Dwars door Japan: Nikko

Buiten Tokio heerst de traditie, maar hoe lang nog?

[newsletter_lock]

In september 2019 reisde ik door Japan. Een lang gekoesterde wens: een reis dwars door het land van mystiek en ondoorgrondelijke gebruiken.

Dag 4: Traditioneel Japan

Wij zijn op weg naar Tokyo Main Station. Onderweg komt ons in de wijk Shimbashi een waar ‘zwart-wit-leger’ tegemoet. Hier lopen de ‘salary men’, de mannen met witte overhemden, donkere pantalons en zwarte schoudertassen, op weg naar een van de vele kantoren.

Op het Tokyo Main Station weet je niet wat je ziet: uit alle toch al snelwegbrede gangen komen vrijwel uitsluitend mannen met witte overhemden en donkere broeken. Geen honderden, maar duizenden. Als je toevallig door deze stroom moet, is alle behendigheid in navigeren en tijdig begripvol knikken voor de onderbreking van de stroom gewenst.

De ‘salary men’ onderweg naar het werk in Tokio – Shimbashi.

Tokyo Main Station is het hoofdstation van Tokio. Het heeft de omvang van een middelgroot Nederlands dorp. Het gangenstelsel lijkt oneindig. Het is zoeken naar de informatiedesk van de Shinkansen. Let op, de groen lijn, niet de blauwe.

We zoeken ons ongans. We zitten toch bij de North Gate? Maar we vinden geen Shinkansenkantoor. We zijn op tijd, maar de rek raakt eruit. Een bewaker schiet ons te hulp. ‘Ai, Shinkansen, dat is hierboven.’ Alsof het station nog niet groot genoeg is blijkt een tweede versie een verdieping hoger te liggen.

De Shinkansen vertrekt vanaf het Europees aandoende Tokyo Main Station.

Na het invullen van het zoveelste formulier tijdens onze reis, Japanners zijn dol op stempels op formulieren, zoeken wij de speciale poort voor pashouders om tot de perrons van deze ‘Bullettrain’ te worden toegelaten.

Indrukwekkend is het als de onafzienbaar lange SHINKANSEN binnen komt rijden. Zijn spitse ‘eendenneus’ geeft hem een aparte verschijning. De Shinkansens rijden af en aan. Alle grote steden in Japan zijn ermee verbonden. En met een 10-minuteninterval, vaker dan de Intercity-treinen in Nederland.

Hij staat al klaar. Maar een touwtje in de deurposten vermeldt ‘gesloten wegens schoonmaak’. Over 10 minuten moet hij vertrekken. En een mensenmassa wil mee. Elke deur heeft een eigen opstelvak. Iedereen staat al klaar. Nog 5 minuten, maar nog geen beweging. Vier minuten voor vertrektijd gaan de deuren open. Als een goed getraind leger sluipt de massa naar binnen. Plaatsen zijn gereserveerd. Binnen 2 minuten zit iedereen. Stipt op tijd, men meet dat in seconden, vertrekt het snelle gevaarte, op weg naar onze volgende tussenbestemming Nikko.

Onderweg lijkt Tokio niet op te houden: alleen maar wegen, huizen en kantoren. Ik begrijp dat Amsterdam zich metropool wil noemen, maar in vergelijk met Aziatische steden en vooral ‘s werelds grootste metropool Tokio, is dat een kansloze exercitie.

Kinderen bij de prachtige Nikko Toshogu Shrine testen hun Engels: ‘Where are you from?’

Nikko is nog redelijk bekend bij westerse toeristen. Een aantal prachtige shrines en tempels liggen er in weelderig groen verstopt. Bussen rijden af en aan. Japanners zijn daarbij toch veruit in de meerderheid. We worden gewaarschuwd voor apen die klaarblijkelijk niet bepaald aaibaar zijn. We krijgen ze niet te zien.

Na het bezoek stapt een Japans jongetje uit de groep schoolkinderen. Waar ik vandaan kom, oefent hij in het Engels. Ik zeg uit ‘Europe’, lijkt me groot genoeg om het te kennen. Maar er gaat bij hem geen lichtje branden. Holland, probeer ik nog, maar geen teken van herkenning. Zijn leraar stapt op mij af, zich verontschuldigend voor zoveel vrijpostigheid van zijn leerling.

Nikko waar traditie nog levend wordt gehouden.

Na een vervolgtreinrit door rijstvelden en kleine dorpen arriveren wij in het hotel. Het is een zogenaamd ‘onsen’ hotel. Daar waar het traditionele Japan nog springlevend is. Het is de bedoeling daar te baden en de hele dag op slippers en in fraaie Japanse badjassen of kimono’s rond te lopen. 

Een hotel in Japanse traditie waar de slaapmatjes voor je worden opgemaakt.

De kamers zijn traditioneel Japans ingericht. En dat is wennen. In een bijna lege kamer met rieten vloerkleed staat een 20 cm hoge tafel en twee 5 cm hoge zitjes. Wat muurkasten en verder is het leeg. De airco draait op volle toeren. Een restje rooklucht hangt nog rond. Japan heeft het roken nog niet verleerd. Het hotel is letterlijk vergeeld, gedateerd, bijna vergane glorie. Het hotel blijkt dan ook matig bezet. De jonge generatie wil dit klaarblijkelijk niet meer. Het dorp Kinugawa Onsen is uitgestorven. Nergens een koffie te krijgen. Nergens een bar.

Als we goed en wel een kwartier in de kamer zijn wordt er op de deur geklopt. Twee heren gebaren iets met slapen. Het woord ‘sleep’ zegt ze niets. Ze komen de bedden opmaken. De muurkast vliegt open en twee dunne matrassen worden onze bedden. De kamer is niet meer geschikt voor andere activiteiten dan slapen. Er zit niets anders op dan de lobby op te zoeken.

Als we voor het diner worden uitgenodigd, komen wij in een traditioneel met wit licht verlichte zaal. De tafels, gelukkig van bijna westerse hoogte, staan in strak gelid, onderling met schermen gescheiden. Andere gasten zitten met blote voeten en in kimono.

Een keur aan gerechten landt op de tafel. Veel traditioneler krijg je het niet. In het Japans volgt een uitleg, met gebaren. Dit moet eerst daarin. Dan pak je dat en kook je hierin. Nee, dit niet in dit bakje dopen. En zo gaan de instructies nog even door. Ik word er verlegen van. Hoe kan ik dit nog goed doen? En hoe zal dit allemaal smaken, zoveel variatie in gerechten die in mijn ogen niet direct combineerbaar zijn. Naar westerse smaak dan geoordeeld.

Het werd een culinair avontuur. Onvergetelijk, maar was het ook echt lekker? 

Er komen nog twee Japanse hotels in de reis. Ik schik me al bij voorbaat.

VERVOLG REISVERSLAG

Bedrag € -
[/newsletter_lock]