Als Coehoorn Centraal permanent wordt

Zoveel maakt het project wel duidelijk: mensen maken de stad.

Mede-initiatiefnemer Peter Groot hijst de Coehoornvlag op een van de panden van het project.

Het burgerproject Coehoorn Centraal in Arnhem is nu precies twee jaar onderweg. Immers in maart 2013 nam de Arnhemse gemeenteraad het moedige besluit een klein deel van een wijk ‘vrij te geven’. Niet zomaar een wijkje aan de periferie van de stad, maar recht tegenover het in ombouw zijnde Centraal Station, een al bijna twee decennia lopend bouwproject, maar waarvan verwacht wordt dat het in de top van architectonische stationsinconen zal belanden. Het vrijgeven heeft een houdbaarheidsdatum tot 1 september 2018. Is het speelkwartier dan weer voorbij en ratelen in het Coehoornpark dan weer de betonmolens?
Een doorkijkje naar 2019 en verder.

Het wordt toch niet permanent, dat Coehoorn-gedoe?
Hoeveel mensen zich ook de blaren op de handen klappen voor de verrassende ontwikkelingen in een wijkje dat bijna 2 decennia verweesd was achtergelaten, er zijn ook zeker mensen die vrezen dat dit ‘stedenbouwkundig geknutsel’ een permanente status krijgt. Een wijk waar de gemeente vijf jaar lang van veilige afstand ‘stadshobbyisten’ hun gang laat gaan om een creatieve wijk tot stand te brengen.
De zo gehoopte nieuwbouw wordt dan immers niet gerealiseerd. Geen ‘moderne’ wijk met de wolkenkrabber van Koolhaas, geen luxe appartementen en flats die het station in de schaduw zetten. Daar zit je dan met de ‘lege plek’, dat met veel bombarie ‘Stadspark Coehoorn‘ is gedoopt. En dan hebben wij het nog niet over die ‘ouwe meuk’ van gebouwen waar we dan tot in lengte van dagen tegenaan mogen kijken.
Moet de stad blij zijn met een continuering van Coehoorn Centraal of moet zij het ergste vrezen?

Wat Coehoorn Centraal is
Coehoorn Centraal is een project waarbij een tweetal aanjagers* 5 jaar lang hun tanden mogen zetten in een wijk dat voor bepaalde tijd uit de reguliere stadsontwikkeling is gehaald. Dat geschiedde in maart 2013 op basis van een motie van GroenLinks en VVD. In zeer beperkte termen werd wel een richting meegegeven: om te komen tot ‘een creatieve wijk’. Met het besluit gaf de gemeente echter geen opdracht tot stedelijke interventie in Coehoorn, maar sprak uit dit nadrukkelijk achterwege te laten ten gunste van een aantal personen* die daar uitgesproken ideeën over hadden en daarmee zelf aan de slag wilden.
Het eerste jaar, 2013, werd een spannende zoektocht voor gemeente en initiatiefnemers om invulling te geven aan ‘vrijgeven’ en wel met behoud van ieders rol en verantwoordelijkheden. Maar zeker ook, naar de vraag hoe de financiering van dit alles zou moeten lopen.
*Peter Groot en Paul de Bruijn

Herbestemming, leegstandsbestrijding, stedelijk pauzenummer?
In de achterliggende twee jaar heeft het project al heel wat stempels opgedrukt gekregen. Zo zag de een een goed voorbeeld van herbestemming van lege panden. Maar daar is geen sprake van, herbestemming is meestal voor de langere termijn en dit project loopt (vooralsnog) in 2018 af.
Leegstandsbestrijding dan? Pandjes vullen met creatieve ZZP-ers die goedkoper op de boedel kunnen passen dan de officiële leegstandbeheerders. Dat is het ook niet bepaald. De doelstellingen van de Stichting Coehoorn Centraal liggen immers op heel andere terreinen. Het moet een project zijn dat de Arnhem als creatieve stad een gezicht moet geven, dat onderwijs en bedrijfsleven verbindt in een nieuwe context en Arnhem aan onze Duitse buurstaat Nordrhein-Westfalen wil koppelen.
Een stedelijk ‘pauzenummer’ dan? Ook daar lijken de initiatiefnemers niet op uit, daarvoor zijn de ambities van het project toch iets te veel voor de langere termijn.
Burgemeester van Arnhem Herman Kaiser gaf tijdens een bezoek aan Coehoorn een wel heel opmerkelijke duiding aan het project: ‘Zovelen zoeken naar voorbeelden van bestuurlijke vernieuwing, naar een andere verhouding tussen burger en overheid, maar die zijn er nog weinig. Maar hier in Coehoorn zie ik het gebeuren. In Arnhem’.

Wanneer mag het project succesvol genoemd worden
Als het doel is gehaald, zou je zeggen. Echter het doel is een ‘creatieve’ wijk. Hoe meet je dat? En moet je een tijdelijk project wel evalueren als je toch de stekker er na bepaalde tijd weer uit trekt? Wat maakt het uit? Het tijdelijke karakter is bij aanname van de motie ingegeven door de verwachting (of de mogelijkheid) dat na 2018 de stad weer met het ‘echte’ werk kan beginnen. Echter steeds meer wordt duidelijk dat de tijden van vóór 2008 niet meer zullen terugkeren. De grote ontwikkelaars en bouwondernemingen verkeren in zwaar weer. Opschalen is een kunst, maar om van massa-productie van dertien-in-een-dozijn-woningen terug te schakelen naar kleinschalige inpassingen en aanpassingen is voor dit type bedrijf nauwelijks mogelijk. Een olifant kan niet kleiner worden, wel omvallen.
De kans dat het project wat langer mag doorademen is daarom niet uitgesloten. Inmiddels zijn de Stichting Coehoorn Centraal en de gemeente Arnhem gestart met het opstellen van een tussen-evaluatie. Dit wordt aan de hand gedaan van het ‘10-punten programma‘ dat tussen Coehoorn Centraal en de gemeente Arnhem is afgesproken.

Coehoorn in 2025
Was 2013 het jaar van het overleg en de verkenning van het project, 2014 het jaar van de beschikbaarstelling van studio’s en werkruimten aan creatieve ondernemers, 2015 moet het jaar worden van de tussen-evaluatie en de vooruitblik naar Coehoorn na 2018.
Inmiddels lijkt het project vele energiebronnen in Arnhem te hebben ontsloten. Zonder enige directe werving vinden goede creatieve ondernemers en getalenteerde vrijwilligers hun weg naar Coehoorn. De geest in het project spreekt zovelen aan om zich, in veel gevallen belangeloos, voor het project in te zetten. Maar ook de voor het project zo belangrijke onderwijsinstituten stappen in door het entameren van experimenten, het ondersteunen van kennissessies voor ondernemers. Het doel voor een heuse Coehoorn Creative College lijkt in 2015 toch geleidelijk dichterbij te komen.
De ondernemers geven aan met grote tevredenheid in het gebied te werken en ervaren steun van het (landelijke) bekendheid van het project. Inmiddels zijn alle ruimten verhuurd.
RTV-Arnhem neemt momenteel haar intrek in een van de panden en bouwt daar haar nieuwe radio- en televisiefaciliteiten. Daarmee krijgt het project ook een mediacomponent, een ambitie die al door een aantal media-ondernemers was ingezet. Het is onmogelijk om alles te noemen wat nu al gaande is in het project. Duidelijk is wel dat aan de rand van het projectgebied zich de eerste nieuwe ondernemers hebben gemeld. Bewoners spelen bingo in Coehoorn&Co. KunstLab Arnhem organiseert hier tal van (buurt-) activiteiten zoals de Nieuwe Makersborrel. Het projectcafé Stella by Starlight is het kloppend hart van Coehoorn Centraal geworden en heeft, mede door de open sfeer, haar muziekavonden, haar daghappen, de harten van velen veroverd, jong en oud, student en werkende, ondernemer en ambtenaar.
Een doorontwikkeling van Coehoorn sluit verbouw en nieuwbouw natuurlijk niet uit. Stilstand in een stad is achteruitgang. Maar daarbij mag het opgebouwde sociaal-economische weefsel niet worden beschadigd en moet het verworvene worden gerespecteerd. Want gebouwen zonder mensen is bouwen voor de leegstand.

Een stad is niet van steen
Zoveel maakt het project wel duidelijk: mensen maken de stad, de wijk, de buurt.
Gebouwen kunnen criminaliteit, vervreemding en vereenzaming niet voorkomen. Wel een sociaal weefsel van buren die elkaar kennen, een gemeenschappelijk doel hebben in de wijk, voelen dat de buurt weer van hun is. Maar ook dat de gemeente weer naar ze omkijkt en zorgt voor een schone en aantrekkelijke openbare ruimte, grijs én groen.
Als een project in zo’n buurt ook nog zorgt voor een krachtig zelfstandige en creatief werkklimaat, kan ook de wijkeconomie weer een impuls krijgen. Volgens sommigen is de plek van Coehoorn Centraal in twee jaar tijd al zo merkbaar veranderd, dat de buurt nu al als werk- en woonwijk aan kracht heeft gewonnen.
Het is de vraag bij wie dat voordeel van al die inspanningen gaat landen. Gaan na 2018 projectontwikkelaars de gemeente met veel geld paaien om nu toch weer eens ‘serieus’ aan de slag te gaan? Voor een gemeente in geldnood kan dat als een aantrekkelijk aanbod in de oren klinken. Toch zijn de tijden definitief veranderd. De wijk Coehoorn zal zeker in waarde stijgen, maar niet door de stenen, die ‘ouwe meuk’. Ook niet door het stapelen van nieuwe stenen. Maar door de kracht die op die plek is teruggekeerd, de trots van bewoners en ondernemers, de voorbeeldwerking voor andere stadsdelen, de grote aandacht die het project landelijk trekt, de hele stad het signaal geeft, dat burgers samen bergen kunnen verzetten.

Professioneel loslaten
Zeker ook omdat de gemeente een ontwikkeling heeft doorgemaakt naar het actief loslaten. Een vorm van loslaten die de gemeente niet marginaliseert maar weer midden in de samenleving plaatst, nu niet als regelneef, betweter, conflictbeslechter en procesvertrager, maar als professionele facilitator, procesversneller, adviseur van burgers en wijkprofessionals om de buurt een krachtige sociale en economische impuls te geven.
Als de gemeente het aandurft om selectief en begeleid los te laten daar waar mogelijk en gewenst, kan de stad er over 5 – 10 jaar wel eens heel anders voorstaan. De stad mag een tekort aan geld hebben, aan burgerenergie en creativiteit is in Arnhem geen gebrek. Mits deze de ruimte krijgt om daar zelf richting aan te geven.
Voor diegenen die met lede ogen moeten aanzien dat zij de regie gedurende het proces zijn kwijtgeraakt, zullen de vele honderden burgerprojecten in Nederland slapeloze nachten veroorzaken. Maar de krachtige na-oorlogse wederopbouw-overheid, toen zo noodzakelijk, moet nu echt in een nieuwe modus verder. De beschamende opkomst bij verkiezingen moet overheden tot bescheidenheid manen en goed overwogen en selectief de regie terug doen geven aan de samenleving, de stad, wijk en buurt.

Het artikel vertegenwoordigt op geen enkele wijze een standpunt of visie van de Stichting Coehoorn Centraal en is strikt op persoonlijke titel geschreven.