Berlijn: stad als ongeplande uitkomst

Een stad zonder planning is spannender, verrassender, en chaotischer.

Geschiedenis in beton dat zich niet meer laat wegjagen.

Hoe ziet een stad eruit als de geschiedenis een loopje met haar neemt. Berlijn oogt voor Nederlandse begrippen zo ‘lekker’ chaotisch dat je gaat vermoeden dat dat ook het plan is. Je zou daarom niet zeggen dat Berlijn iets van een ambitie heeft op het terrein van stadsontwikkeling.  Maar die stedelijke plannen zijn er wel degelijk. Echter één groot masterplan is er niet. Berlijn heeft niet zoveel meer met Grote Gebaren. Daar heeft de geschiedenis een streep doorgezet.

Onuitwisbare geschiedenis
Als er één stad is die een onuitwisbare geschiedenis heeft, dan is het Berlijn wel. De megalomane plannen van de Nazi’s moesten Berlijn groot aanzien in de wereld geven. Bouwwerken van monsterlijke omvang in klassieke bouwstijlen, zichtassen tot achter de horizon, het zou de stad en ‘het Rijk’ het aanzien geven die het ‚verdiende’. In Parijs hadden de Nazi’s al gezien hoe de Prefect van de Seine Georges-Eugene Haussmann rond 1850 in opdracht van Napoleon III de stad meer ‘ruimte en licht’ moest geven. De middeleeuwse binnenstad met haar nauwe straatjes en stegen moesten wijken voor lange en brede boulevards. Sommigen verdachten Napoleon III ervan dat de elkaar snel opeenvolgende gewelddadige opstanden hem deden besluiten tot het neerhalen van de krochten waarin de ‘relschoppers’ zich makkelijk konden verstoppen. Op de brede boulevards verbonden door de grote pleinen was het moeilijk verstoppen en had de politie goed overzicht als ook maar iemand de straat overstak.
Dat moet ook de leiding van de Nazi’s zeer tot de verbeelding hebben gesproken. ‘Berlijn’ wilde ook zoiets, maar dan groter natuurlijk. Maar mooie dingen maken en oorlog voeren bleken slecht samen te gaan. De door de Nazi’s gewenste ruimte in de stad kwam, maar anders van gepland.

De stad die altijd wordt, maar nooit is
Parijs trekt jaarlijks miljoenen toeristen om wat het is: een schitterende en samenhangende stad, een heldere structuur, herkenbare architectuur en ‚grandeur’.
Berlijn trekt jaarlijks miljoenen toeristen om wat het niet is: een schitterende en samenhangende stad, een heldere structuur, herkenbare architectuur en ‚grandeur’.
Berlijn is dan ook geen uitkomst van een consistent stedenbouwkundig plan, maar het resultaat van ideologische waanbeelden. De stad moet leven met haar erfenis. Hoofdstad van de grootste economie van Europa, maar blijvend gehavend.
Toch is de stad niet zonder ambities. Senator für Stadtentwicklung und Umwelt, Michael Müller (inmiddels burgemeester van Berlijn) stelde in 2013 dat stadsontwikkeling participatief en via ‚onderhandeling’ tot stand moet komen. En wat heeft de stad dan voor plannen?

Voormalig vliegveld Tempelhof
Tempelhof is een icoon geworden van alternatief Berlijn. Een 386 ha grote open vlakte waar twee start- en landingsbanen, rolbanen en een aankomst- en vertrekhal nog volledig in takt zijn. Het mega-grote gebouw dat naast de aankomst- en vertrekhal, ook een hangar, kantoren en een goederenopslag omvat, telt maar liefst 300.000 m2.
In 2013 sprak Müller nog van een ‚behoedzame’ ontwikkeling van Tempelhof. Daarmee bedoelde hij de bouw van maar liefst 4.900 woningen en de nieuwe bibliotheek voor Berlijn.
Echter daar dachten de Berlijners heel anders over. Bijna 5.000 woningen en een grote bibliotheek werd niet als ‚behoedzaam’ gezien. Daar kwam nog bij dat het thema ‚wonen’ zeer gevoelig ligt. In een stad dat ooit na de val van de Muur een overschot aan betaalbare, al zij het in slechte staat verkerende, woningen had, was inmiddels een verbeten strijd gaande over betaalbaar wonen. En het voorgenomen bouwproject op Tempelhof leek toch vooral gericht op het hogere segment van de woningmarkt.
Er kwam een referendum naar de toekomst van het voormalige vliegveld. De uitslag gaf geen twijfel over de mening van de Berlijners: in alle Bezirke (wijken) kregen de tegenstanders van bebouwing van Tempelhof een overtuigende meerderheid. De krant TAZ kopte: ‚Senat vom Feld gejagt.’
Het referendum mag dan deze plannen hebben geblokkeerd, de fantasie over wat je met 386 ha lege stadsruimte kunt doen, gaat onverminderd door.

Mediaboulevard aan de Spree
Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 heerste in de stad een ongeremd optimisme over de toekomst van de stad. De deling was overwonnen, de stad was kandidaat om wederom hoofdstad te worden (i.p.v. Bonn), en de stad zou in 2010 toch zeker 6 miljoen inwoners tellen. (Het werden er slechts 3,6 miljoen in 2015).
Door de alles vernietigende oorlog waren veel grote bedrijven vertrokken en deels naar Zuid-Duitsland verhuisd. Daarmee werden de ooit agrarische delen van Duitsland, de kassa van Duitsland. De 28 jaar durende deling van de stad, die daar op volgde, zorgde ervoor dat Berlijn als vestigingsstad, nog verder haar aantrekkelijkheid verloor.
Na de val van de Muur trokken door de opkomst van de muziek-scene, vooral techno, in combinatie met de lage huren van veel huizen in het voormalige Oost-Berlijn, veel jongeren uit heel Europa naar Berlijn. Ook de vrijstelling van de dienstplicht ten tijde van de Muur, had al veel Duitse, vaak alternatieve, jongeren naar de stad doen verhuizen.
Het bracht de stad op het idee om aanvullend op die muziekscene media-bedrijven naar Berlijn te halen. Men bedacht daarvoor het project de Media Spree. De Spree, de rivier die Berlijn in tweeën snijdt, was na de val van de Muur een ‚vrije zone’ geworden. Vooral daar waar de gevallen Muur en de rivier samen hadden gelopen, was veel ‚oninteressante’ grond vrijgevallen. Jongeren wisten daar wel raad mee, en hielden daar hun illegale techno-parties. Er ontwikkelde zich daar een alternatieve scene die nog meer jongeren uit de hele wereld aantrok. Waar kon je nog zo vrij met de stad spelen als daar bij de Spree? Maar wat als media-bedrijven daar hun kantoren zouden gaan bouwen? Een nieuw stadsoorlog om ‚vrije’ ruimte was geboren. De sloop van bijzonder populaire plekken als Bar25 zetten de tegenstanders van Media Spree in vuur en vlam.
Uiteindelijk lijken niet de protesten maar de gebrekkige belangstelling van mediabedrijven i.c.m. de economische omstandigheden, de rem te hebben gezet op de ‚ontwikkeling’ van de Spree-oevers. Inmiddels zijn de opvolgers van Bar25 (en later Kater Holzig) al weer aan de Spree begonnen met een groots alternatief creatief dorp: Holzmarkt.

Er valt nog een vliegveld vrij: Berlin TXL
Je kunt het je haast niet voorstellen, ook Berlijners niet: de opening van het nieuwe vliegveld BER. Toch zal het er ooit van komen. En dan valt wederom een vliegveld vrij: TEGEL, ofwel in codetaal TXL. Een stad met twee buiten gebruik gestelde vliegvelden. Hoe luxe is dat?
TLX zal geen Tempelhof II worden. Op TLX moet geld worden verdiend. De ontwikkelingsplannen liggen dan ook al enige tijd klaar. De naam van het project is Berlin TLX – The Urban Tech Republic’.
De inrichting van het gebied is aan ambitieuze voorwaarden gekoppeld, zo belooft Stadsontwikkeling van Berlijn. Duurzaamheid en stedenbouwkundige kwaliteit zijn de criteria waarop wordt gemikt.
Een groot deel van het (ooit voormalige) vliegveld zal open landschap blijven. De naam daarvan is ook al bekend: ’Tegeler Stadtheide.’ Veel voorbereidende denkprocessen zijn al doorlopen, zodat direct na opstijging van het laatste vliegtuig de schop de grond in kan.
Maar daarvoor zal eerst het nieuwe vliegveld ten zuiden van Berlijn, BER, open moeten. En daar is het goed mis. Grote delen van de installaties voldoen niet aan de eisen. De coördinatie van het project verloopt chaotisch. Men stelt dat dat komt doordat ‚Berlijn’ het zo nodig zelf wilde bouwen, zonder hulp van landelijke experts. Het wachten is dus op BER voordat Berlin TXL aan haar nieuwe toekomst kan beginnen.