De schijf van vijf voor financiering van burgerinitiatieven

Burgers exploiteren een dakterras in Berlijn-Neukölln.

Er is geld genoeg in de wereld, maar op plekken die wij niet kennen of kunnen beïnvloeden. De overheden krijgen daarin een steeds kleiner aandeel; onbekende fondsen en illustere particulieren beschikken over onuitsprekelijke vermogens. Hoe komt een deel van het geld in de projecten die van belang zijn voor een leefbare en sociale samenleving? Een uitdaging van gedreven burgers die naast het werk zelf, zich ook nog eens creatief moeten tonen om aan geld te komen.

Talrijke mogelijkheden voor geld; wat te kiezen?
De te kiezen vorm van financiering hangt sterk samen met de aard van het burgerinitiatief. Welke partijen zijn betrokken bij het project (eigenaar grond of vastgoed), overheden? Wat is het doel van het project: broedplaats voor creatieve bedrijvigheid of cultuur? Gaat het om wijkactivatie, energie-besparing?
Zijn er basiswaarden zoals grote betrokkenheid buurtbewoners of -ondernemers, bestaand vastgoed, of zittende partijen die door hun aanwezigheid al bijdragen aan het project? Zijn er ‚projectzwammen’ oftewel zijn er partijen die aantoonbaar profijt zullen trekken van het project maar niet deelnemen? Denk daarbij aan vastgoed rondom een succesvol burgerproject. Ondernemers die meer klandizie mogen verwachten. Of de gemeente die bespaart omdat de veiligheid van een buurt verbetert, minder sociale wijkinterventies hoeven plaats te vinden of er (weer/tijdelijk) WOZ-belasting kan worden geheven over aan burgers verhuurde panden. En natuurlijk de huurinkomsten zelf. Ook kunnen bedrijven zich publicitair willen ‚warmen’ aan het project, een opkomende vorm van ‚sociaal witwassen’. Dat is in waarde om te zetten.
En niet onbelangrijk, hoeveel geld is er nodig? Is daarom een meervoudige aanpak van de financiering noodzakelijk?
In dit artikel beschrijf ik ‚De schijf van vijf’. Het is een samenstel van mogelijke financieringswijzen. Een gezonde financiering kan betekenen dat het project door een uitgebalanceerde mix van de 5 schijven wordt gefinancierd. Ook kan een burgerproject in delen worden opgesplitst die apart uit een van de schrijven wordt gefinancierd. Per project zal die mix verschillen.

1e schijf: Crowdfunding
Crowdfunding is momenteel de meest besproken vorm van financiering van burgerinitiatieven. Het principe is simpel: haal geld op bij mensen die betrokken zijn bij of sympathie hebben voor het initiatief.
De methoden van crowdfunding zijn talrijk: van onvoorwaardelijke giften tot voorwaardelijke vormen als lidmaatschappen of stemrecht in het project.
Momenteel is crowdfunding een van de meest voorkomende vormen van financiering. Voor kleinere en buurtgerelateerde projecten een zeer geschikte vorm. De inbreng van geld versterkt de betrokkenheid bij het project. Keerzijde is dat de zeggenschap, misschien dan niet formeel maar dan toch feitelijk, zich verbreedt en het project in haar doelstellingen divergeert. Hoe hou je de koers vast of ben je als initiatiefnemer bereid het project ‚af te staan’ aan de buurt? Ben je dan nog gemotiveerd als initiatiefnemer? Is het al je ‚kindje’ geworden?

2e schijf: Leveranciers-deelname
Leveranciers kunnen bereid zijn te participeren in een burgerproject. Misschien is voor het project een groenvoorziening gewenst en wil een hoveniersbedrijf zijn naam verbinden aan het project. Zeker als een burgerproject veel publiciteit trekt doordat zijzelf actief communiceert, kan een leverancier aanzienlijke publiciteitswaarde incalculeren bij zijn investering. Daarbij kan tussen initiatiefnemers en leverancier een (terug-)verdienmodel worden afgesproken. Zo worden de kosten verspreid over gecalculeerde publiciteitswaarde, voorinvestering door de leverancier (terug te verdienen), schenking in (deel) manuren van leverancier en betrokken burgers.
Vooral lokale ondernemers/leveranciers zullen belangstelling kunnen hebben. Landelijk opererende partijen liggen in dit model wat minder voor de hand, omdat de betrokkenheid bij de lokale situatie mogelijk te gering is.

3e schijf: Particuliere investering
Er is veel particulier geld in samenleving. Men stelt dan 40% van het wereldvermogen in handen is van 1% van de mensheid. Er is dus geld genoeg. Toch is daar moeilijk bij te komen. Immers, particulieren die beschikken over een groot vermogen, zijn niet onder het kopje ‚vermogen’ in de Gouden Gids te vinden. Er zijn daarvoor bemiddelaars die voor een ‚fair share’ je aan contacten wil helpen. Dat kan een opstapje zijn. Beter is het om gewoon rond te vragen. Je bent meestal maar enkele menselijke schakels verwijderd van zo iemand.
Natuurlijk zijn er verschillende motieven om geld aan een burgerproject te schenken. Zo zal een vermogende rendement willen hebben en daarom ook een dekking als zekerheidsstelling. In het huidige geldgerichte denken, heel legitiem. Beter is het om te zoeken naar vermogen dat een sociale bestemming zoekt. Veel vermogenden zitten niet meer te wachten op nog meer vermogensaanwas, maar zouden een deel graag een sociale bestemming geven. In de meeste gevallen willen zij anoniem blijven en zullen een ‚ik sponsorde dit project-bordje’ niet op prijs stellen.

Institutioneel particulier of privé-particulier?
Er zijn minimaal twee vormen van particulier geld: via de bovenbeschreven privé-vermogende of via een institutioneel belegger, investeerder, verzekeraar of bank.
De keuze van zo’n particuliere financier heeft veel gevolgen. De motieven van de ‚gulle gever’ kunnen nogal uiteenlopen. Een privé-persoon hoeft meestal geen verantwoording af te leggen, waardoor de besluitvorming eenduidiger wordt. Institutionele financiers hebben een complexere besluitvormingsstructuur. Bovendien hebben zij hun eigen bedrijfsdoelstellingen. Een belegger heeft mogelijk andere doelen dan een investeerder, verzekeraar of bank. Het is goed om vooraf grondig af te wegen welk type financier past bij het project?
Hoe groter het ingebrachte bedrag, hoe ingrijpender de gemaakte keuze het project gaat beïnvloeden.

4e schijf: Vastgoed indexatie
In steden als New York wordt geëxperimenteerd met het terugsluizen van waardestijging door overheidsingrepen in de wijk. Wordt een bepaalde straat of park dusdanig aangepakt dat een waardestijging van het omliggende vastgoed aannemelijk is, dat wordt door een ‚assessment’ die extra waarde (jaarlijks) bepaald. Op grond hiervan wordt een extra belastingtoeslag in rekening gebracht. Ook voor horeca worden dergelijke arrangementen gemaakt. Opmerkelijk is dat dit ‚Business Improvement Districts’ (BID) al meer dan 20 jaar functioneert, maar nog niet is geland op het Europees continent. Mogelijk is de oorzaak dat in de Europese landen overheidsfinanciering tot voor kort de meest voor de hand liggende opties was. Nu de overheidsmiddelen afnemen, komen alternatieven als deze in beeld. Dit BID-model is overigens bedoeld voor het afdekken van overheidsinvesteringen, niet voor burgerinitiatieven.
Een dergelijke model zal in de Nederlandse context nog wel wat voeten in de aarde hebben. Zeker als de revenuen (deels) ten goede moeten komen aan burgerinitiatieven. Naast de overheid investeren immers ook zij in de waardevermeerdering van de wijk, de panden en mogelijk klandizie van de aanliggende ondernemers.

5e schijf: Afboeken
In veel burgerinitiatieven speelt ruimte een cruciale rol. Het gaan dan om een onbebouwd terrein of een leegstaand pand. Er zijn in veel steden mensen met ideeën en tijd om dergelijke bevroren plekken en ruimten tot leven te wekken. Echter de boekwaarde van de grond of het pand staat een hernieuwde exploitatie in de weg. De vijfde schrijf voor financiering van burgerinitiatieven is dan ook het terugbrengen van de boekwaarde naar de reële waarde. Wat ‚reële waarde’ is, is natuurlijk zeer discutabel. De markt is momenteel grillig en er is voor langere tijd een overaanbod.
Vooral overheden die vastgoed in beheer hebben moeten aangesproken worden op hun maatschappelijke verantwoordelijkheden. Vastgoed is niet van ‚de gemeente’ of ‚het rijk’. Het is in stenen verpakt belastinggeld en heeft daarmee net zo’n brede inzetbaarheid als na verkoop verkregen geld. Een pand of terrein kan door de overheid dan ook strategisch/sociaal worden ingezet om bepaalde ontwikkelingen in buurten of wijken te stimuleren of faciliteren. Een passend financieel model kan daar deel van uitmaken. Maar pas, nadat van het pand de maatschappelijke waarde is bepaald, onder de vaak nog dromerige marktwaarde. De berekening van de maatschappelijke waarde is niet eenvoudig en vergt een multi-disciplinaire calculatie. En die zijn vooral bij overheden nog schaars.

Minder gewenste vormen van financiering
Niet alle geld is even wenselijk als basis voor een burgerinitiatief. Zo maken subsidies een initiatief al snel speelbal van het beleid dat met de subsidie moet worden gerealiseerd. De subsidieversterker kijkt nadrukkelijk mee. Als doelen van de subsidieverstrekker en het burgerproject naadloos samenvallen, is het wat anders.
Fondsen zijn vrijwel altijd aan bepaalde doelstellingen gekoppeld. Daarmee gelden daarvoor dezelfde bezwaren als bij subsidies.
Leningen kosten geld. Immers alle leningen zijn belast met rente. Een kostenpost die het project niet ten goede komt. Zeker omdat banken over dit gecreëerde geld zelf geen rentekosten hebben, is betalen van deze ‚rente’ vaak een onnodige en onterechte kostenpost.

Valkuilen bij financiering

  • Zet geen geld op privé-rekeningen van de initiatiefnemers, als dat al door de geldverstrekker wordt toegestaan. Voorkom de schijn van belangenverstrengeling, ook al vind je jezelf nog zo oprecht.
  • Zorg voor goed toezicht. Zet een goede bestuurs- en toezichtsstructuur op als je met veel vreemd geld (van derden) gaat werken. Het maakt je kans op externe financiering groter en de kansen op malversaties kleiner.
  • Een inzichtelijke boekhouding is een must als je met geld van derden gaat werken. Immers een burgerinitiatief ligt onder een vergrootglas. En inzage in de boekhouding moet zonder problemen mogelijk zijn.
  • Laat je vooraf goed juridisch en financieel adviseren. Zoek een adviseur of kantoor voor advies die dat kosteloos wil doen. Immers de normale tarieven van dergelijke adviseurs zijn voor burgerinitiatieven onbetaalbaar.
  • Hou rekening met verlies aan zeggenschap over het initiatief. Hoe meer extern geld, hoe meer externe bemoeienis. Veranker het gedachtengoed, je principes goed, voordat je de deur voor derden te ver open zet.
  • Met de financiering van een burgerproject vergeten de initiatiefnemers dat ze zelf ook moeten ook leven. Zij durven vaak, omdat ze ‚idealist’ zijn, hun eigen belangen niet in te brengen. Zorg dat je eigen inkomen wordt meegefinancierd. Als dat niet kan, is de financier niet de juiste partij.
  • Hou rendementsdenken weg uit de financiering. Als een financier rendement wil maken, zijn er tal van andere investeringsmogelijkheden. Wijs de financierende partij erop dat je participanten zoekt, geen leveranciers van geld.

Naschrift 30-11-2014, 16.00 uur: De vaak besproken horeca als bron van inkomsten voor burgerproject is boven niet genoemd. De reden is dat deze inkomsten vaak onzeker zijn. Daarom zijn ze geschikt voor financiering van activiteiten binnen een burgerinitiatief, maar minder geschikt als financiële basis voor de organisatie van het project/initiatief.