Als alles markt is

Community Wealth Building: bouwen aan een economie die iedereen dient

‘Een goed leven in plaats van grenzeloze groei’.©️

We zijn er inmiddels gewend aan geraakt: de markt als oplossing voor te hoge prijzen, slechte service, inefficiënte dienstverlening. Vanaf midden 1980-er jaren bereikte het neoliberale gedachtengoed ook het Europese continent. Het continentale Europa dat na WWII uit angst voor het communisme weg bleef van de rauwe alles-is-markt economie en als alternatief het Rijnlandse (economische) Model introduceerde.
Nu het rauwe vrije-markt-model scheuren vertoont, is de vraag, wat is het alternatief en hoe komen we daar.

De economie is van iedereen

In het spraakgebruik en media is ‘de economie’ een fenomeen dat zich als een natuurverschijnsel manifesteert: je hebt goede tijden en slechte tijden. Zoals het weer dat kuren kan vertonen en na een zonnige dag je trakteert op een koude en regen. Zo kan de rente stijgen, de werkloosheid afnemen, de huurprijzen van woningen stijgen, de olieprijzen dalen. Zo gaat dat, zoals met het weer.
De economie als systeem voorstellen is een tweede manier om de onaantastbaarheid en onveranderlijkheid ervan te onderstrepen. Dit denken maakt dat we denken dat economie ons overkomt, dat de tijden die wij de afgelopen decennia hebben meegemaakt een gegeven is, van ‘boven’ gestuurd.
Twee namen die een ander licht werpen op de vermeende onaantastbaarheid van het begrip economie: Mariana Mazzucato en Tom Lloyd Goodwin van CLES.

De waarde van alles

Mariana Mazzucato is directeur van het UCL Institute for Innovation & Pulic Purpose en bekleedt de leerstoel Economics of Innovation and Public Value. In haar recente boek De waarde van alles beschrijft zij dat in de huidige economie het onttrekken van waarde, zoals het opstrijken van dividenden en bonussen, beter beloond wordt dan het scheppen van waarde, de basis van een gezonde en iedereen dienende economie.
Kern van haar boek is dat de economie geen ‘systeem’ is en al helemaal geen natuurverschijnsel. De economie is opgebouwd uit een complex stelsel van afspraken, van meetpunten, van handelsovereenkomsten, van door mensen ontworpen ‘mechanismen’.

In deze economie is afgesproken wat onder ‘groei’ wordt verstaan, wat je daarin meetelt en wat niet. Zo stelt Mazzucato dat in de huidige afspraak over groei elke uitgave gedaan door consumenten (dat zijn burgers die zijn versmald tot kopende actoren) en het ‘bedrijfsleven’, geteld worden als bijdragen tot economische groei. Daarbij maakt eigenlijk niet uit waaraan het wordt uitgegeven. Neem een in China bestelde speelgoedartikel. De prijs van het gekochte artikel is economie en deel van de economische groei, weliswaar landt in dit voorbeeld de groei in China. Als het artikel na drie maanden defect in de vuilnisbak verdwijnt wordt het door een commerciële vuilophaaldienst verwerkt. De omzet van dat bedrijf telt ook mee als onderdeel van de economische groei.

Een nog vreemder voorbeeld is als een bedrijf een product maakt en daarbij de vrijkomende schadelijke stoffen illegaal loost, op land of in het water. Hier wordt twee maal economische groei gerealiseerd: de verkoop van het product, waarvan de opbrengst en bijdrage aan de economische groei, wordt vergroot door de schadelijke stoffen ‘kosteloos’ te dumpen. Als vervolgens een bedrijf de opdracht krijgt een door illegale lozingen vervuild terrein of water schoon te maken, ontstaat weer een bijdrage aan de economische groei. De huidige definitie van economische groei gaat er vanuit dat alles waarvoor een prijs wordt betaald bijdraagt aan de economie. De bijdrage aan een welvarende en gezonde samenleving wordt echter niet gemeten en dus ook niet beloond.

In onze serie over kapitalisering schreven wij al over de waarde-ontrekking die het huidige rendementzoekend kapitaal in de reële economie veroorzaakt.

De omzet van Schiphol en het vliegverkeer is economische groei. De milieu-schade heeft geen prijs.©️

De overheid telt niet mee

Het aandeel van de overheid in de samenleving en economie ten opzichte van de rol van markt is door de eeuwen heen voortdurend onderwerp van debat en aanpassing aan de uitkomsten van ideologische stellingnamen en geldenden machtsverhoudingen.
Waar de overheden na WWII een grote rol kregen toegedicht bij de wederopbouw van de door oorlog ontwrichte samenlevingen, en daar ook succesvol in waren, kwamen diezelfde overheden onder druk van het neoliberale gedachtengoed steeds meer als marktverstorend in een negatief daglicht te staan.

Mazzucato stelt in haar boek dat in de geldende economische afspraken de overheid niet bijdraagt aan economische groei. Elke door haar uitgegeven euro is een uitgave, een kostenpost die via belastingen de winstgevendheid van bedrijven drukt.
Gemakshalve wordt vergeten dat overheden in grote mate bijdragen aan economische groei. Het zijn overheden die de cruciale infrastructuur aanleggen en onderhouden.

Vanzelfsprekende technologische ontwikkelingen als het internet komen door de daaronder liggende technologie voor rekening van overheden. Zo kon de personal computer als antwoord op de main frame computers niet door het bedrijfsleven zijn ontwikkeld als de Amerikaanse overheid niet decennialang fundamenteel onderzoek had laten doen naar de technologie van halfgeleiders. Ook aan de grafische interface die Steve Jobs bij APPLE doorontwikkelde vond haar oorsprong in talrijke door de overheid gefinancierde wetenschappelijk onderzoeken. De huidige iPhone was ondenkbaar zonder die miljarden kostende en jarenlange door de Amerikaanse overheid gefinancierde onderzoeken.
Denk ook aan veel medisch onderzoek aan universiteiten die later leiden tot nieuwe geneesmiddelenen ook door overheden zijn gefinancierd.

Door de geldende afspraken over wat economie is, wordt de rol van overheden weggeredeneerd en als die al aan de orde komt wordt gezien als een uitgavenmachine en hinderlijke verstoorder van de vrije markt.

Mechanische verbeelding van de werking van kapitaal in het Berlijnse Museum des Kapitalismus.©️

Lokale economie, lokale welvaart

Donderdag 5 december vond in Rotterdam op initiatief van de LSA, landelijk platform voor actieve bewoners, een speciale workshop plaats van de uit Engeland afkomstige CLES, the national organisation for local economies. Tom Lloyd Goodwin van CLES presenteerde praktische ideeën om meer waarde in de eigen stad of regio te behouden.

Daarbij introduceerde Goodwin 5 principes, principes waarmee CLES overheden en bedrijven wil overtuigen dat onze manier van handelen alternatieven kent die de lokale economie ten goede komt.

1. Zorg voor een goed functionerende lokale arbeidsmarkt
Uitgangspunt hierbij is dat grote lokale werkgevers, anchor institutions genoemd, hun personeel werven in de lokale gemeenschap. Het is van belang dat daarbij vooral in de eigen minder economisch sterke buurten wordt geworven. Gemeenschappen met 40% werkloosheid of meer, dragen economisch noch sociaal bij aan de samenleving. Door hen werk te bieden en waar nodig bij te scholen, kan de lokale gemeenschap weer uit haar armoede komen en hun inkomen weer (grotendeels lokaal) besteden.

2. Lokaal aanbesteden van opdrachten en aankopen
Grote organisaties als overheden en gezondheidsinstellingen kunnen hun aanbestedingen als eerste lokaal doen. Veel aanbestedingen worden echter geclusterd tot een grote uitvraag waardoor kleinere lokale bedrijfjes er gewoon niet meer aan te pas komen. De EU-regelgeving schrijft een internationale aanbestedingsplicht voor als een uitvraag boven een bepaald bedrag komt. Daarmee minimaliseert de kans dat een lokale aanbieder zich voor de opdracht kan kwalificeren.

3. Gespreid eigenaarschap in de lokale economie
Het ontstaan van kleine lokale bedrijven, hulporganisaties, winkels, coöperaties maakt dat de lokale werkgelegenheid toeneemt, de betrokkenheid bij de eigen buurt of stad groeit, en de lokaal uitgegeven euro vaker lokaal wordt besteed (multipier-effect), in tegenstelling tot euro’s besteed bij de grote (internationale) ketens, die de euro direct uit de lokale economie halen en vaak ook nog minimale belastingen betalen.

4. Sociaal ondersteunend gebruik van vastgoed en grond
De anchor institutions, de grote lokale (overheids-) organisaties, moeten hun (tijdelijk) niet voor andere doelen ingezette ruimten beschikbaar stellen aan de lokale gemeenschap. Te denken valt aan vergaderzaaltjes die in grote organisaties vaak periodiek ongebruikt zijn, leeg gemeentelijk vastgoed dat beschikbaar wordt gesteld aan een buurtinitiatief. Of denk aan landgoederen rond gezondheidsinstituten die voor een nabijgelegen dorp kan worden gebruikt voor een dorpsfeest.

5. Laat lokaal kapitaal werken voor de lokale gemeenschap
Gebruik lokaal kapitaal van bedrijven of vermogende inwoners om lokaal te investeren in plaats van het (internationaal) aantrekken van kapitaal. Bij lokale investeerders landen de rendementen ook weer in de lokale economie. Het ontstaan van lokale banken, zoals ooit de RABO-Bank in Nederland lokaal georganiseerd en verbonden was, kan de lokale economie versterken. Investeringen worden dan nauwer verbonden met lokale betrokkenheid en minder bij maximalisering van opbrengsten.

Het kan anders die economie

De economie is in weerwil van de heersende opinie geen systeem en al helemaal geen natuurverschijnsel. Het is een optelsom van in het verleden gemaakte afspraken, waarbij de machtigste partijen de economie naar hun eigen belangen hebben gevormd. De accumulatie van kapitaal bij enkelen, de onttrekking van kapitaal aan de reële economie en de daardoor slinkende middelen voor overheden en gemeenschappen, is het gevolg van de economie zoals die nu is ingericht.

Nu de ingrijpende gevolgen voor steeds meer mensen zichtbaar wordt, de reële lonen, in tegenstelling tot de bedrijfswinsten, al decennia niet meer zijn gestegen, de huisvesting onbetaalbaar wordt, armoede en schulden snel toenemen, is een reset van deze economie urgent geworden.
Ruim 100 jaar na de Russische Revolutie zijn we weer in de terugkerende fase van het kapitalisme aanbelandt, waarin de economie niet meer het belang van allen dient, maar de belangen van weinigen.

Actuele film met Thomas Piketty over het kapitaal anno nu.