Winkels, we krijgen er geen genoeg van

Over de hardnekkige strijd om behoud van wat was en het trage proces van vernieuwing

We hebben het er maar druk mee met leegstand. Leegstand van kantoren, leegstand van winkels. Komt het nog goed of moeten we ons er op instellen dat er nieuwe tijden zijn aangebroken?
De nieuwe generatie retailondernemers staan voorgesorteerd op de nieuwe tijd: eigen herkenbare stijl en collectie, verkopen als passie, niet als geldmachine en intensief (online) contact met de (potentiele) klanten. Er lijkt dus wel degelijk een nieuwe toekomst voor winkels in onze binnensteden.

‘De economie trekt weer aan’
Het NOS-Journaal opende begin mei met het bericht: ‘de crisis is voorbij’. Een leugentje om bestwil zullen we maar zeggen. Om het kabinetsbeleid tot ‘recovery-by-speech’ (Rutte: ‘Koop toch die auto) niet in de wielen te rijden. Maar wie de parameters op een wat dieper niveau bekijkt, komt tot de conclusie dat ‘het lek’ nog niet boven is. De rentestanden, dalend tot onder nul, verraden een ziek financieel stelsel. Banken die niet genoeg reserves hebben (ook nu na alle maatregelen nog niet) om de klappen van hun eigen missers op te vangen. De ECB die nu al 2 jaar €60 – €80 miljard per maand (!) als een zotte in de economie pompt, maar weinig duurzaam herstel tot stand weet te brengen. De AEX die ooit boven de 700 punten stond, maar nu amper de 450 kan vasthouden, en nog dankzij de geldmachine van de ECB. Met een nadere dreiging van een Brexit zal mogelijk de 400 punten weer in zicht komen. Tel daar nog de geo-politieke spanningen in Europa en de toestroom van voor oorlog en armoede op de vlucht zijnde nieuwe inwoners bij, en dan is duidelijk dat we de schakelaar om moeten zetten.
Nee, met wensdenken op betere tijden komen we niet tot oplossingen. Het lijkt erop dat vooral de jongere generaties sceptisch zijn over de financiële toekomst, of realistischer kun je ook zeggen. En daar is hoop, hoop dat zij oude dogma’s over boord zetten en nieuwe wegen zoeken voor een nieuwe situatie.

Hoger inkomen bij dalende inkomenszekerheid
De berichten over de inkomensontwikkelingen zijn tegenstrijdig. Waar de een spreekt van een inkomensdaling over de afgelopen jaren, laat het CBS een gestage inkomensstijging bij de huishoudens zien. Wat deze cijfers niet laten zien is de gestegen inkomensonzekerheid. Je kunt meer verdienen, maar als je er niet op kunt vertrouwen dat je volgend jaar nog je baan hebt, of volgend kwartaal als zelfstandig ondernemer nog dezelfde omzet maakt, ga je toch minder uitgeven. Er wordt gespaard of lucratiever de torenhoge hypotheek een beetje afgelost. En aflossen gaat al vaak met een paar duizend euro per jaar. Dus dat scheelt dus heel wat spijkerbroeken of een bankstel. Als je dan ook nog eens nauwelijks meer consumptief kunt lenen, gaat er nog meer (geleende) koopkracht verloren. Ook de gestage kostenstijgingen laten een steeds kleiner deel van het (onzekere) inkomen over voor bestedingen.
Het exploderende aantal tijdelijke baantjes, bezuinigingen in tal van sectoren en het aantal zelfstandigen brengt een grote terughoudendheid van bestedingen met zich mee. Daarmee worden alle inkomensstijgingen weer teniet gedaan. Dat blijkt ook wel uit het consumentenvertrouwen dat het CBS jaarlijks meet. Die loopt niet over van optimisme.
Het is verstandig om niet meer op het Grote Wonder te wachten, maar om te schakelen naar een langdurige periode van een economie in de lagere versnelling.

Leegstand. Niet overdrijven.
Vaak wordt gesproken van ‘grote winkelleegstand’ Sommige steden spreken van 20% of meer. Toch laten de cijfers van CBS een ander beeld zien. In 2015 stond gemiddeld 9% van het winkeloppervlak leeg. De regionale verschillen zijn echter enorm: neem Winsum met 0,75%, Amsterdam met 7%, of Beverwijk met 27%. Dat maakt het moeilijk om een generieke analyse te maken, laat staan tot een generieke oplossing te komen. Elke regio en stad zal naar eigen oplossingen moeten zoeken. Een paar grote lijnen lijken daarbij wel herkenbaar:

  • Leun niet te veel op ketens, ze vallen om en hebben geen enkele lokale loyaliteit;
  • Zoek naar eigenheid in het winkelaanbod;
  • Vastgoedeigenaren doen er goed aan -waar mogelijk- te zakken in de huur om startende ondernemers hun nieuwe concepten te laten testen; dat is dus geen ‘pop-up’;
  • Hou op met ‘pop-up’ als wachtkamer voor betere tijden. Het is hopen tegen beter weten in.
  • Gemeenten moeten meer contact zoeken met (jonge) ondernemers en die de ruimte geven;
  • De openbare ruimte moet gedecommercialiseerd worden. Een goede, levendige openbare ruimte kan mensen (weer) naar de binnenstad lokken;
  • Laat branches vervagen. Ze staan experimenten in de weg.
  • Veel retailondernemers wachten te veel op van buiten komende wonders, zoals nieuw gemeentelijk beleid of lage parkeertarieven. Ondernemers zullen ook zelf meer aan de bak moeten. Verkopen mag de primaire taak zijn, maar onvoldoende om klanten te lokken.
  • Ach, de parkeertarieven. Parkeren mag wat kosten, maar als de tarieven worden verhoogd ten behoeve van het dichten van de gemeentelijke begroting, gaat de middenstand de prijs betalen.

Kortom, voor de ondernemer die wil vernieuwen en een vastgoedeigenaar die begrijpt dat zijn gouden tijden voorbij zijn, breken mooie tijden aan.

Dit artikel is geïnspireerd door een bezoek aan de eigenzinnige winkel-ondernemer COMPLEX in Arnhem.