De onbestemde stad.

De stad als een prettige chaos.

Bioscoop ‚Sputnik’ op de 5 etage in Berlin-Kreuzberg.

Onze steden zijn voorbestemd. Niet in de filosofische zin, maar in regelrealiteit. Nederlanders lijken niet zo van verrassingen te houden. Onze steden zijn van stoeprand tot stoeprand gepland. We kunnen ons geen voorstelling maken, anders dan apocalyptische, van een stad zonder voorbestemming. Maar kan het ook anders? Ja, dat kan.

De onverwachte stad
Het zijn gekke plekken. Je kunt er honderd maal voorbij fietsen. Je ziet niets bijzonders. Een hofje, waar er zoveel van zijn. Een klein bordje van wat kleine bedrijfjes die hun stek op hofje 1, hofje 2 of hofje 3 hebben gevonden. Via de filmagenda stuit ik op een bioscoopje met de illustere naam ‚Sputnik Kino’.
Maar dat is vreemd. Ik ken die straat behoorlijk goed. Twee bakkers naast elkaar op de hoek. En fietsenwinkel halverwege. Aan het eind de U-Bahn. Maar een bioscoop. Waar dan?
Huisnummer 5. Het is moeilijk vindbaar. Een poortje door. En nog een. Ik loop het derde ‚achterhof’ op. Maar geen bioscoop te bekennen. Alleen een groene deur, zonder enige aanduiding. Dat is toch gewoon een trappenhuis, denk ik hardop.
De groene deur blijkt niet op slot. Een trappenhuis. Gewoon, niet bepaald een opgang naar een bioscoop. Ik twijfel. Dit kan het niet zijn. Net voordat ik me wil omdraaien valt mijn oog op een klein bordje: ‘Sputnik op de 5e etage’. Geen lift. Nee, de lift is voor spullen, niet voor mensen. Eenmaal boven verandert de grijs-zwarte kleur van het trappenhuis in bordeaux-rood. Feestlampjes nodigen me uit om aarzelend de gang in te lopen, uitkomend op een huiskamerachtig cafeetje. Dit moet het zijn: Sputnik Kino.

Ervaar de stad ter plekke en neem deel aan onze rondleidingen in Berlijn. Meer info…

Een bestemmingsloze stad
Zeker, ik kwam voor de film. Maar ik was misschien wel meer opgetogen over mijn ontdekking. Als een ontdekkingsreiziger had ik mijn doel bereikt, en niet zonder ‚opoffering’.
De film TAXI TEHERAN (bijzondere film) draaide in een zaal met gemetselde banken. Wie bedenkt zoiets? Gelukkig wel met kussens. Vol was het niet. Amper 10 van de 100 stenen stoelen waren bezet. Ik ben er van gaan houden. Van dat onvindbare. Van dat onverwachte. Van dat bijna geheime.
Terwijl Nederlandse steden en dorpen zuchten over de vraag hoe zij hun centra weer bruisend krijgen en de leegstand kunnen terugdringen, leunt de stad Berlijn achterover. Alles binnen de ring (zo’n beetje het hele Berlijn zoals de gevorderde tourist dat kent) heeft bestemming ‚Gemischtes Nutzung’, gemengd gebruik. Eigenlijk is er dus geen bestemmingsplan. Als je maar geen hoogoven of kerncentrale bouwt, is het meeste toegestaan.
En zo kan een voetbalveld achter een huizenblok opduiken, een bioscoop in een achterhof op de 5 etage. Daarmee ontstaat niet zozeer een bruisende stad (de meest misbruikte beleidsterm van 2015), maar wel een verrassende stad, een spannende stad.

berlijn-sputnik2
De verstopte toegang tot bioscoop Sputnik in Berlijn.

Gemeenten laten niet los, willen grip op de zaak houden
Wijkgericht, loslaten, burgerkracht, kantelen, van buiten naar binnen. En zo zijn nog wat platgetreden termen in gemeenteland in omloop. Menig burgemeester heeft er zijn nieuwjaarsrede mee gevuld. Menig adviesbureau heeft er een mooie omzet aan overgehouden.
Echter maar weinig gemeenten durven het aan. Willen ook niet echt.
Een paar argumenten die ambtenaren graag inzetten om de burger en daarmee de stad toch aangelijnd te houden:

  • De burger houdt alleen rekening met zichzelf, ‚wij’ met het ‚algemeen belang’;
  • De burgers komen er onderling zonder onze regie niet uit, mogen wij het daarna weer opknappen;
  • Burgers weten niet wat er allemaal bij komt kijken;
  • Er moet altijd geld bij als burgers wat willen;
  • Als het mislukt, zitten ‚wij’ met de gebakken peren;
  • Burgers claimen steeds meer (openbare) ruimte, maar die is van de gemeente;
  • Burgers willen ‘leuke dingen’ met ‚ons’ vastgoed, maar wie betaalt het? ‚Wij’.

Intussen daalt de opkomst bij de verkiezingen tot onder de 50%, maar op het stadhuis lijkt er niets aan de hand. Niets te merken van twijfel over de legitimiteit van wat er daar in bestuur of ambtelijk apparaat wordt besloten. De inzet van burgers lijkt vooral een kwestie van bezuinigingen op het eigen facilitair bedrijf: laat de burger zelf zijn straatje maar schoonvegen, zijn perkje bijhouden. Maar de touwtjes worden door de gemeenten toch stevig in handen gehouden. Het ene reddingsplan van de binnenstad na de andere wordt bedacht en weer afgevoerd. Men weet het eigenlijk ook niet. Maar wanneer geef je het toe?
Zei de burgemeester in zijn nieuwjaarstoespraak niet dat onze stad ‚bruisend’ moest worden?

Voorspelbaarheid als norm
Nederland heeft veel mooie oude binnensteden. De gevels en soms de grachten zijn oogstrelend. Maar verrassend? Hoeveel verschilt de binnenstad van Amersfoort van Zwolle, Den Bosch van Haarlem, Utrecht van Leiden? Ook eeuwen terug waren onze steden al behoorlijk eenvormig.
Toen na de wederopbouw de winkelketens hun entree maakten in de binnensteden, werden onze steden nog eenvormiger. Overal dezelfde ketens. Overal dezelfde merken. En de steden maar met dure marketing en fantasieloze slogans hun stad aanprijzen als ‚uniek’. Maar Nederland heeft bijna geen echt unieke stad (meer).
We zullen de teugels nu toch eens een keer écht moeten laten vieren: dán ontstaat variatie en uniciteit. Daarvoor moeten politici (en het gemeentelijk apparaat) bij zinnen komen en hun afbrokkelende legitimiteit onder ogen zien en daar ook naar handelen. Burger, bestuur en politiek dreigen anders te veel uit elkaar te drijven. En de steden met burgers die haar -zelf- willen vormgeven, zullen dat als eerste ondervinden.