Een andere realiteit voor de stad

Hoe is het leven in de stad na Corona?

[newsletter_lock]

We zitten in ongewone tijden. Voor het grootste deel van de bevolking dat de Tweede Wereldoorlog niet heeft meegemaakt, is dit een tijd zonder vergelijk. Een wereld die vrijwel gelijktijdig haar openbare leven en daarmee haar economie stilzet om een virus te bestrijden. Het is nog niet eerder vertoond. 
Ofschoon ons denken nog gevangen zit in emotie en het hier en nu, moet nu toch de fase komen van het perspectief. Niet alleen naar een uitgang uit de beklemmende lock down, maar ook het plaatsen van deze crisis, dit virus, in perspectief. Is deze situatie zo onvergelijkbaar als wordt aangenomen? En, voor deze website het hoofdthema, wat doet het met onze urbane centra? Een spannende vraag waarbij wij graag uw mening horen.

Toeristen in Vaticaanstad in Rome.©️

Alle foto’s ©️

Is Corona historisch?

Het is niet de kern van deze website om over dit heikele onderwerp uitspraken te doen. Maar er zijn al genoeg onomstreden bewijzen dat deze pandemie een wereldwijd virus is, maar daarmee zeker niet uniek. Haar effect op de gezondheid zijn niet uniek. Onze aanpak daarentegen wel.
Dat gezegd hebbende rijst de vraag, welke gevolgen gaat het virus en de wijze van bestrijding hebben voor onze urbane gebieden. En omdat de werkelijkheid in veel gevallen onze manier van kijken en denken volgt, wil ik in dit artikel vooral bij deze twee aspecten stil staan.

Wat kenmerkt de huidige situatie?

Termen als bizar, verwarrend, schokkend, beklemmend, bevrijdend, complex, bedreigend, rampzalig, killervirus, de grote gelijkmaker, de gamechanger en nog zoveel meer, beïnvloeden onze waarnemingen. Overheidsbegrippen als ‘het nieuwe normaal’ en ‘de anderhalve meter economie’ geven verder richting aan ons denken.

Je vraagt je af of deze vooral door emoties gedreven stemming wel de juiste voedingsbodem is om over het post-coronatijdperk na te denken. Het stof is nog niet neergedaald. Nog te veel strijd over de vraag hoe erg het virus is en dus hoe gerechtvaardigd de historische ingrepen in economie, samenleving en rechtsstatelijkheid zijn. Het is niet ondenkbaar dat deze nog lopende controverse ons denken over de gevolgen vervormt.

Wat heeft deze crisis blootgelegd?

Veel, kun je wel stellen. We zijn gaan nadenken, zelfs twijfelen, of onze mondiale reislust nog wel verantwoord is. We wisten al van de aanslag die massatoerisme op de populaire wereldsteden legde. Ook het vervoer van die miljoenen op zoek naar een selfie als bewijs ‘er geweest te zijn’ eiste al langer zijn tol. De wijde omgeving van luchthavens zuchten al jaren onder verkeerslawaai en de reuk van kerosine. Nu de luchten 90% minder vliegverkeer hoeven te verdragen, lijken de horizonten helderder, de lucht frisser en aantoonbaar schoner.

Onze onderlinge verbondenheid is door deze virusuitbraak meer dan ook merkbaar geworden. Ineens realiseren wij ons dat we artikelen en onszelf van hot naar her over de wereld slepen. Met een muisklik gaat een stukje plastic van €1,00 op de boot om vervolgens de wereld rond te varen.
Miljarden verdient Nederland met het op tijd op tafel hebben van bloemen, niet alleen in Nederland, maar vooral in de hele wereld: verse tulpen in appartementen op Fifth Avenue, de Ramblas, Avenida República do Chile. Garnalen vangen op de Noordzee, laten pellen in Marokko en weer verkopen in de winkelstraten van onze steden. Nederlandse ham tot Parmaham maken door de varkens naar Italië te verslepen, en daar te laten slachten en inblikken. Weer te koop in onze supermarkten.

En de rij van tamelijk onnavolgbare ontsporingen in onze economische (wan-) orde is oneindig.

Verder lezen >>>

Wat heeft deze crisis versterkt?

De rust op straten en pleinen van populaire steden heeft een nieuw beeld van de bebouwde omgeving opgeleverd. Een plein, zoals bijvoorbeeld de Dam in Amsterdam, lijkt ineens een filmdecor, niet verstoord door drommen mensen, ijskarretjes, kermissen of andere tekens van menselijke activiteit.
Ineens lijken de straten ruimer, vriendelijker voor mensen te voet, voor spelende kinderen. Ineens zie ik op een stoep weer een hinkelbaan in krijt. Infrastructuur weer als speelplaats.
We zien de heldere luchten, we ruiken de bomen en de bloesem niet meer verdreven door de uitlaatgassen van voorbijrijdende auto’s. Het water is helderder, of lijkt het maar zo. Het heeft ons doen beseffen dat de klimaatdoelstellingen ineens wel haalbaar zijn, al lijkt dat niet zonder extreme economische en maatschappelijke kosten te gaan.

We hebben winkelen ontdekt zonder te ‘shoppen’. Winkelen omdat je iets moet kopen dat noodzakelijk is voor je levensonderhoud. Shoppen, een luxe vorm van kijken wat je allemaal zou moeten kopen. Luxe en noodzakelijke winkels, het onderscheid is ons weer duidelijk. Wat heb je aan een Nutella-winkel als je toiletpapier moet hebben of brood?

De openbare ruimte is weer voor de aanwonende. Commercieel gebruik was geminimaliseerd, vaak geheel afwezig. Het plein is weer gewoon een open ruimte, een publieke ruimte. Niet meer voor de bezoeker van ver, maar voor de gebruiker van dichtbij. Ineens zitten we ‘opgescheept’ met onze buren, onze straat, onze buurt. De wereld wordt kleiner. Wordt het gevoel van nabijheid versterkt door de beperkingen in reizen? En is het tijdelijk of blijvend?

Wat heeft deze crisis verzwakt?

Heeft de Corona-crisis de samenleving nader tot elkaar gebracht of zijn wij juist van elkaar verwijderd geraakt? Is het saamhorigheidsgevoel versterkt of verzwakt? 
Ik neig naar het laatste. Binnen sectoren van de samenleving zal de crisis een gevoel hebben opgeroepen dat ‘we’ samen tegen een onbekende ‘vijand’ strijden. Een gevoel dat door slogans van de overheid ‘Samen tegen Corona’ ook is gepropageerd. Maar het is niet ondenkbaar dat tussen verschillende groepen de kloof verder is gegroeid. Zo is duidelijk geworden dat het virus niet evenredig over bevolkingsgroepen heeft toegeslagen. Ofschoon nog weinig onderzoek is gedaan naar de socio-demografische kenmerken van de distributie van het virus, lijkt het dat het virus in buurten met een lagere sociaaleconomische status meer kans op verspreiding heeft gekregen dan in de wijken met een hogere sociaaleconomische status. Toegang tot de gezondheidszorg is niet in alle landen gelijkmatig over de gehele bevolking verdeeld. Wie geld heeft krijgt veelal betere en sneller medische zorg. Ook de huisvesting van dicht op elkaar levende bewoners maakt een vergrootte kans op besmetting aannemelijk. Een wantrouwen in de overheid en daarmee het opvolgen van beperkende maatregelen zal hier wellicht ook geringer zijn.

Lees verder onder foto’s >>

Zicht op London Docklands©️
Manneke Pis token van Brussel. ©️
Buurtbewoners op Manhattan. ©️
De maan in hartje Groningen-stad.©️

Het is pas echt crisis als er geen antwoorden meer zijn op de vragen.

Loesje Arnhem

Scenario’s CPB 2020

> Maatregelen duren 3 – 12 maanden.
> Krimp 1,2% tot 7,3%.
> Werkloosheid 4,5% – 9,4%.
> EMU-schuld 49,9% – 61,7%

Rapport CPB (pdf)

NIEUW!
Urban Forum

U kunt uw reactie achterlaten onder dit artikel, maar ook gebruikmaken van ons nieuwe forum. Even aanmelden en u kunt direct uw visie of ideeën delen.

Naar het Forum

Is Corona een systeemschok, een gamechanger, of een korte aardbeving?

Het is moeilijk te voorspellen wat de gevolgen op de lange termijn zijn van de maatregelen die ter bestrijding van het virus zijn genomen. Dat maakt het ook niet eenvoudig om voorspellingen te doen over wat dat betekent voor de steden. Bij de vraag welke effecten we kunnen verwachten moeten we onderscheid maken tussen:

  • het virus zelf en haar gevolgen voor de gezondheid en gezondheidszorg;
  • de beperkende maatregelen ter bestrijding van het virus zoals 1,5 meter afstand en verbod op samenkomsten;
  • de economische gevolgen van de genomen beperkende maatregelen.

Het virus

We kunnen vaststellen dat, gelukkig, het virus zich niet bewijst als exceptioneel in haar gevaar voor de volksgezondheid. Ook al zijn enige verschijnselen wellicht enigszins afwijkend van eerdere virusuitbraken, het blijkt geen ‘killervirus’. Uiteraard met de kennis van nu. Gelijktijdigheid bij besmetting tijdens grote manifestaties hebben wel lokaal tot een lange overbelasting van de gezondheidszorg geleid. Zoals ook bij eerder grote uitbraken (2016 en 2018) trof het virus dezelfde groepen als bij vrijwel alle voorgaande virussen: ouderen met een (sterk) verzwakte weerstand of zij met specifieke ernstige aandoeningen.
Beter en eerder dan nu zullen deze groepen geïnformeerd moeten worden over het (zelf) treffen van beschermingsmaatregelen. Er moet voldoende materiele en personele rek in de gezondheidszorg zitten om toekomstige pieken adequaat te kunnen opvangen. Nederland heeft door bezuinigingen en privatisering (en sluiting van niet-rendabele) ziekenhuizen, een van de laagste IC-capaciteiten van Europa.

Steden zijn natuurlijk ideale plaatsen voor een snelle verspreiding van een virus: het aantal ontmoetingen tussen mensen is groot, uitwijkmogelijkheden in de schaarse ruimte beperkt. Het lijkt erop dat armere wijken in megasteden meer door het virus getroffen zijn dan de betere gesitueerde wijken. Immers de bebouwingsdichtheid in armere wijken is groter en de mogelijkheden om lang binnenshuis te verblijven zeer beperkt. Voor Nederlandse steden geldt dat in mindere mate omdat dichtbebouwde getto’s hier amper voorkomen.
Alleen bij toekomstige nieuwbouwwijken zou nog eens kritisch naar de omvang van openbare (groene) ruimte gekeken kunnen worden. De bestaande bebouwing aanpassen is geen reële optie.

De beperkende maatregelen

Het is duidelijke geworden hoe uitzonderlijk zwaar de getroffen maatregelen de samenleving hebben geraakt. Er zijn nog niet goed in te schatten sociale en psychologische schaden ontstaan. Uit onderzoek blijkt dat 40% van de mensen zegt na deze crisis psychologische hulp nodig te hebben. Veel relaties zijn onder hoogspanning gekomen.

De angst die het gevolg is van een te intensieve en op angst gerichte berichtgeving hebben veel mensen ten opzichte van elkaar wantrouwend gemaakt. Dat heeft tot spanningen in de winkels en publieke ruimten geleid. Zeker bij het herstel van openbare voorzieningen, zoals het vervoer, zullen extra inspanningen vanuit de overheid moeten komen om mensen weer terug te laten schakelen van angst naar gezonde voorzichtigheid, gevoed door kennis van zaken.

Het sociaal-emotionele aspect is beschadigd geraakt en behoeft aandacht en herstel. De maatregelen moeten binnen afzienbare tijd gefaseerd worden teruggeschakeld van te sanctioneerde plichten naar adviezen en eigen verantwoordelijkheid. Een meer feitelijke niet op emotie gebaseerde informatiecampagne kan de bewoners, de burger, weer vertrouwen geven om zelf te letten op zijn gezondheid en dat van anderen.

De economische gevolgen

Het meest is gesproken over de gevolgen voor de economie. Hiervan is de impact nog niet te overzien. Naast de uit de hand gelopen staatsschuld, proberen duizenden bedrijven het hoofd boven water te houden of zijn al kopje onder gegaan. Het is te verwachten dat vooral de steden hiervan de gevolgen zullen ondervinden. In een voor-Coronatijd zijn de door speculatie opgedreven vastgoedprijzen al veel kleinere en alternatieve plekken, in panden en de openbare ruimten, verdwenen. Dat kunnen kleine horeca in de rafelranden zijn, kleine theaters, hotelletjes. 

We hunkeren naar het oude normaal. 

En die zal ook komen, waarschijnlijk in aangepaste vorm.

Nu zijn het niet alleen de gestegen kosten van huisvesting die veel kleine en vaak unieke locaties doen verdwijnen, nu komen daar de grotendeels weggevallen inkomsten bovenop. Een verschraling zal het gevolg zijn. De ketens met de lange adem, zullen hun plekken innemen, verder bijdragend aan een monotoon winkelaanbod en dito straatbeeld.

Bij een langdurige uitval van de luchtvaart zal het grensoverschrijdend toerisme minimaal zijn, of het moeten bezoekers uit nabuurlanden zijn die met de auto of trein kunnen komen.
Bij herstel van de luchtvaart zal het van de prijsvorming afhangen of het budgettoerisme in oude omvang nog terugkeert. Op zich zullen jongeren als eerste weer de rugzak willen pakken, niet bevreesd voor welk virus dan ook. Uitgerekend de oudere, vaak rijkere en rustige, toerist zal lang wegblijven, uit angst voor het virus, terecht of onterecht. Met name de hotels zullen daarvan de gevolgen ondervinden.

Voordeel zal zijn dat veel voor toeristen ingezette woonruimte vrijvalt voor de normale woningmarkt. Dat kunnen in sommige steden tienduizenden eenheden zijn.

Het is de vraag of de bij toeristen populaire steden nog wel terug willen naar het massatoerisme en de overlast die dat gaf. Het verleiden van Chinezen en Japanners om naar de Hollandse bloemenbollen te komen kijken, was al grotesk, maar in het licht van deze ontwikkelingen totaal ongewenst en onverantwoord. Steden zullen meer inzetten op binnenlands toerisme, op bezoekers uit directe buurlanden. Dat vergt een nieuwe aanpak.

Voor een stad als Amsterdam als aandeelhouder van Schiphol is het moment daar om als aandeelhouder een rem op de groei van Schiphol te zetten. Zolang Amsterdam dat niet doet, is al het gezegde verspilde adem en de omarmde ‘Donut-economie’ een PR-stunt.

Verder lezen >>>

De stad is weer van en voor ‘ons’

Wat zullen de bewoners van Venetië opgelucht ademhalen nu ze niet meer slalommend tussen de rolkoffers door hun monumentale stad hoeven te lopen. En veel Amsterdammers zullen het gelal vanaf de drijvende en rijdende bierboten en -fietsen niet meer hoeven aan te horen. Of de pies en kots uit hun portieken moeten spoelen.
Want stel dat het toerisme niet meer in de gebruikelijke aantallen terugkeert, dan zal dat onze steden een ander aanzien geven. En de verwachting dat het toerisme voor (zeer) lange tijd niet meer zal herstellen naar de oude, en onwenselijke, niveaus, is zeer reëel.

De economische gevolgen van de getroffen maatregelen zullen pas in de tweede helft van dit jaar voelbaar worden. Veel bemiddelaars als Booking.com, AIRBNB, verhuurbedrijven van zwerffietsen en alle daaraan verbonden dienstverleners, zullen niet of in zeer geminimaliseerde vorm terugkeren. 
Het luchtverkeer zal door alle te verwachten extra controlemaatregelen en voorwaarden niet meer in oude omvang van de grond komen. We spreken hier over de eerste paar jaar, zo verwachten velen. Zeker, zullen veel inwoners dit een wenkend perspectief vinden. Maar veel van wat ook de inwoners zo waarderen wordt mede mogelijk door het omvangrijke toerisme. Dat zal niet gelden voor de Opera of het Concertgebouw, die het vooral van Nederlands publiek moeten hebben. Maar wat resteert nog als ‘Amsterdam dance-stad’ van de wereld? Al die kleine alternatieve horeca, speelse (tijdelijke) plekjes die ook voor een deel drijven op toerisme? 

Het kan niet anders dan dat de steden in cultureel opzicht en aanbod van vermaak zullen verschralen. Toch liggen er kansen. Met gericht beleid kunnen gemeenten en actieve organisaties in de stad wellicht van de nood een deugd maken en nieuwe openingen maken om de stad op andere wijze nieuw leven in te blazen.

De ethiek van de stad

Deze crisis, zoals elke grote crisis, is een moment van bezinning. Een op alle aspecten van de samenleving aangrijpende crisis als die ten gevolge van het Coronavirus, is dat zeer zeker. Het aantal bespiegelingen over hoe de stad er na Corona uit moet zien, moet functioneren, welke haar prioriteiten zijn, zijn inmiddels talrijk.

De visies kunnen praktisch van aard zijn zoals versnelde aanleg van fietspaden of meer systemisch van aard zoals Amsterdam die de Donut-economie omarmt. Opvallend is dat nu voor velen het moment rijp is om de zachte waarden van een stad prioriteit te geven. Daarbij worden zaken als duurzaamheid, inclusiviteit en multiculturaliteit genoemd. Je ziet twee verwachtingen: waar de een optimistisch is en de huidige crisis als een startschot ziet voor een betere wereld en een betere stad, ziet de ander alleen maar de drang tot (snel) herstel van de situatie voor de crisis.

Welke denkrichting de overhand gaat krijgen zal sterk afhangen van welke schade de economie na de crisis heeft opgelopen. Dat die aanzienlijk is, zelfs historisch, leidt geen twijfel. De uitval van bedrijvigheid in onze binnensteden, het uitblijven van (buitenlands) toerisme en de onzekerheid over de ontwikkeling van het virus maakt dat de neiging tot plannen onderdrukt moet worden. Meer zal naar bevind van zaken gehandeld moeten worden, zij het langs vooraf breed geaccepteerde principes en visies op de gewenste ontwikkeling van de stad. Voorbeelden van deze leidraden kunnen zijn: 

  • Ruimte scheppen voor lokaal initiatief, lokale middenstand i.p.v. (buitenlandse) ketens;
  • Stimulans van een lokale ‘munt’;
  • Meer functiemix in de stedelijke kernen;
  • Betere bereikbaarheid met de fiets;
  • Toerisme bevorderen op zonder vliegtuig bereisbare afstand.

Verkeer en vervoer

Nu het autoverkeer een pas op de plaats heeft gemaakt, maken veel steden van de gelegenheid gebruik om hun wensen ten aanzien van een befietsbare stad in de praktijk om te zetten. Fietspaden worden verbreed of snel met plaklijnen gemarkeerd.
Toch kan worden verwacht dat bij het afbouwen van de beperkende maatregelen een (groot) deel van het autoverkeer weer zal terugkeren. Momenteel neemt het verkeer op de (snel-) wegen alweer toe.

Een deel van het verkeer zal wegvallen omdat meer werknemers een of meer dagen thuis blijft werken. Ook het reizen voor vergaderen zal mogelijk afnemen, al mogen geen wonderen worden verwacht op de afname van het autoverkeer. Immers de menselijke natuur zal de persoonlijke ontmoeting toch op de eerste plaats zetten.
Een onverwacht effect is de massale opzegging van abonnementen op reizen met de trein. De huidige schatting lopen vanaf 20% van de reizigers. Een andere 28% zegt nog te twijfelen of het aanhouden van het treinabonnement. De angst voor het virus of de weerstand tegen reizen met een mondkapje drijft velen weer terug in de auto.

Deze ontwikkeling zal niet zoveel gevolgen hebben voor het binnenstedelijk verkeer, maar wel voor het binnenkomende verkeer.
De stationsgebieden zullen aanzienlijke veranderingen ondergaan. Immers de opzeggende reizigers zullen voornamelijk werkenden of ouderen zijn. Het overblijvende reizigersaanbod zullen vooral studenten en scholieren zijn. Dat vraagt om een ander aanbod en wellicht ook een andere samenstelling van de winkelcentra op en rond de stations.

Veiligheid, vrijheid en angst

Er is door de massieve media-aandacht en vooral de wijze waarop dit is geschied, veel angst onder de bevolking ontstaan. En verdeeldheid. Die angst zal ons nog enige tijd achtervolgen.
Waar vooral steden een verkeerde weg kunnen inslaan is die van het digitaal volgen van haar inwoners en bezoekers. Met Corona als reden lijkt nu alles toegestaan, althans meer dan je in een vrij en democratisch land mag verwachten. Het zijn vooral de steden die een weg moeten zoeken tussen vrijheid en controle, tussen eigen verantwoordelijkheid en de sturende overheid. Gastvrijheid, ruimte voor experiment, voor creativiteit, die steden altijd zo kenmerkten, dreigt om te slaan in een oord waarin je je altijd bespiedt voelt. Daarentegen voelen de landelijke gebieden veel vrijer, want minder observatie.
Stadsbesturen zullen hun stad open moeten houden, veiligheid bieden niet door een omni aanwezige bespieding, maar juist door het ontbreken ervan. Veiligheid moet opnieuw gedefinieerd worden. De prijs om elk incident, elk ongeluk, elk voorval te voorkomen is inmiddels hoger dan de prijs van hetgeen de burger tegen beschermd wordt.
De steden moeten oorden zijn en blijven van vrijheid, grenzen verkennen en verleggen. Zonder dat verliest de stad haar hoogste goed: de plek waar persoonlijke expressie in alle vrijheid kan gedijen. 


Bedrag € -

[/newsletter_lock]

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*