Georganiseerde onmacht

Waarom een overheid niet integraal kan denken en handelen

Leefbare buurten hebben actieve en betrokken bewoners nodig.


In steeds meer steden in Nederland en daarbuiten bemoeien burgers zich met de inrichting van hun wijk. Een vorm van de zo gepushte ‘participatieve samenleving’. De overheid doet een stapje terug, omdat de neoliberale tijdgeest dat vraagt, de burger moet wat vaker zijn eigen boontjes doppen. Maar hoe reageert de overheid op al die overijverige bewoners?

Tolereren of faciliteren

Burgerinitiatieven in de stedelijke ruimte worden niet erg op rijs gesteld. Getolereerd, liefst tijdelijk, maar wie de aspiraties heeft om na ommekomst van die opgelegde tijdelijkheid verder te willen, kan rekenen op bureaucratisch verzet. De overheid zet de lijnen uit, controleert en grijpt waar nodig met beroep op regels resoluut in.

Soms volstaat voor een bewoner een door de gemeente getolereerde opgetilde stoeptegel met Afrikaantjes, maar sommige burgerinitiatieven grijpen hoger, willen meer van de wijk maken dan de planners op het stadhuis lief is. En dan zijn vaak de rapen gaar. We spreken over initiatieven die ‘beslag leggen’ op gemeentelijk vastgoed of een stuk grond.

Dan gaan alle alarmbellen op het stadhuis af. Immers dan wordt volgens het inmiddels ingesleten neoliberaal economisch model, opgedrongen vanuit ‘Den Haag’ en ‘Brussel’, uit de kast gehaald. De samenleving moet gerund als een bedrijf. De burgers zijn ondernemers en dus onderhevig aan de regels en tucht van de markt.

De dogma van de markt

Zeker er zijn gemeenten die mazen in de vigerende economische religie vinden om zaken mogelijk te maken, ruimte te scheppen voor burgers om met gemeenschapsbezit, zoals gemeentelijk vastgoed, mooie, zinvolle en noodzakelijke dingen te doen. Echter de meeste gemeenten hebben de dogma’s van de markt geïnternaliseerd, zich eigen gemaakt. Anders denken is daarbij uitgesloten. En de ambtenaar die meent in het algemeen maatschappelijk belang een muizengaatje te hebben gevonden, wordt teruggevloten.

Ingewikkelder wordt het naarmate de ambities van een burgerinitiatief het opruimen van het plantsoen overstijgt. Zo is is Arnhem een burgerstadsproject gaande waarbij een klein gebiedje met meerder gebouwen is betrokken. Door de burgerinitiatiefnemers zo gewenste gemixte herontwikkeling van deze decennia verwaarloosde plek bezorgt menigeen op het stadskantoor hoofdbrekens. 

Zo zullen er door de initiërende stichting 3 gebouwen, eerder was sprake van 4 gebouwen, maar de gemeente draaide dat terug, worden aangekocht. Dat doet zij samen met kleinere ondernemers waarvan er zo’n 80 in het project actief zijn. Daarnaast was een nadrukkelijk wens van de stichting om een CPO-project in het gebied toe te laten. CPO staat voor Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Een groep formeert zich tot collectief en ontwikkelt en bouwt zelf een pand, of laat dit in opdracht doen. Veelal zijn dit groepen die collectief denken en handelen en ook nadrukkelijk bouwen en handelen om aan te sluiten bij de buurt. Geen individualistische stadsvilla’s met dito bewoners, wiens enige zorg is of zij ‘s avonds hun auto voor de deur kwijt kunnen.

Integrale visie. Kan dat wel?

Omdat het een aaneengesloten gebiedje betreft en er sprake is van ‘gebiedsontwikkeling’ is een ‘gebiedsvisie’ ontwikkeld. Daarin wordt vastgelegd dat het door het initiatief ontstane buurtparkje mag blijven, de stichting een aantal panden ‘mag’ kopen en verder dat sloop en nieuwbouw zal plaatsvinden.

Toch blijkt het een onmogelijke (of ongewenste) opgave om tot een integrale visie te komen. In tegenstelling tot wat de naam suggereert, is er geen sprake van een integrale gebiedsvisie. Het document is een optelsom van losse eisen en wensen, een beetje voor de stichting, een beetje markt, beetje sociale woningbouw, beetje stedelijk groen. Kavel voor kavel wordt afgebakend, van een bestemming en voorwaarden voorzien en aan belangstellenden uitgegeven.

Wat ontbreekt is enige samenhang. Ondanks alle lippendienst aan duurzaamheid, van het gas los, inclusiviteit en inzet op collectief en emissievrij vervoer, is niets van dit alles in de ‘gebiedsvisie’ terug te zien. Hier en daar een tekst die lonkt naar deze beleidsterreinen, maar de praktijk blijkt weerbarstig.

Beschikbare schone energiebronnen met een overcapaciteit in de buurt worden niet aangesproken. Een geavanceerd vuilafvoersysteem ‘om de hoek’ word niet aan de wijk gekoppeld. Discussie over parkeernormen op het niveau van een lommerrijke buitenwijk bewijst dat duurzaamheid en emissievrij vervoer geen prioriteit heeft.

Onmacht overheid

De vraag is of een complexe organisatie als een overheid en dus ook een gemeente zo’n opgave wel aankan. De deskundigheid is in grotere gemeenten meestal wel voorhanden. Ook werken bij veel lokale overheden zeer betrokken medewerkers. De keuze voor het ambtenaarschap is vaak een heel bewuste keuze om een bijdrage aan de samenleving te leveren. In de praktijk echter moeten ambtenaren van rubber zijn, gedienstig aan de grillen van het politieke mijnenveld dat hen aanstuurt. Met meerdere wethouders van verschillende politieke huize, wordt de organisatie vanuit verschillende maatschappijvisies tegelijk aangestuurd. Stuurt de ene wethouder zijn ambtenaren linksaf, de ander slaat direct rechtsaf. Voeg daarbij de grilligheid van de lokale politiek en je hebt eigenlijk een onmogelijk organisatiemodel.

Als PHILIPS ooit zo zijn aangestuurd, zou geen gloeilamp ooit de fabriek hebben verlaten. 

Zo’n multi-focus organisatie kan alleen integraal denken en handelen als dit langs geldende gebruiken, vooraf vastgelegde protocollen, voorschriften en wet-regelgeving gebeurt. Zelfstandige denkende en handelende afdelingen of individuele ambtenaren worden teruggevloten en op de regels gewezen: ‘zo doen we dat hier’. Wat dat ‘zo’ is, kan van dag tot dag verschillen.

We moeten vaststellen dat een overheidsorganisatie ‘georganiseerde onmacht is’. Wie daaraan nog twijfelt moet de huidige hulpeloosheid zien van onze centrale en provinciale overheden inzake energietransitie en klimaatmaatregelen. 

Burgerinitiatieven die op enige schaal denken en handelen stellen die ‘georganiseerde onmacht’ voor grote uitdagingen. Het integrale denken en handelen van veel burgerinitiatieven tart de door schotten, soms Chinese Muren’ gescheiden afdelingen. De wispelturigheid van de politieke aansturing, en de verschillende ‘politieke bloedgroepen’ in het bestuurlijke managementteam (het college van B&W) maken de organisatie onberekenbaar en vol discontinuïteit.

Tips voor actieve burgers

Zover de analyse. Wat moeten we met dit gegeven? Want een gegeven is het.

Een paar tips voor burgerinitiatieven:

  • Zorg zelf voor een coherente visie en handel ernaar,
  • Communiceer die visie, keer op keer, en onderbouw het goed,
  • Gebruik elke vis die in jouw richting zwemt, oftewel mobiliseer en steun de ‘partners’ op het stadhuis, ambtenaar, wethouder, raadslid,
  • Hou het gemeentelijk apparaat steeds je visie voor, corrigeer waar nodig via politiek of (eigen) media,
  • Zoek je motivatie om door te gaan, telkens weer, bij jezelf en je teamleden,
  • Reken dus niet op applaus en bloemen uit het stadhuis, je bent als initiatiefnemer lastig, je doorkruist alles wat heilig is op het stadhuis,
  • Bedenk dat jij langer bij je project blijft als de huidige wethouders op hun stoel, raadsleden in de raad, burgemeesters op hun zetel. Een burgerproject in Berlijn ‘versleet’ 7 burgemeesters voordat zij hun park, nu meermaals internationaal bekroond, hadden gerealiseerd,
  • Maak niet de fout om de ambtenaar en de mens achter de ambtenaar door elkaar te halen, de ambtenaar is onderdeel van bovenbeschreven chaotische systeem. De mens achter de ambtenaar denkt in veel gevallen anders dan hij moet handelen,
  • En hou vol, hou vol, zolang als nodig is. Word je er moedeloos van, zorg voor een goede opvolging. Jouw initiatief is groter dan jijzelf.