de Corona-crisis?

Worden de winkelstraten weer leger?

‘A selfinflicted crisis’ noemen sommigen de situatie waarin wij nu zitten. Niet het Corona-virus zelf, maar de hierop volgende maatregelen hebben een economische en sociale crisis opgeroepen die geen gelijke kent in de recente geschiedenis. Of de maatregelen passend en proportioneel zijn, is punt van debat dat door de groeiende kennis over het virus de komende tijd nog verder zal worden gevoerd. Het is echter geen onderwerp voor deze website.
In dit artikel een korte voorbeschouwing van wat de gevolgen voor onze steden kunnen zijn. Gaan we weer initiatiefnemers zoeken die lege winkels en bedrijventerreinen gaan ‘programmeren’?

Toen het geld ging rollen

Het was al talrijke keren onderwerp op deze website, de financialisering van het vastgoed, en daarmee van onze steden. De steden werden in toenemende mate objecten van speculatie en prijsopdrijving. In plaats dat de stad een marktplaats was voor het verhandelen van arbeid en goederen, werd de stad zelf handelswaar. Aangejaagd door een snel groeiend toerisme ontstonden nieuwe claims op de leef- en woonruimte. Steden die onder de voet werden gelopen door ‘tientjestoeristen’ verloren hun eigenlijke functie woon-, werk- en recreatieplek voor haar inwoners en werden steeds meer dienstbaar aan het vluchtige toerisme op zoek naar universele symbolen van cultuur en vermaak. Duizenden woningen werden door AIRBNB omgekat tot toeristenappartementen.

Daarnaast wonnen de steden aan populariteit als woon- en vestigingsplaats van jonge creatieve ondernemers en andere zelfstandig levenden. De steden, die hun inkomsten en status snel zagen stijgen, konden de verleiding niet weerstaan om er nog een scheptje bovenop te doen. In de meeste gevallen werden de ontwikkelingen door de overheid nog verder aangejaagd.
De keerzijden van deze maximale exploitatie van de stad werden al voor de huidige crisis zichtbaar. Het weghalen van de metersgrote tekst ‘IAmsterdam’ op het Museumplein was een eerste signaal van erkenning dat het allemaal ook wel eens te veel van het goede kon zijn.

De kleinschalige ruimtelijke initiatieven waarbij enthousiaste plaatsmakers van oude fabrieksterrein of leegstaande kantoren ‘hippe plekken’ wisten te maken, moesten steeds meer het veld ruimen. Zij die sterk tot de aantrekkelijkheid van de stad hadden bijgedragen, kwamen weer op de reservebank, wachtend op de volgende crisis.

Steve Clare uit Scotland tijdens een bijeenkomst van de LSA in 2017.

Wordt 2020 een ‘Jubeljaar’?

Velen voorvoelden of voorspelden in 2019 al dat het financiële stelsel met haar exploderende schuldenlast en extreem onevenwichtige verdeling van inkomen en vermogen, uiteindelijk zou instorten. Het lijkt erop dat de komst van het virus deze financiële crisis naar voren heeft gehaald.
Al in de tijd ver voor het begin van onze Christelijke jaartelling kende men in de Joodse traditie het zogenaamde ‘Jubeljaar’. Na 7 perioden van 7 jaar werd de economie, lees de bezittingen, opnieuw verdeeld en schulden vereffend. Slaven werden vrijgelaten. Hiermee werd de economie en de ontstane scheve verhoudingen als het ware gereset. Doel van het Jubeljaar was om de economie stabiel te houden en het land niet gebukt te laten gaan onder een drukkende schuldenlast. Dank zij de jubeljaarvoorziening werd voorkomen dat er een grote interne schuld ontstond met de daaruit voortvloeiende schijnwelvaart, die vervolgens weer tot inflatie, deflatie en economische crisissen leidde. Ook werden hiermee de grootste verschillen in vergaard vermogen sterk verkleind.

De Franse econoom Thomas Piketty vroeg in diverse polsdikke publicaties aandacht voor de extreme ongelijkheid in de verdeling van kapitaal en vermogen. Deze kapitaalaccumulatie bij weinigen en armoede bij velen zou volgens Piketty de economie uiteindelijk tot stilstand brengen.
Sommigen lijken te hopen, en anderen zelfs te voorspellen, dat deze huidige crisis de ‘grote gelijkmaker’ zal worden. Een soort afgedwongen Jubeljaar. Ik ben geen econoom, maar het lijkt er vooralsnog niet op dat momenteel het vermogen wordt herverdeeld. Eerder andersom. Weer wordt kapitaal in onvoorstelbare hoeveelheden van het publieke domein naar het private domein overgeheveld. Ook beursgenoteerde ondernemingen die tot voor kort nog forse dividenden aan hun aandeelhouders uitkeerden, zijn nu (weer) de grote ontvangers van staatssteun.
De gevolgen voor de schatkist zijn historisch rampzalig.

Het Coehoornpark als onderdeel van een burgerinitiatief in Arnhem.

Nieuwe leegstand?

Inmiddels wordt de omvang van de crisis steeds duidelijker. Ze neemt de omvang van een regelrechte economische ramp aan. Ondanks de (deels ingeloste) beloften ‘het bedrijfsleven te steunen, wat het er ook voor nodig is’, zullen ontelbare bedrijven deze periode niet overleven: productiebedrijven, transport, toerisme, winkels, horeca. Een totale kaalslag voltrekt zich op het moment dat we deze tekst schrijven.

Er zullen weer, en nog meer dan al gaande was, winkels leeg komen te staan. Ook op bedrijventerreinen zullen gaten vallen. Er zullen weer veel creatieve en talentvolle mensen beschikbaar komen die (al dan niet met een uitkering) zoeken naar een zinvolle invulling van hun leven. Keren we dan terug naar 2008 waarin het ene na het andere ruimtelijke burgerinitiatief tot stand kwam? De tijd waarin vastgoedbezitters en gemeenten elke ‘leuk en hip’ initiatief toejuichten om hun vastgoed minimaal in stand te kunnen houden?

Dat is zeker te verwachten. Zeker is evenwel niet of creatieve ruimtemakers of burgerinitiatieven ervan zullen profiteren. De kans is groot dat private partijen, die veelal ongeschonden uit elke crisis te voorschijn lijken te komen, op koopjesjacht gaan en veel van dit soort ruimten gaan opkopen, tegen bodemprijzen wel te verstaan. De overheden zullen niet in staat zijn om daarbij partij te zijn. Gemeenten en rijk likken hun financiële wonden waarvan de omvang nog groeiende is.

Overheid moet ‘jubelen’

Toch kunnen gemeenten wel enige sturing geven aan de herinvulling van de ontstane ruimte. Als eerste zal men die nieuwe ruimte gebruiken om de nog steeds groeiende behoefte, of achterstand zoals sommigen zeggen, aan woonruimte in te vullen. Daarnaast kunnen gemeenten door sturing van gebiedsvoorwaarden richting geven aan een gewenste en noodzakelijke duurzame en buurtgerichte herinvulling. Meer ruimte, wettelijk en fysiek, moet aan buurten, buurtbewoners en creatieve en maatschappelijke initiatiefnemers gegeven worden om de draagkracht van de stad en haar innovatiekracht te vergroten. Herhaal niet de fout om wederom de eerste de beste investeerder de kans te geven zich op de leegstand te storten.
De gemeenten moeten inzetten op spreiding van bezit en een betere en rechtvaardige verdeling ervan. Diversificatie van gebruik en eigendom maakt steden en buurten weerbaarder tegen volgende crises, waar dan ook door veroorzaakt. Gemeenten moeten hun verantwoordelijkheid nemen om binnen hun mogelijkheden te gaan ‘jubelen’.
De klokken moeten weer gelijk gezet worden en niemand anders dan de overheden kunnen dat doen.

Als de schending van de Grondwet, waarbij het recht op verzameling en demonstratie is opgeheven, voorbij is, moet de burger weer van zich laten horen. Eens moet de samenleving weer opveren. Anders gaat er meer verloren dan de economie, maar erodeert het sociale weefsel dat een samenleving en cultuur maakt tot wat het in eeuwen is geworden.