Burgerinitiatieven. Maar wie is ‘de burger’?

Over ‘kantelaars’, zoekende overheden en actief burgerschap.

Burgers richtten een daktuin in op een warenhuis in Berlin-Neukölln.

Na een aanvankelijke aarzeling over actief burgerschap en burgerinitiatief, lijkt het fenomeen nu een plaats te hebben gekregen in het handelen en denken van velen, niet in de laatste plaats bij de overheden en hun adviseurs. Toch neemt het aantal relativerende tegengeluiden toe en wordt de toon van de kritiek op burgerinitiatieven feller. Wie zijn die ‘kantelaars’: actieve buurtbewoners of ‘noodlijdende ZZP-ers op zoek naar een klusje met subsidie’?
Een tussenbalans over ‘kantelaars’, zoekende overheden en actief burgerschap.

Zijn ‘uitgebuite ZZP-ers’ de leiders van een burgerinitiatief?
In een blog dat als repliek dient tegen wat de opstellers Evelien Tonkens en Jan Willem Duyvendak ‘de dweperige gelovige Jan Rotmans’ noemen, zetten zij kritische vraagtekens bij de grote (media-) aandacht voor Rotmans’ ‘Nederland kantelt’ en burgerinitiatieven. De schrijvers van de blog vragen zich af of al die ‘zogenaamde’ burgerinitiatieven wel van burgers zijn?
Voor hen zijn veel initiatiefnemers, zo stellen zij: ‘uitgebuite ZZP-ers’. En ze schrijven verder ‘… vaak heel enthousiaste en energieke maar ook tamelijk noodlijdende ondernemers … die het hoofd net wel of net niet boven water kunnen houden. Zij zijn bijvoorbeeld zorgverlener, kunstenaar, docent of sociaal werker van beroep, maar omdat daarin geen werk te vinden is, zijn ze voor zichzelf begonnen. Door actief te zijn in de buurt en mee te dingen naar subsidies voor burgerinitiatieven, hopen zij een boterham te verdienen en in het gezichtsveld van geldschieters te komen.’
Deze ‘vaststelling’ is voor vele betrokken initiatiefnemers een kwetsende karikatuur. Het berooft hen van hun oprechte motivatie, om vaak tegen gebrekkige inkomsten of geen, zich voor hun directe omgeving in te zetten. Volgens de schrijvers hebben deze burgerinitiatiefnemers geen ander doel dan zichzelf van de straat te houden en subsidie op te strijken. Voor een hoogleraar (Tonkens) toch knap ‘onwetenschappelijke’ uitspraken.

De ‘kantelaars’. Wie zijn dat?
Jan Rotmans, ook een wetenschapper, heeft inmiddels naam gemaakt met zijn ‘Nederland kantelt’. Zijn quotes vullen de timelines van Twitter en Facebook. Zijn stelling is dat Nederland van overheidssturing naar burgersturing overgaat. Hij ziet een transitie van veel van de bestaande organisaties en instellingen. Daarbij spelen burgers een belangrijke rol. De grote aandacht voor de veelheid aan burgerinitiatieven lijken hem gelijk te geven. Maar wie zij die ‘kantelaars’ wie leiden die burgerinitiatieven?
Tonkens en Duyvendak zien maar weinig echte ‘burgers’ zoals we boven al lazen. Maar uiteindelijk is toch iedereen ‘burger’, al is dat wel erg breed geformuleerd. Of is het misschien zo dat iedereen ‘burger’ is die niet uit hoofde van zijn functie bij een overheid, instituut en bedrijf een initiatief ontketent in zijn wijk, dorp of stad? Is het niet genoeg om een initiatief als burgerinitiatief te beschouwen als niet de overheid of een commercieel bedrijf aan de basis staat? Ontneemt een betrokkenheid van een overheid bij zo’n initiatief meteen een burgerinitiatief zijn burgers? En is een zelfstandig ondernemer geen burger? Kan hij/zij niet als maatschappelijk ondernemer zijn kennis en ervaring als burger inzetten in en voor zijn omgeving? Tonkens en Duyvendak stellen verder dat burgers altijd ‘de overheid’ nodig hebben. Tja, door het oerwoud aan regelgeving, is er langzamerhand geen terrein meer waar je niet voor langs het loket van de overheid moet. Zegt dat wat over de burger of over die alles regulerende overheid?

Hoe bottom-up zijn burgerinitiatieven?
Opmerkelijk is hoe vaak burgerinitiatieven op één lijn worden gesteld met bottum-up initiatieven. De term ‘bottum-up’ veronderstelt overigens dat de overheid boven de burger staat. Daar kun je anders over denken. Maar dat terzijde.
Veel critici hekelen burgerinitiatieven omdat zij niet ‘alle burgers’ bij het proces zouden betrekken. Zij veronderstellen dan gemakshalve dat alle burgers tijd én zin hebben om hun warme huiskamer of sportavond te willen verruilen voor een goedbedoelde activiteit voor een buurttuin, speelplaats of een creatieve broedplaats. Amper 50% van de stemgerechtigden neemt nog de moeite om eens per vier jaar te gaan stemmen voor hun lokale democratie. Moe thuisgekomen vanuit de file naar het werk, vinden de meeste burgers het wel best.
De critici gaan ook nog voorbij aan de haperende overheid die er ook amper in slaagt burgers nog ergens warm voor te laten lopen. Het mantra van ‘iedereen participeert’ kan door niemand worden waargemaakt. Al helemaal niet door de overheid. Was het niet diezelfde overheid die alles uit handen van de burger nam en overal zijn zegje over wilde doen? Dan krijg je nu eenmaal een afwachtende, klagende en passieve burger. Moeten burgerinitiatieven dit gebrek aan belangstelling in wat er buiten de deur gebeurt nu redden?

Subsidiejagers of maatschappelijke ondernemers?
Burgerinitiatieven kosten geld. En ondermeer Tonkens en Duyvendak lijken zich erover te verbazen dat burgerinitiatieven soms voor financiële ondersteuning aankloppen bij hun (lokale) overheid. Zoals vele adviseurs van de overheid ook hun boterham verdienen, grote bedrijven hun uiterste best doen om zoveel mogelijk belastingen te ‚ontlopen’, zo kunnen ook burgers met een goed plan bij de hun overheid aankloppen. Maar we zijn gewend dat de overheid het grootste deel van hun beschikbare belastinggelden besteedt aan wat zij zelf bedenkt. De miljarden die zijn verspild aan mislukte overheidsprojecten laten we hier maar even buiten beschouwing. Nu zou een groep burgers die voor veelal voor kleinere bedragen aankloppen, subsidiejagers zijn?
Niet vergeten mag worden dat de overheid het ‚administratiekantoor’ is van de burger. Alleen de burger betaalt en legitimeert de overheid. Als die burger dan wat belastinggeld voor een verdedigbaar publiek doel komt ophalen, moet ‚de overheid’ toch met verdomd goede redenen komen om dat te weigeren. De participatiediscussie is inmiddels uitgegleden naar de mantra van de werkende burger die kleine overheidstaken, die wegens bezuinigingen buiten de boot vallen, gratis en zonder gedoe overneemt.
Als we Tonkens en Duyvendak moeten geloven vallen‚ noodlijdende ondernemers’ daar dus niet onder. Maar wie dan wel: de werkloze moeder die in de speeltuin helpt, de bankmedewerker die ’s avonds achter de bar in het buurthuis staat, de parttime werkende cassiére die penningmeester is van de bewonersvereniging? Wie is dan ‚de burger?’

Wetenschappers of opinieleiders?
Het is opmerkelijk hoeveel wetenschappers zich met ongekende frequentie online melden met meer of minder gefundeerde opinies. Hun naam als wetenschapper wekt de suggestie van grondigheid, maar de opeenstapeling van meningen en ervaringen, zoals op deze blog, maakt nog geen wetenschap. Maar deze blog heeft ook geen enkele wetenschappelijk pretentie.
Het zou beter zijn als professoren, hoogleraren en andere ‘hogepriesters van de kennis’ onze samenleving zouden verrassen met nieuwe, grondig onderzochte, inzichten in wat een bijzonder verwarrende en tegelijkertijd uitdagende periode in ons samen-leven mag worden genoemd.
Iets minder meningen vanuit ‘de wetenschap’. Iets meer onderzoek zou ons allen zeer helpen: overheden en burgers. Dus ook ‘noodlijdende ondernemers.’