Freiraum in nieuwbouwprojecten

Nederland kent een sterke planningstraditie. Het is hierdoor niet eenvoudig om vrije ruimten (in urban Duits ‘Freiraum’) te vinden waarin bewoners zelf vorm mogen geven aan de openbare ruimte.
Maar wat valt er door bewoners nog vorm te geven bij een grootschalig nieuwbouwproject als de Amsterdamse Sluisbuurt?
Dat was de vraag van de gemeente Amsterdam aan Urban Inspiration. Onderstaand het antwoord op hoofdpunten.

Urban Inspiration kan u ondersteunen bij de ideeënvorming en uitvoering van een dergelijk aanpak. Dat kan ook voor één veld zijn. Neem vrijblijvend contact op voor meer informatie.

Ruimte

Ruimte reserveer je. Veel grond is immers (nog) in bezit van de gemeenschap, lees de gemeente. Bij het maken van een ruimtelijk plan voor een nieuwbouwwijk worden velden gereserveerd voor openbaar groen. Zonder uitzondering worden deze velden vooraf ontworpen en ingericht. Omdat er nog geen bewoners zijn, een makkelijke opgave. Geen ‘gedoe’ met inspraak van omwonenden.
Het is echter ook niet moeilijk om deze velden open te laten tot de eerste bewoners hun intrek in de wijk hebben genomen. Pas dan kan de invulling door omwonenden ontstaan. Een gemeente moet daarbij niet te karig zijn. De waarde van het ruimtelijk eigenaarschap voor het sociale leefklimaat in de wijk is onomstreden.

Vrije velden

Het open laten van velden, zeg maar de als plantsoenen ingeplande oppervlakten, moet wel met enige zorgvuldigheid gebeuren. Het open laten betekent dat er in de gereed zijnde bebouwing een met zand bedekte plek ontstaat. Zonder enige sturing is dat al snel een hondenuitlaatplaats geworden. Waar overigens ook behoefte aan is, maar dat terzijde.
Sturing betekent dat de velden een functie toegewezen krijgen. Denk daarbij aan de functies bewegen/sport, community/ontmoeting, beleving/markt/optreden en groen/tuin/urban farming.
De toewijzing van functies is onderdeel van het ontwerpproces van de wijk. Bij de keuze van functie van een bepaald veld worden ligging, omvang (en mogelijk eigenschappen) van het terrein betrokken. Zo zullen overlastgevende activiteiten eerder decentraal worden ingepland en community/ontmoeting juist centraal in het plangebied. Ook kunnen criteria een rol spelen die samenhangen met de sociale opbouw van de toekomstige wijk: wil je de functies van de velden laten aansluiten bij het sociale profiel van de plek of juist niet? Een uitgekiende mix van veldlocaties kan menging van sociale milieus worden bevorderd, zoals bijvoorbeeld in het Berlijnse Park am Gleisdreieck. Zie onderstaand een schets van zo’n functionele indeling van vrije velden in de Amsterdamse Sluisbuurt.

Uitdagen: open call

En dan liggen de zandveldjes, hier en daar met wat opschietend pioniersgroen, te wachten op een invulling. De nieuwe bewoners, net geland in hun nieuwe omgeving, moeten worden uitgenodigd of uitgedaagd om met ideeën te komen. Belangrijk is dat zij die met ideeën komen, deze ook (grotendeels) zelf kunnen realiseren. Deze methode is immers geen variant op ‘ideeën ophalen in de stad’, zoals we dat nu vaak doen.
Die ideeën moeten ook liggen binnen de (breed) geformuleerde bestemming van het betreffende veld. Soms is een idee goed, maar niet zonder hulp realiseerbaar. Dan kan een uitvoerende partij worden gezocht die ondersteunt bij de realisatie. Dat kan een andere groep vrijwilligers zijn, een adviseur of de gemeente zelf. Let wel, het gaat om aanvullende hulp, niet om het idee geheel te realiseren. In veel gevallen is er gemeentelijk budget voor de inrichting van de ‘openbare ruimte’. Deze kan worden aangewend voor inrichtingsmaterialen, beplanting of meubilair. Soms kan ook tijdelijke kennis worden ingehuurd. De gemeente is hier dus niet passief, maar actief met ondersteuning.

Selectie

De selectie van trekkers van een veld vergt wel aandacht en zorgvuldigheid. Het gaat immers om publieke ruimte waar alle omwonenden een mening over zullen hebben. De kwaliteit van het toekomstig ingerichte en gebruikte veld hangt niet zozeer van het ontwerp af, zoals we dat gewend zijn, maar van de geselecteerde kartrekkers. De gemeente heeft daarin een beslissende stem. Per situatie wordt bepaald of men omwonenden bij de selectie van de kartrekker betrekt.
Het kan zijn dat bij een open call zich te weinig geschikte kandidaten melden. Dan kan de gemeente besluiten om partijen gericht uit te nodigen. Menig stad van enige omvang kent gangmakers in de publieke ruimte.
Het ligt voor de hand dat de beter geschoolden zich het eerst zullen melden. Veel initiatiefnemers zijn goed opgeleid en weten hun weg in de complexe wereld van het stadsbestuur. Toch is het zaak om buurtbewoners die minder in het oog springen via bestaande netwerken uit te nodigen, als kartrekker, maar vaak ook als ondersteuner van een kartrekker.

Geld en waarde

Een initiatief kan niet zonder geld. Een initiatief heeft tijd nodig om van waarde naar geld te komen. Maar wie doet de initiële investering? En wat doe je bij initiatieven in het sociale domein, activiteiten die amper geld zullen opleveren?
Zoals gezegd, staat de gemeente niet met de handen over elkaar. Maar bepaalt functie van een veld, selecteert partijen, ziet toe op centrale waarden (zie verder), stelt haar kennis beschikbaar en doet waar nodig investeringen. Zij adviseert ook bij het aanvraag van subsidies.
Afhankelijk van het type initiatief zijn er verdienmodellen denkbaar. Soms zijn dat toegangsgelden, soms kan (lichte, functie-ondersteunende) horeca een bron van inkomsten zijn. Kortom, het is maatwerk.
Voorop staat dat een initiatief het algemeen belang dient. Dat wil niet zeggen dat iedereen het leuk moet vinden, maar dat er een substantiële groep in de wijk moet zijn, die van het initiatief gebruik maakt. Voor louter private en commerciële initiatieven is het vrije velden concept niet bedoeld.

Vertrouwen en risico

Na een zorgvuldige selectie moet er enig vertrouwen ontstaan om de geselecteerde initiatiefnemers in vrijheid hun gang te laten gaan. Natuurlijk kan het geen kwaad om vooraf een aantal zaken helder vast te leggen: probeer dat op hoofdlijnen te doen, op waarden, niet op regels en voorschriften, of het moet om veiligheid gaan. Beschouw de kartrekker(s) als immaterieel eigenaar van het veld, en eigenaren kun je niet met een vingerknip tot de orde roepen. Pas als kartrekkers centrale waarden aantasten is er aanleiding voor een ‘goed gesprek’.
Centrale waarden zijn vooraf geformuleerd, hiervan is ‘algemeen belang’ de meest fundamentele. Per veld wordt het belang specifiek omschreven. Daarnaast wil de samenleving, zoals de omwonenden, nog andere waarden gerespecteerd zien. Het gaat hierbij over veiligheid (op alle terreinen), openbare orde en overlast, gezondheid en milieu. Een overheid zal altijd moeten sturen op deze waarden en zorgen voor handhaving. Dat betekent niet een initiatief langs een brei van procedures, handtekeningen en stempels te leiden. Een goed gesprek gericht op het ‘gezonde verstand’ zal in de meeste gevallen volstaan. In noodsituaties kan de gemeente op grond van haar wettelijke positie altijd ingrijpen. Maar tel wel eerst tot tien.