Manifest Stadslabs pleit voor meer lokaal experiment

Zonder financiële ondersteuning is burgerinzet onmogelijk

Een tijdelijke ‘stedelijke interventie’ in Rotterdam door ‘Happy Streets’ (2017). ©️

Stadmaken is langzamerhand steeds meer een begrip voor stadplanners, vastgoedbezitters en gemeentelijke overheden. Het zijn betrokken ‘bemoeials’ die menen dat het beter kan én moet met onze steden en dorpen. En alhoewel zij daaraan veelal het gelijk aan hun zijde hebben, komen ‘systeempartijen’ en de politiek vooralsnog niet veel verder dan lippendienst aan burgerparticipatie en ‘samen’ stadmaken.
Op het stadmakerscongres in Rotterdam van 9 november jl. werd het Manifest Stadslabs gepresenteerd. Een oproep om nu echt werk te maken van burgerinvloed.

Tijden van ‘Umbruch’
Het zijn tijden van forse omwenteling, ofwel in het Duits ‘Umbruch’, waarin het lijkt of alles op de schop moet. Discussies over onze wijze van samenleving, over insluiten en uitsluiten, over zwart of wit, integratie, immigratie en zo nog wat thema’s. De samenleving lijkt over diverse thema’s te polariseren. Feiten lijken minder relevant geworden dan meningen, wetenschap minder dan eigen waarnemingen, talkshows belangrijker dan journalistiek.
De onrust komt op een moment dat de nu 30 jaar lopende neo-liberale herschikking van onze economie op of over haar hoogtepunt lijkt te zijn. Micro-baantjes (‘shitty jobs’), met de app als opdrachtgever, aaneenrijging van tijdelijke banen en zelfstandig ondernemerschap als enige manier om werkloosheid te voorkomen. Een tijd waarin ‘delen’ als woord in bijna elke volzin voorkomt, maar waarin de deeleconomie is ontmaskerd als een jacht op bemiddelingsfees en marktdominantie van grote (Amerikaanse) monopolisten. Ook een tijd waarin de overheid na jaren ‘terugtreden’ afhankelijk is geworden van de markt om haar beleidsdoelen te realiseren en daarmee te veel verweven is geraakt met het datzelfde bedrijfsleven. De burger is in een machteloze positie gekomen, wat tot onvrede, frustratie en politiek opportunisme heeft geleid.

Krakers voorkwamen dat het Fort Pannerden (Gelderland) ten prooi viel aan commerciële ontwikkeling. ©️ (meer info)

Burgers nemen invloed als ze het niet krijgen
Afgelopen 9 november (2018) kwamen in Rotterdam weer talrijke stadmakers uit heel Nederland bijeen om de stand van de stad te bespreken. Met een uitgebreid programma werd de relevantie en de omvang van het fenomeen stadmaken al snel duidelijk. Eigenlijk is ‘stadmaken’ niet de juiste term. Het suggereert dat wijkinitiatieven voorbehouden zijn aan de steden, maar ook menig dorp, van Randstad tot de Achterhoek, kent bijzondere voorbeelden van burgerinvloed op de vormgeving en inrichting van de woon- en leefomgeving.
Makkelijk gaat het vaak niet. ‘De markt’ en de lokale overheid (gemeente) staan meestal niet te trappelen om goed bedoelde ideeën van de burger aan te horen, laat staan uit te voeren, ook al staat burgerparticipatie in menig beleidsnota met hoofdletters geschreven. Dat bijvoorbeeld burgemeester Marcouch van Arnhem dit voorjaar niet inging op een uitnodiging van de stichting Coehoorn Centraal om kennis te maken met dit burgerinitiatief, kan een indicatie zijn dat krachtige burgerinitiatieven niet altijd op onverdeeld enthousiasme van gemeentebestuurders kunnen rekenen.

Dat signaleert ook het tijdens het Rotterdamse stadmakerscongres gepresenteerde ‘Manifest Stadslabs’ van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie: ‘De drijfveren van menig stadmaker zijn intrinsiek ideëel om een mooiere, betere stad en leefomgeving te maken. Die intrinsieke maatschappelijke betrokkenheid maakt de stadmaker een bevlogen ambassadeur voor verandering en transitie. Maar ook naïef en verdacht uit oogpunt van veel overheden. …
Vaak doen overheden het lokaal stadmaken af als ‘gerommel’ in de marge als het gaat om de grote maatschappelijke opgaven.

De Honig-fabriek, een alternatieve (tijdelijke) gebiedsontwikkeling in Nijmegen met burgerinitiatieven maar onder regie van de gemeente. ©️

Besturen met de markt als uitvoerder
De overheid heeft in de afgelopen decennia zoveel taken en daarmee uitvoeringsmacht aan ‘de markt’ overgedragen, dat zij voor de uitvoering van haar beleid ook niet meer om grote marktpartijen heen kan. Ook het middenveld zoals woningcorporaties moesten lijdzaam toezien op inperking van hun bevoegdheden om in een wijk actief te zijn. Een speciale miljardenbelasting heeft ook hun financiële kracht verzwakt. En de burger zag hoe de markt steeds meer vorm gaf aan de stad of het dorp. De gemeente in de rol brengen van facilitator en verkoper van grond. De burger had het nakijken.
Het Manifest benadrukt de positieve effecten van burgerinitiatieven: ‘Naast innovatieve maatregelen in de leefomgeving gaat het ook om het activeren van uiteenlopende sociale groepen en het verbreden van het draagvlak in de gemeenschap. Stadslabs zijn de verbinder tussen sociale groepen: de kracht van storytelling via social media maakt dat er lokaal een brede beweging op gang komt.  Anders dan de gemeente kunnen stadslabs de lokale gemeenschap verbinden en activeren. Dit leidt tot vorming van lokale communities die zelfstandig leren en actief kennis ontwikkelen en uitwisselen.
In een tijd waarin de burger vaak het gevoel krijgt dat ontwikkelingen buiten hem om gaan, de politiek eerder polariseert dan verenigt, zijn verbindende initiatieven in de wijk van groot belang om de sociale vrede te behouden en het ‘sociaal contract‘ van een werkende samenleving in stand te houden.

Het burgerproject ‘Coehoorn Centraal’ in Arnhem voor creatief ondernemerschap en buurtreanimatie. ©️ (meer info)

Gemeente niet alleen tegenstander
Het Manifest constateert terecht dat het gemeentehuis niet een hecht bastion is van weerstand en desinteresse: ‘Gemeenten zijn belangrijke partners van stadslabs, maar de systeemwereld van de gemeente wordt het belang van het stadslab niet altijd herkend en initiatieven van bewoners worden lang niet overal gekoesterd. Aan de andere kant waarderen stadslabs te weinig de gemeenten waar ze actief zijn: de gemeente is niet de tegenstander. Ook binnen de gemeente zijn er zeker medestanders te vinden.
Niet alle burgerinitiatieven werken langs dezelfde lijnen. Zo kan het ene initiatief kiezen voor een nauwe samenwerking met de overheid en haar financiële basis ontlenen aan subsidies. Anderen houden wat meer afstand van de politiek en bestuur om zo hun autonomie zoveel mogelijk te behouden. Enkelen zijn zelfs activistisch en organiseren grensverleggende acties om hun initiatief verder te brengen. In ons buurland Duitsland is burgeractivisme veel sterker dan in Nederland waar ‘polderen’ een lange traditie heeft. Toch zien ook steeds meer initiatieven in dat mooie intenties bij systeemkritische initiatieven niet genoeg zijn. Machtsvorming is dan onvermijdelijk. Hierbij kan dan sprake zijn van een actieve media-campagne, inzet van politieke beïnvloeding en vereniging van krachten door bundeling en samenwerking met andere initiatieven.

Het centrale gebouw en toekomstige kas van het Groningse ‘Tuin in de stad’. ©️ (meer info)

Waarde-ontwikkeling, maar voor wie?
Architectuurhistoricus Roel Griffioen heeft de discussie over broedplaatsen en gentrificatieprocessen aangewakkerd door publicatie De Frontlinie (2017) (artikel in De Correspondent). In zijn boek noemt Griffioen enkele Amsterdamse voorbeelden van gaten in de stad die, nadat kunstenaars er een tijd gewoond en gewerkt hadden, de aandacht van investeerders gingen trekken en vervolgens voor tientallen miljoenen euro’s eigendom werden van vastgoedconglomeraten. Griffioen: ‘Kunstenaars en creatieven: ‘wegbereiders, zelfs quasi neo-liberale modelburgers
Voor de mismatch tussen waarde-ontwikkeling en waarde-inning vraag ook het Manifest aandacht: ‘De ambivalentie rond waardecreatie komt tot uitdrukking in de verontwaardiging dat de stadmaker niet beloond wordt voor zijn inspanningen om nieuwe waarde(n) te creëren in een achtergebleven of in onbruik geraakt gebied. Vooral gemeente en ontwikkelaars blijken te profiteren van de waardecreatie door de stadslabs.‘ Het Manifest stelt terecht dat het onbetaald werken vanuit ideële drijfveren hoogstens een paar jaar lukt maar dat zonder continuïteit en ‘revolving’ investeringsmiddelen de professionalisering en opschaling van stadslabs niet van de grond komt. En laten we eerlijk zijn, veel gemeenten zien stadmakers liever gaan dan komen omdat andere belangen voor gaan.
Het is dan ook goed dat gemeenten nu eens oprecht werk gaan maken van ‘democracy by doing’ en actieve buurtbewoners gaan ondersteunen om binnen redelijke randvoorwaarden vorm te geven aan hun leefomgeving. Daarbij is het noodzakelijk dat overheden ook nieuwe financiële en juridische arrangementen ontwikkelen die dit soort initiatieven een zelfstandige positie kunnen geven. In het midden van het financiële geweld van de markt en de wettelijke beperkingsmacht van de overheid.

Het Manifest Stadslabs (pdf).

Deze content wordt beschermd door COPYSCAPE.