Zollverrein heeft geen haast

Met geduld een oude mijn en cokesfabriek tot nieuw leven brengen.

Kinderen nemen bezit van de oude cokesfabrieken van Zollverein.

Het Ruhrgebied roept bij veel Nederlanders een beeld op van uitgestrekte ‘schoorsteenlandschappen’, bergen kolen, grauwe huizen en een geur die de neus doet dichtknijpen. Inmiddels is het Ruhrgebied in 2010 de ‘Culturele hoofdstad van Europa’ geweest en herbergt het zo’n slordige 220 musea. Zollverein is in dat grote Ruhrgebied een opmerkelijke plek geworden.

Ooit de grootste van Europa
De naam ‘Zollverein’ verwijst naar de in 1834 gestichte vrijhandelszone tussen 14 Duitse staten. Een soort EU op Duits grondgebied. De eerste schacht onder deze naam werd in 1851 in gebruik genomen en begint met het naar boven halen van kolen. Het terrein van Zollverein wordt in 1962 uitgebreid met een nieuwe ‘Kokerei‘ die meteen de grootste van Europa is. De hoogtijdagen voor de steenkolenindustrie breekt aan. Ruim 400 mijnen zijn op dat moment actief in het Ruhrgebied.
Maar de koning onder de mijnen moet relatief snel de poorten sluiten. In 1986 valt het doek. Kolen worden in grote delen van Europa vervangen door olie en gas of uit andere werelddelen tegen lagere prijzen ingevoerd.
De ‘Kokerei’ gaat nog door tot 1993, maar sluit dan toch haar deuren.

Werelderfgoed
Als in 2001 Zollverein door de Verenigde Naties wordt uitgeroepen tot Werelderfgoed wordt wel duidelijk dat het terrein en haar imposante bouwwerken een nieuwe toekomst tegemoet gaan. Na een lange periode waarin een sloopvergunning onbenut is gebleven, wordt het terrein stap voor stap omgevormd voor een nieuwe toekomst. De waarde van Zollverein voor de geschiedenis van de industrie, de industriële architectuur en de sociale omgeving wordt op waarde geschat.
Het terrein is echter zo groot, zoals ook het aantal gebouwen, dat van een renovatie in één ruk, geen sprake kan zijn. Het kan niet anders dat alles op zijn tijd zal moeten.

Red Dot Design Museum
Als in 1997 het Red Dot Design Museum zich op het terrein vestigt begint een nieuwe fase in de herontwikkeling. Het museum telt 4.000 m2 en wordt met 1.000 stukken beschouwd als de grootste collectie van actuele design in de wereld.
In 2004 viert het museum met haar voorlopers haar 50-jarig bestaan.
Grenzend aan het museum is een groot en stijlvol restaurant gevestigd. Niet de enige horeca op het terrein maar wel de meest in het oog springende.

Onze blogs volgen via RSS? Volg deze link of kies onderaan deze site de onderwerpen. (Wat is RSS?)

Een van containers gebouwd zwembad op Zollverein.

Onthaaste heronwikkeling
Wat Zollverein tot bron van inspiratie maakt voor het revitaliseren of herontwikkelen van (delen) van dorpen en steden is wel het trage tempo waarin het proces zich voltrekt. Er is geen haast, geen enkele. Er komt geen ‘grand opening’, maar allemaal kleine openingen van weer een gebouw, een horeca of een andere aanpassing. Dat neemt niet weg dat dit megaterrein ook tijdens de transitie meer dan interessant is. Misschien eigenlijk wel vanwege de transitie. Je hebt het gevoel dat je de volgende keer weer moet terugkomen, want dan is er zeker weer wat veranderd. Je groeit mee met de ontwikkeling.

De levenscyclus in steen en staal
In Nederland houden we niet zo van verval. Oude panden, die ‘geen functie’ meer hebben, ruimen we al snel op. En als dat niet kan, moet er snel een hek om. Veiligheid, aansprakelijkheid, vernielingen. Nederland is ‘vol’ met lege zandvlaktes want we zien niet graag gebouwen ‘afsterven’. Dan maar een snelle ‘humane’ dood. Maar niet het tergend langzame verval aanschouwen.
Er zijn maar weinig landen in Europa waar dorpen en steden zijn gevrijwaard van verval. Waar sommige gebouwen vervallen, starten anderen weer een nieuw leven. Een stad heeft net zo goed een levenscyclus, van bouw, gebruik, onbruik en verval om vervolgens mogelijk weer aan een nieuw leven te beginnen. Daardoor kennen steden buiten Nederland ook vaak zoveel ‘sporen’ uit het verleden, kleine aanwijzingen naar grote verhalen.
Zollverein laat prachtig alle stadia van de bebouwde omgeving zien. Zollverein is niet af. Nu niet, misschien wel nooit. Maar het is er spannend. En nodigt nog uit om herontdekt te worden, haar verhalen ‘aan te horen’.

Lessen voor onze dorpen en steden
Ofschoon een gemiddeld dorp of stad geen voormalig industriegebied is, kan Zollverein ons toch wat leren voor de revitalisering of herontwikkeling van onze buurten of wijken:

  • De meeste gewaardeerde oude binnensteden hebben zich fasegewijs ontwikkeld. Dat heeft geleid tot een gevarieerd dorpsgezicht of stadsbeeld;
  • Vervallen gebouwen nodigen nieuwe gebruikers uit voor een andere invulling. De economische waarde loopt terug en instappen wordt steeds goedkoper. Afbreken betekent geen betaalbare instap of een te duur nieuw pand;
  • Met soms beperkte maatregelen zijn onbruikbaar geworden panden voldoende veilig te maken voor (tijdelijk) alternatief gebruik;
  • Veel ‘oude’ en vervallen panden hebben een verhaal die de omgeving of het dorp of de stad van een identiteit voorziet;
  • Bij sloop eindigt het denken over een nieuwe invulling van een pand en rest een lege plek;
  • Een verlaten pand kan het begin zijn van een nieuw buurtinitiatief.

Uiteraard zijn niet alle verlaten panden geschikt voor een tweede leven. Ook een tijdelijke onbeheerde situatie kan bij het ene pand wel en het andere pand niet: ligging, gevaarlijke situaties, aantrekken criminaliteit.
Deze redenen nemen niet weg dat er nog voldoende panden zijn, die niet direct uit het straatbeeld moeten verdwijnen en mogen hopen op een nieuwe bestemming.

Meer beelden van Zollverrein