Dwars door Japan: Sendai en Ginzan Onsen

[newsletter_lock]

In september 2019 reisde ik door Japan. Een lang gekoesterde wens: een reis dwars door het land van mystiek en ondoorgrondelijke gebruiken.

Dag 7/8: Een verdwijnende traditie

We vertrekken uit de stad met die onmogelijke naam ‘Aizuwakamatsu’. De hitte slaat ons bij het instappen in het transferbusje van het hotel tegemoet. Het is pas 8.30 uur. Maar gelukkig heeft alles in dit deel van Japan, zoals in Tokio, airco. Alle treinen, metro’s, bussen, winkels en hotels. Het is anders niet uit te houden. Temperaturen van 30 graden zijn normaal, maar het is de hoge luchtvochtigheid die je bij elke oogwenk doet transpireren. Pas als je je kleffe kleding accepteert, is deze tropische hitte draagbaar.

Sendai een drukke stad met 1 miljoen inwoners en met de duidelijk zichtbare ‘koopgoot’ een waar winkelparadijs.

Een lokale trein staat klaar op het station van Aizuwakamatsu om ons in een uur door de groene en beboste dalen naar Köriyama te brengen. Het is een trein van Japan Rail, JR. Dat betekent dat deze reis in onze JR-Railpass is inbegrepen. Zo ook de aansluitende trein, de SHINKANSEN naar Sendai.

Het station van Köriyama is strak, nieuw en groot. Het station is dan ook een station voor de hogesnelheidstrein SHINKANSEN tussen Tokio en het hoge noorden van Japan. Terwijl wij wachtend op de SHINKANSEN in het station een drankje nemen, horen wij boven ons het geraas van frequent passerende SHINKANSENS die niet in Köriyama stoppen en met 250 km/u of meer door het station razen. Dat doen zij op speciale passeersporen, die niet aan de perrons grenzen. Mensen zouden anders meegezogen worden. 

Met de SHINKANSEN op weg naar Sendai.

We stellen ons, inmiddels aan de Japanse orde aangepast, netjes op in vak 8. Onze wagennummer is immers 8. Als de indrukwekkende snelheidsmachine het station binnenglijdt, stopt de deur van wagon 8 precies voor ons vak. In een mum zitten wij op onze gereserveerde plaatsen. De trein is behoorlijk vol, gelukkig dat we gereserveerd hebben. 

Echter tijdens de rit ontdekken we dat we in de verkeerde trein zitten. We hadden de SHINKANSEN van 21 minuten later moeten hebben. En toch zitten we in wagen 8 op uitgerekend die stoelen die nog leeg waren. We wachten in spanning de volgende stop af, zouden zich alsnog passagiers melden voor deze stoelen? Nee, niemand claimt onze stoelen. We besluiten niet uit te stappen om op de volgende SHINKANSEN te wachten. 

Maar daar komt een meneer met een pet direct op ons afgelopen. Zachtjes, zoals Japanners dat doen, vraagt hij naar onze tickets. De tickets zijn geldig, maar je ziet hem denken, die twee zitten op de juiste stoelen, alleen in de verkeerde trein. Maar hoe leg je dat als conducteur uit als je alleen Japans spreekt en inschat dat die twee westerse types daar niets van zullen verstaan? Hij besluit het wel best te vinden. Hij mompelt wat in het Japans en beent weg. 

Dat is treffen, Sendai heeft net die dag haar Jazz festival.

Als we in Sendai uit de gekoelde SHINKANSEN stappen slaat de hitte ons weer om het lijf. We zullen het er mee moeten doen. Als we het station van deze 1 miljoen inwoners tellende stad uitlopen, komen we terecht in wat Japanners zo treffend kunnen maken: een woestenij van beton en asfalt. Het stationsgebied is een ongeordende chaos van functies verpakt in hoog en grijs beton. Met deze hitte is het gebied een grote kookplaat.

Sendai wordt een groene stad genoemd. Maar het beton en verkeer zijn nooit ver weg.

Na een nacht in Sendai voert de reis ons vandaag door het bergachtige en zeer bosrijke gebied ten noordwesten van Sendai. De lokale trein slingert zich aanvankelijk door de buitenwijken van Sendai om dan tamelijk onverwacht in een groen oerwoud te verdwijnen. Japan heeft duidelijk een groeizaam klimaat. Het groen is extreem intensief en compact. Daarnaast is het terrein zeer geaccidenteerd, met steile heuvels en diepe dalen en kloven. Buiten de enkele paden zijn deze bossen ondoordringbaar, of het moet voor de apen zijn die hier hun thuis hebben.

Het bergdorpje Yamadera.

We onderbreken onze treinrit naar onze eindstemming van vandaag om het voorlopige hoogtepunt van de reis te gaan bezoeken: het bergdorp en de tempels van Yamadera. 

De tocht ernaar toe kan alleen te voet. Een slingerende trap van 1.000 treden is de enige manier om er te komen. Maar het is smoorheet en klam. De tocht is een hele klim. De conditie is niet het probleem, maar de plakkleding om het lijf is verre van aangenaam. Ook de Japanners op weg naar boven hebben het ogenschijnlijk zwaar. We komen één persoon met een westers uiterlijk tegen, met een Japanse partner zo te zien. Hier komen maar weinig buitenlandse toeristen, of het moeten de door ons niet opgemerkte Koreanen of Chinezen zijn. Gelukkig voert de tocht door een bos, of beter gezegd een oerwoud. Woudreuzen en dichte begroeiing houden de zon bij ons weg. 

Eenmaal boven gekomen is de beloning groots. Een tegen de berg geplakt dorp met talrijke tempels en shrines. Het uitzicht over de omgeving is spectaculair. We dwalen verder door het dorpje over nog meer trappen. We zien monniken kalligraferen. Boven laat een Japans gezin zich niet alleen door ons fotograferen, maar we moeten ook met hen op de foto. Want, zo vertellen zij ons in een paar woorden Engels, ze gaan binnenkort naar ‘Oranda’, wat Japans is voor Holland.

Yamadera is het Japan dat een steeds grotere zeldzaamheid wordt, maar zich vooral in het noordelijk deel van Japan, dat minder toeristen trekt dan het zuiden, nog weet te handhaven.

Enkele kleurrijke SHINKANSEN-treinen.

Ook vandaag mogen we weer in een van de kleurrijke snelle SHINKANSEN’s zitten. Er zijn veel modellen en dito kleuren. Wat deze treinen gemeen hebben is hun comfort en stiptheid en natuurlijk hun snelheid, tot maximaal 320 km/u.

De eindbestemming is vandaag Ginzan Onsen. Het laatste woord ‘Onsen’ betekent badplaats, zoals Duitsland veel kuuroorden kent die beginnen met ,Bad’. Ginza Onsen is niet makkelijk bereikbaar. Na een rit met de SHINKANSEN volgt een lange rit met de taxi. In Ginza Onsen wurmt de taxi zich door smalle straatjes om uiteindelijk voor het hotel te stoppen. 

Het hotel is, zoals dit hele mini-dorpje, traditioneel Japans. Alleen al het wisselen van schoenen in sloffen vergt enige aandacht. Schoenen uit en met je voeten op de vloer gaan staan, is niet rein. Je moet je voeten op het speciale bamboerek plaatsen om daar de slippers aan te doen. Dat iedereen elkaars slippers aantrekt, wordt minder als onrein beschouwd.

Het eten geschiedt op de eigen kamer. Een oneindig lijkende reeks van gerechten, in schaaltjes, schoteltjes, pannetjes worden in verschillende fasen binnengebracht en in modelopstelling op onze vloertafel gezet. Ik zal het maar meteen toegeven, Japans eten heeft niet mijn grootste voorkeur. De hoeveelheid mij niet passend lijkende reeks aan gerechten van vis tot vlees, van zout tot zuur, van rauw naar gekookt, van stevig tot glibberig, van bestemd tot onbestemd, het kan mij maar gedeeltelijk in vervoering brengen.

Het schilderachtige Ginzan Onsen waar de Japanse tradities nog worden gekoesterd.

Nadat de tafel is afgeruimd dwalen we door het feeëriek verlichte Ginza Onsen. Ondertussen maakt personeel van het hotel onze vloermatten op voor de nacht,

Dit is het oude Japan dat amper meer bestaat. Het dorp is ontstaan door de aanwezigheid van een zilvermijn. Nu is het een kuuroord, in Japanse traditie. De hotels zijn helemaal ingericht op een verblijf in de baden. Buiten flaneren de badgasten in hun jukata (een soort kimono). Het is een prachtig gezicht.

Aan het einde van het een paar honderd stappen lange dorpje staat een aantal panden er leeg en verwaarloosd bij. Hier een daar loert roest. Zelfs Ginza Onsen merkt de dalende belangstelling bij de jongere generaties voor deze bad- en ontspanningscultuur, een cultuur die ook rijk is aan rituelen.

Het dorpje is er vooralsnog niet minder sprookjesachtig om. Maar hoe lang nog, vraag ik mij af.

VERVOLG REISVERSLAG

Bedrag € -
[/newsletter_lock]