Hoe Arnhem haar oorlogswonden heelt

en meteen haar stedebouwkundige dwalingen corrigeert.

De onlangs in gebruik genomen bovengronds gebrachte Sint Jansbeek in Arnhem.

Arnhem is een van de vele middelgrote steden (100.000-200.000 inwoners) in Nederland. Toch is de stad geen ‘gemiddelde’ Nederlandse stad. De WOII heeft een zware mentale en stedelijke wissel op de stad getrokken, waarvan het nu, 70 jaar na dato, pas lijkt te herstellen. En in een moordend tempo. Haar creatieve potentieel is onevenredig groot ten op zichte van haar omvang van 155.000 inwoners.
Een kort overzicht van stedelijke ingrepen en dwalingen van een stad die niet kon stoppen met zoeken en dwalen.

Grote oorlogsschade in Arnhem. (foto: AP, bron Gelders Archief).

De oorlog
De oorlog is voor Arnhem anders verlopen dan in voor inwoners van veel andere Nederlandse steden. De ‘Slag om Arnhem’  mislukte en de bevrijding van de stad en haar inwoners verdween achter de horizon. De Duitse bezetter verordonneerde in september 1944 ontruiming van de totale stad en de omliggende dorpen, uniek in de Nederlandse geschiedenis. Maar liefst 150.000 inwoners van de stad en omliggende dorpen moesten het maar uitzoeken hoe ze wegkwamen en waar ze heengingen.
Toen de Arnhemmers na de overgave van NAZI-Duitsland weer naar hun stad terugkeerden, waren hun huizen geplunderd, de oude binnenstad grotendeels verwoest. Slechts 1% van de huizen was onbeschadigd.
Het trauma van de evacuatie heeft de stad generaties lang met zich mee gedragen. Door de evacuatie heeft Arnhem geen bevrijding beleefd. De oorlog kent in Arnhem alleen de schaduwzijde van de evacuatie en haar vernietiging, de vreugde van een bevrijding is nimmer gevoeld.
De stad moest opnieuw beginnen.

Video: 3D-reconstructie van de oude Arnhemse binnenstad die grotendeels tijdens de Slag om Arnhem werd vernietigd.

Het nieuwe Centraal Station van Arnhem.

De wederopbouw
Met zoveel schade aan huizen en overheidsgebouwen kon de stad niet kieskeurig zijn in het herstel. Wat niet herstelbaar leek moest wijken voor snelle nieuwbouw. En daarmee verdween definitief een groot deel van de zuidelijke binnenstad. De wederopbouw ging hand-in-hand met sanering van verouderde wijken. Het Stationsplein, het gebied rond de Grote Eusebiuskerk in de binnenstad en de stadsdelen aan de noordoever van de Rijn (zuidelijke binnenstad) ondergingen een ongekende metamorfose. Later zou er kritiek komen op de toen gerealiseerde crisisbouw. Anderen zagen ook de monumentale waarde van de wederopbouw-architectuur.
Niet alles kon zonder verzet van de bevolking tegen de vlakte. De geplande brede snelweg over de groene Lauwersgracht en de sloop van het prachtige Musis Sacrum ging door volksverzet niet door. Zelfs de brandweer schreeuwde ‘moord en brand’: de Lauwersgracht was immers essentieel voor het bluswater.
Arnhem bouwde nieuwe wijken ten oosten van de binnenstad, de wijk Presikhaaf, en aan de zuidoever van de Rijn, de wijk Malburgen. Arnhem gold met haar nieuwbouwprojecten als toonaangevend. Vooral het toen revolutionaire winkelcentrum ‘Presikhaaf’ oogste veel internationale waardering.

De grote centrale trap in Rozet.

De Grote Ambities
De internationale trends in de jaren zestig van de vorige eeuw gingen in de richting van ruim baan voor de auto. De auto werd bereikbaar voor het grote publiek en steden worstelden met al dat geparkeerde en bewegende autoverkeer. Steden moesten desnoods slopen, grachten dempen om de auto snel door de stad te krijgen. Deze trend ging van Amsterdam tot Berlijn en van Groningen tot Arnhem. Geen stad ontkwam aan de bijbehorende vernietiging van het vooroorlogse stedelijke weefsel.
Arnhem herbouwde na de oorlog de Eusebiuskerk, niet in haar oorspronkelijke vorm en formaat, maar een versie van maar liefst 93 meter hoog, naar ontwerp van architect Theo Verlaan. De restauratie moest reeds in 1991 weer worden overgedaan, een ingreep van 17 miljoen gulden (ongeveer €8 miljoen).
Ook werden plannen ontwikkeld om met één grote klap de hele zuidelijke binnenstad totaal opnieuw op te bouwen: het project ‘Rijnboog’ was geboren. Geen stedelijke ingreep is zo bestreden en verdedigd als dit plan. Het moest de zuidelijke binnenstad van een haven voorzien, grootschalige culturele instellingen huisvesten, en (dure) woningen. Maar vrijwel elk element in het plan stuitte op verzet van delen van de bevolking. Referenda, verhitte raadsdebatten. Het verdeelde Arnhem in ‘behoudzuchtigen’ en ‘vooruitstrevenden’.
De financiële crisis van 2008 luide een onomkeerbaar einde in van de discussie: Rijnboog was meer niet haalbaar. Het moest kleinschaliger, meer organisch.

Ondernemers pauzeren in het Coehoornpark in de wijk Coehoorn.

De stilstand
De stad bleef met een kater achter. De zuidelijke binnenstad was niets opgeschoten. Vele miljoenen aan ontwerpen en adviezen van bureau’s met exotische namen verder, zocht de stad een weg uit de stedenbouwkundige puinhopen. Wie durfde nu nog met ambitieuze plannen te komen?
Toch gingen stilletjes een aantal ontwikkelingen door. Onaangetast door publiek debat timmerden werklieden verder aan het nieuwe Centraal Station van Arnhem. Een mega-project dat bijna 20 jaar van begin tot eind heeft geduurd. Ook het gehele omliggende stationsgebied ging op de schop. Verzet kwam er niet, of het moet het geklaag zijn over de ‘eeuwigdurende’ overlast van de bouw van het station. De bevolking leek te zeggen, het kan ons niets meer schelen, maar bouw dat ding nu eens af.
Ook werd in de politieke luwte gebouwd aan het multi-functionele gebouw ‘Rozet’, dat onder andere de bibliotheek zou huisvesten. En zo werd stilletjes de stad uit de impasse geloodst.

Het ‘Feestaardvarken’, een geschenk van Burgers’ Zoo aan de stad, rust in het Bartokpark.

De peilers van een nieuw Arnhem
Het Grote Plan, de grote ambities faalden jammerlijk. Voor de een was het een geluk, want Arnhem moest een ‘gewone provinciestad’ blijven, voor de ander een verloren kans, want Arnhem kon zoveel meer zijn dan een provinciestad.
Ondertussen gingen de ontwikkelingen door. Sommigen geruisloos, anderen niet zonder kritiek. Toen de eerste (internationale) prijzen voor het gebouw ‘Rozet’ en het ‘Centraal Station’ binnenstroomden, verstomde de meeste kritiek. De stad leek voor het eerst sinds de oorlog weer iets aan cynisme te hebben verloren en ingeruild voor verholen trots.

Een niet uitputtend overzicht van stedelijke ingrepen, klein en groot, top-down en bottom-up, die de stad een ander aanzien hebben gegeven.

  • Centraal Station en stationsgebied
    Het Centraal Station Arnhem bracht een totale make-over teweeg in het omliggende gebied. Verpauperde achteraf-straatjes werden aantrekkelijk publiek domein met een zeer succesvolle cinema, populaire grootschalige horeca en een spectaculaire entree tot de NS-treinen en ICE. Het station is meermaals in de prijzen gevallen.
  • Concertzaal Musis Sacrum
    Deze concertzaal was achterop geraakt met haar onderhoud. De ‘moderne’ aanbouw uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw was velen een doorn in het oog. Maar wat dan wel? Het werd een ambitieus plan. Er zou een grote moderne zaal van 1.000 stoelen worden gebouwd op de plek van de gewraakte aanbouw. Deze is inmiddels gereed en wordt binnenkort geopend.
  • Bartokpark / het Feestaardvarken
    Na de sloop van een klein monumentaal muziekzaaltje ‘Bartok’ werd deze plek in de Arnhemse binnenstad als omheinde zandvlakte aan haar speculatieve lot overgelaten. Totdat een aantal betrokken Arnhemmers van ‘DTO‘ en ‘Buro Harro‘ op het idee kwamen om de kale zandvlakte ‘tijdelijk’ om te zetten naar een echt Veluwe-landschap. Daartoe werd heide uit het park Hoge Veluwe overgebracht naar de Arnhemse binnenstad. Er ontstond een kleinschalig heuvelachtig heidelandschap. De tijdelijkheid is inmiddels lang-tijdelijk geworden. Het 100-jarige bestaan van Burgers’ Zoo werd gemarkeerd door een geschenk van de zoo aan de stad: het ‘Feestaardvarken‘ dat in het parkje werd geplaatst.
  • Rozet
    De gemeente was opdrachtgever tot de bouw van een multi-functioneel gebouw in de binnenstad: ‘Rozet’. De belangrijkste gebruikers van dit opmerkelijke gebouw werden de bibliotheek en Arnhems Kunstbedrijf. Het pand bleek na de opening een doorslaand succes. De architectuur sprak velen aan en was ook meermaals prijswinnend, zelfs in 2014 ‘Beste gebouw van Nederland‘, vóór het gerestaureerde Rijksmuseum in Amsterdam dat op de tweede plaats belandde.
  • Het Paradijs
    In tegenstelling tot wat de naam suggereert was ‘Het Paradijs’ een weinig aantrekkelijk stukje van de zuidelijke binnenstad. Al voor haar vernietiging in WOII was het een plek voor verpauperde woningen voor het armere deel van de Arnhemse bevolking. Na de oorlog werd het er met de wederopbouw niet veel beter op. Het gebiedje was onderdeel van het grote Rijnboogplan dat niet van de grond kwam. Een kleinschalige herontwikkeling naar stadswoningen heeft weer leven geblazen in dit deel van de binnenstad.
  • Het nieuwe Focus Filmtheater
    Het Focus Filmtheater is een filmhuis voor alternatieve films en richt zich op een specifiek publiek. Haar huidige plek midden op het uitgaansplein ‘De Korenmarkt’ wordt door menigeen als ongelukkig gezien. Het vooral door jongeren bezochte nachtleven, verhoudt zich moeizaam met het doorgaans oudere publiek van Focus. Vaak drongen geluiden van de Korenmarkt door in de filmzalen. Ook was het gebouw aan grootschalig onderhoud toe. Hierom werd besloten het theater naar het Kerkplein te verhuizen en daar nieuwbouw te realiseren. De bouw is nu in een afrondende fase.
  • Stadsblokken/Meinerswijk
    Arnhem kent twee opmerkelijke plekken aan de zuid-oevers van de Rijn: Stadsblokken en Meinerswijk. Beide liggen aan de overloopgebieden van de Rijn en hebben beide een (semi-)industrieel verleden. Was Stadsblokken de plek van de Arnhemse scheepsbouwmaatschappij ‘ASM’, Meinerswijk was een locatie voor een steenfabriek en grindwinning. Ook zou er in vorige eeuw ziekenhuisafval zijn gestort. Nadat deze activiteiten op beide terreinen waren gestopt, deed de natuur haar werk. Het gebied vergroende en een uniek gebied van groen en water ontstond. Inmiddels zijn, na een referendum, de plannen goedgekeurd voor gedeeltelijke (enkele procenten van het totale oppervlak) bebouwing met woningen. In ruil zal het resterende gebied worden ontdaan van hekken en de natuur verder worden ontwikkeld.
  • Water terug in de binnenstad
    De grootse plannen van ‘Rijnboog’ overschaduwden de wensen van een aantal Arnhemmers om de Sint Jansbeek weer bovengronds te brengen. De beek stroomde ooit van het Park Sonsbeek naar de Rijn. Echter door stedelijke ontwikkelingen verdween de beek voor decennia onder de grond. Ofschoon in het licht van de grote plannen er aanvankelijk wat lacherig over dit ‘kleine idee’ werd gedaan, heeft het wegvallen van ‘Rijnboog’, toch ruimte geboden aan dit plan. Inmiddels is de beek weer grotendeels bovengronds en is het aanzien van dit deel van de binnenstad aanzienlijk veranderd. De beek is deze week in gebruik genomen. Voor hen die illegaal wel eens een zijstraat in reden (ondanks het geldende inrij-verbod), is de confrontatie met de beek even schrikken. Inmiddels zijn al twee automobilisten in de beek beland.
  • Coehoorn Centraal
    Onderdeel van het grote ‘Rijnboogplan’ was een deel van de kleine wijk ‘Coehoorn’, tegenover het nieuwe Centraal Station. In voorbereiding op de sloop- en herontwikkelingsplannen heeft de gemeente een aantal panden aangekocht. Toen het Rijnboogplan kwam te vervallen restten deels ongebruikte panden. Burgerinitiatiefnemers zagen daar kansen voor een plek voor de rijkelijk omvangrijke creatieve sector van de stad. Zo werd het project ‘Coehoorn Centraal‘ geboren. Het project werd 5 jaar gegund (2013-2018). Inmiddels is het project zo waardevol gebleken voor de buurt, de ondernemers en de stad, dat de gemeente heeft ingestemd met een duurzaam model na 2018, waardoor het project permanent kan worden.
  • Modekwartier Klarendal
    Een verpauperde wijk Klarendal kwam in de tachtiger jaren ongunstig in het nieuws: er was grote overlast van veelal Duitse drugsverslaafden. Toen de trotse Klarendallers ingrepen en een auto van een drugstoerist op de kop keerden, was de maat vol. Alle partijen in de stad waren het eens, hier moest nu snel iets gebeuren. In een unieke samenwerking tussen de bewoners van Klarendal, de gemeente en Volkshuisvesting (die veel sociale huurwoningen beheert), is de wijk deels omgetoverd tot het Arnhems Modekwartier. De buurt is er zichtbaar op vooruit gegaan en is voor bezoekers aan Arnhem een omloopje waard.
  • Collectie De Groen
    Zoals zo vaak lokt het ene initiatief het andere uit. Zo heeft een particuliere kunstliefhebber een eigen kunstcollectie ondergebracht in een fraai opgeknapt pand in een van de zijstraten van het Arnhemse winkelgebied. ‘Collectie De Groen‘ grenst aan de achterzijde aan het ‘tijdelijke’ Bartokpark (zie boven) waardoor een bijzondere mix van kunst in een vooralsnog ruige setting is ontstaan. Een oude bankkluis als expositieruimte en een ruig aangeklede bar maken het initiatief compleet. Het ‘museum’ mag zich in grote belangstelling verheugen.
  • Theater aan de Rijn
    De achterzijde van ‘Collectie De Groen’ grenst aan Theater aan de Rijn. De komst van het Bartokparkje heeft de oriëntatie van het theaterpand op de omgeving letterlijk 180 graden gedraaid. Met een forse architectonische ingreep heeft het theater haar voorzijde naar de achterzijde gebracht, met een ingang dus naast het Bartokpark. Voor- en achterzijde hebben dus van plek gewisseld. En zo is een cascade van ontwikkelingen, grotendeels ongepland, ontstaan die dit deel van de stad in aanzien en aantrekkelijk fors hebben veranderd.
  • Coberco-terrein
    Deze oude melkfabriek heeft lang ongebruikt gestaan. Zo lang dat een deel van het industrieel erfgoed onnodig verloren is gegaan. Iedereen zag wel potentie, maar niemand wilde de grond kopen. Inmiddels is het terrein verkocht en is de weg vrij voor de ontwikkeling naar een bijzondere wijk waarin verschillende functies zullen worden gemengd. De verwachtingen zijn hooggespannen. Het kan, als de plannen doorgaan, inderdaad een bijzondere plek in Arnhem worden.
Uitzicht op Meinerswijk vanuit de heuvels aan de noordoever van de Rijn.

En het gaat maar door…
Bovenstaand overzicht is verre van compleet. Toch geeft het een goed beeld van hoeveel deze stad in een relatief korte periode aan veranderingen heeft ondergaan.
Het heeft er alle schijn van dat Arnhem eindelijk haar zoektocht naar een balans tussen ambitie en haalbaarheid heeft gevonden. De stad heeft haar schaamte voor ambitie van zich afgeschud, zonder te vervallen in onhaalbare megalomane plannen.
De zware oorlogsschade, in de stad en in de harten van veel Arnhemmers, lijkt overwonnen.
De stadsontwikkeling is nu in een gebalanceerde fase gekomen tussen groots en kleinschalig, tussen top-down en bottom-up, tussen gepland en ‘toeval’.

De stad herpakt zich en zoekt vol zelfvertrouwen haar eigen toekomst.