Wie maken een burgerproject?

Wie kunnen zich deelname aan een burgerinitiatief permitteren?

Buurttuinen ‘Allmend Kontor’ op het voormalige vliegveld Tempelhof in Berlijn.

Nederland bloeit. Waar eerst het verenigingsleven pijler was van een actieve en betrokken samenleving, lijkt nu een breed scala aan burgerinitiatieven buurten en groepen (weer) te activeren. Applaus alom. Overheden, politiek en bedrijfsleven laten zich graag zien bij al die burgerenergie. Helaas blijft een essentiële vraag onbeantwoord: wie betaalt de burger?

Het gevecht om middelen
Het is inmiddels alledaagse kost: een overheid die jaar na jaar bezuinigt. De politieke kleur maakt weinig meer uit, wellicht in de marge. Meestal wordt het daar gehaald waar het water vanzelf naar toestroomt: het laagste punt. En zo kan het gebeuren dat lasten stijgen onder gelijktijdige afbouw van subsidies.
Opmerkelijk is dat de samenleving toch een weg zoekt om haar directe omgeving, of soms verder afgelegen omgeving, toch op orde te houden. Als de gemeente de plantsoenen niet meer bijhoudt, ‘doen we het zelf wel’. Als de overheid onze buurt sociaal aan haar lot overlaat, ‘organiseren we zelf wel activiteiten’.
De politiek bleek aanvankelijk aangenaam verrast: zie je wel, ook zonder subsidiegeld en buurtpotjes redden die burgers zich wel. Het verschijnsel kreeg illustere namen als ‘burgerparticipatie’, ‘eigen kracht’, ‘burgerinitiatieven’, ‘maatschappelijk ondernemerschap’. Sommigen zagen zelfs een nieuwe maatschappelijke ordening ontstaan, er zou sprake zijn van een ‘kantelende samenleving’.

En toch…
Veel burgerinitiatieven bungelen financieel aan hun vingers boven het ravijn. Ofschoon het karakter, complexiteit en dienovereenkomstige verantwoordelijkheden van de burgerprojecten groeit, blijven de meeste projecten draaien op mensen op zoek naar betaald werk, ZZP-ers met een beperkte of lege opdrachtenportefeuille of gepensioneerden. Vaak met veel kennis en ervaring, want betaald of onbetaald, een groot burgerproject, blijft een groot burgerproject. Wat ze allen gemeenschappelijk hebben is hun maatschappelijke betrokkenheid, want voor een inkomen hoef je het niet te doen.
En daar ontstaat een tijdbom onder veel alom geprezen projecten. Ze blijken financieel niet houdbaar en daarom haken na de initiële fase, waarin iedereen nog overloopt van energie, velen toch een keer af. De werkdruk of verantwoordelijkheid wordt te groot, de verwachtingen van de omgeving, de buurt en de overheid, overstijgt op enig punt de draagkracht van de parttime onbetaalde krachten. Het project faalt.
Commentaren op websites waarin sommigen, bijna verheugd roepen, ‘burgers overschatten zichzelf’, zoeken naar een bevestiging dat de overheid eigenlijk aan zet had moeten zijn. Ja, zeker. Maar die haakt af. Moe door de zoveelste personeelsreductie en de telkens slinkende budgetten.
Wie geeft nu nog met initiatieven energie aan de samenleving, geeft de wijk kleur, gaat bij de oude buren langs, maakt de wijk weer tot speelwijk, geeft zelfstandigen een platform om samen verder te komen? Wie dragen zo’n initiatief eigenlijk? Dat is nog niet zo eenvoudig in ons huidige stelsel.

Moet de ZZP-er dan worden ingezet?
De ZZP-er zucht als geen ander onder de slappe economische tijden. Natuurlijk, lang niet iedereen, maar weinigen hebben het makkelijk.
Maatschappelijk moeten ZZP-ers ook nog eens aantijgingen aanhoren dat de zelfstandigenaftrek eigenlijk een zelfstandigensubsidie is en afgeschaft moet worden. In maatschappelijk aanzien is de ZZP-er inmiddels onder die van de uitzendkracht beland. Die betalen immers nog fatsoenlijk hun sociale lasten.
De ZZP-er wordt vaak als een drager van een burgerproject beschouwd. Het wordt hem of haar daarbij financieel noch maatschappelijk gemakkelijk gemaakt. Zo beweerden Evelien Tonkens en Jan Willem Duyvendak dat burgerprojecten getrokken door ZZP-ers eigenlijk geen echte burgerinitiatieven waren. Het waren werkverschaffingsactiviteiten van een ZZP-ers die niet op een ‘normale’ manier aan hun geld konden komen. Het was een vorm van armoede.
De ZZP-er is dus toch geen ideale burgerinitiatiefnemer?

Moet de werkzoekende worden ingezet?
De werkzoekende dan? Daar komen er toch steeds meer van. Natuurlijk, sommigen vinden ook weer een baan, maar velen verruilen bij ontslag een vaste baan tegen een reeks flexbaantjes of tijdelijke banen. Steeds vaker raken mensen ‘tussen twee banen’.
Je zou dus zeggen, het proberen waard met een werkzoekende. Eenmaal aan het werk als burgerinitiatiefnemer krijgt hij de smaak te pakken. Zelf je werk kunnen bepalen. Geen baas, maar teamoverleg. Waardering voor wat je doet. Belonend dus, helaas alleen immaterieel. En wat als de UWV erachter komt dat je ‘echt’ werk ontduikt. Je bent immers niet beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Einde uitkering of vermindering ervan. En als je ook nog wat bijverdient met je initiatief, ben je met een uitkering helemaal het haasje. Of zou hier een voorwaardelijk basisinkomen kunnen helpen?
Voorlopig toch maar geen werkzoekende, te onzeker, te riskant.

Moet de gepensioneerde worden ingezet?
De gepensioneerde dan? Gelouterd door een levenslange werkervaring. Hij/zij weet hoe de hazen lopen. Heeft tijd. Heeft een vast inkomen. Kom maar op!
Nu moeten we oppassen, maar gepensioneerden zijn niet de jongsten meer. Maar dat deed de term al vermoeden. Ofschoon er op die leeftijd opmerkelijke grote verschillen zijn in energie en mate van aangehaakt zijn bij de gaande maatschappelijke ontwikkelingen, zal de inzetbaarheid sterk van het type project afhangen en de overige teamsamenstelling.
Mensen met kennis op niet snel veranderende vakgebieden, kunnen zeker nog hele waardevolle diensten aan de ‘groentjes’ bewijzen.
Hum, een gepensioneerde is zo gek nog niet. Maar je kunt er niet je hele team mee bemensen. Dus geen sluitende oplossing.

Moet de student worden ingezet?
Uitgaande van een reguliere student, spreken we hier van een jong teamlid. Energie en veerkracht mag je veronderstellen, ofschoon de jonge leeftijd geenszins een garantie biedt.
Inkomen heeft de student, zij het zeer beperkt, via een studiebeurs. En met een vrijwilligersvergoeding kan het een leuke optelsom worden.
Maar een student studeert. Dus hij of zij zal niet altijd beschikbaar zijn, studie-uren, tentamens, thuiswerk, het hoort er allemaal bij. Heel stabiel zal de inzet niet zijn. Voor een langere termijn moet met uitval of afhaken rekening worden gehouden.
Een student? Kan, maar is geen pijler voor de zo noodzakelijke continuïteit van een project.

En als we toch een team hebben?
Wat als we erin zijn geslaagd een evenwichtig oud/jong samen te stellen, wie betaalt ze dan?

De overheid? Nou, liever geen subsidies, ze zijn er amper en het maakt je slaaf van de voorwaarden en sturing door ‘toezichthoudende’ ambtenaren. Of het moeten faciliteiten zijn, een paar scheppen en stekjes voor onderhoud van het buurtparkje. Een keer de gemeentemaaier over het grote grasveld. Een prullenbak die meegaat in de leging.

De belangstellenden? Want die zijn we veel. Rondleidingen, inspiratiemeetings, onderzoeken, presentaties. Veel aansprekende burgerinitiatieven moeten er aan geloven dat een deel van hun kostbare tijd hieraan moet worden besteed. Goed voor de publiciteit zou je zeggen. Maar als er al veel belangstelling is, ontvalt vaak de noodzaak voor nog meer publiciteit en belangstelling.
Goed ontwikkelde en complexere initiatieven komen tot nieuwe kennis en inzichten. Normaal moet je daar in de markt voor betalen. Waarom hier dan niet? Maak een uitzondering voor studenten, maatschappelijke organisaties en collega-initiatiefnemers, maar laat de rest gerust een bijdrage aan je project leveren. Je hebt iets van waarde. Je hebt veel tijd in kennisontwikkeling geïnvesteerd. Daar mag wat tegenover staan.

Bedrijfsleven? Soms tref je een geschikte partner. Die wil echt je project verder helpen. Maar hou er rekening mee dat veel bedrijven de ongeremde passie en werkwijze niet kunnen plaatsen. Als ze dat al willen. Burgerprojecten vallen langzamerhand onder het kopje ‘goede doelen’ of erger MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen). Pas dan op. Je wordt dan al snel een vinkje achter het bedrijfsdoel ‘MVO’. Om het aan te tonen moet hun logo op al je print, je ramen en je website.
Ga goed na, wat het bedrijf van je wil voordat je ze toelaat tot je project.

De omwonenden? Bij buurtparkjes en andere buurtvoorzieningen is hier absoluut iets voor te zeggen. Echter hoe kom je aan dat geld? Je kunt de buurtvereniging om een bijdrage vragen. Geef ze dan wel invloed op je project. Het wordt dan immers ook een beetje hun project.
Vaak kan een buurtontwikkeling leiden tot waardestijging van het vastgoed. Dan gaan ook de aanslagen Onroerend Zaak Belasting omhoog. Als het systeem goed werkt. De gemeente zou genegen moeten zijn een deel te laten terugvloeien naar de kas van de veroorzakers. Geen subsidie, maar delen in de waarde-creatie. Zoals het hoort in een goed functionerende gemeenschap.

Concluderend
Een burgerproject waarvan wordt gewenst dat het sterker wordt en beklijft zal moeten uitgroeien naar een maatschappelijke onderneming: een onderneming met maatschappelijk doelen die door haar waarde voor de omgeving financiële middelen kunnen genereren. Misschien zijn die toekomstige ondernemingen wel de echte MVO-organisaties.