Wat stadsexperts leerden van Berlijn

Dat doorpakken hier, dat zouden we in Nederland ook wel wat meer mogen doen.

berlijn-tempelhof
Het populaire voormalige vliegveld Tempelhof in Berlijn.

In september 2013 ging een delegatie van de gemeente Rotterdam en een aantal professionele relaties op werkbezoek naar Berlijn. Een kort verslag van wat hen daar is opgevallen.

Ruimte en nog eens ruimte
Het blijft alle bezoekers aan deze stad opvallen: de ruimte in deze stad. Niet alleen de ruimte die ongepland, door de dramatische historische gebeurtenissen, is ontstaan, maar ook de geplande, de breed opgezette lanen, hoeveelheid parken en het aantal speelplaatsen. Het is zonder twijfel een van de belangrijkste stedelijke kwaliteiten van Berlijn.
Berlijners hebben het nodige meegemaakt. De stad onderging de geseling van twee dictaturen, een mensonterende scheiding in de stad en voorafgaand de alles vernietigende oorlog. En dat maakt hen vasthoudend.
Frank Belderbos (Stadsontwikkeling, gemeente Rotterdam): ‘Ze gaan door tot het gaatje. Het zijn geen polderaars.’

Energie, vrijheid en risico
‘Het is me opgevallen dat de Berlijnse initiatiefnemers veel energie hebben om dingen voor elkaar te krijgen.’ Eifreen Schreurs (Singeldingen) vervolgt: ‘Maar ook het gemak waarmee mensen toch ook hele grote risico’s nemen, vanuit het idee het gaat gewoon lukken.’
Die overlevingsdrang en een andere perceptie van wat risico is en wat niet, is terug te voeren op het harde leven in deze stad van de afgelopen generaties. Na zoveel leed, is niet veel meer een risico. Het DNA van Berlijn gaat dan ook uit van een hoog risicoprofiel.
De vrijheid is ook terug te zien bij de overstelpende hoeveelheid (goede) horeca. ‘En dat maakt Berlijn tot een gezellige stad, ‘zonder al die regeldrift waardoor bij ons het kind met het badwater wordt weggegooid’, aldus Armando Sorrentino (Woonstad).

Niet alleen praten, maar vooral doen
Dat Nederland een overlegland is, wisten we natuurlijk al. Daarom dat voor actiegerichten Berlijn weldadig aandoet. ‘Hier wordt niet alleen gepraat, maar vooral gedaan’, vindt Jeroen Lave (STIPO), ‘waarbij zij ook nog enorme risico’s nemen.’
In Berlijn zijn ruimte-pioniers niet bepaald hobbyisten. Velen hebben een professionele achtergrond en zien pionieren naast een manier van leven ook vooral als inkomstenbron. Dat maakt dat ze minder snel afhaken bij tegenslagen. De Berlijnse ruimte-pioniers zijn daarom ook gemiddeld genomen serieuzer.

Weinig overheid, weinig geld, veel leegte
‘Er kan hier veel. Er is weinig overheid’, stelt Nienke Bouwhuis (Krachtgroen). ‘Veel mensen hier hebben een lange adem. Ze werken ook veel met elkaar en bouwen collectieven.’
‘Ruimte? Er is veel leegte’, stelt Vincent Kompier (Textoer en Berlijndeskundige). Leegte is ruimte waar niets mee wordt gedaan. Leegte wordt pas ruimte als je er een betekenis aan toekent.’
‘Het gebeurt hier wel op zijn Duits’, constateert Joep van der Veen (Bokkers Van der Veen Architecten). ‘Mensen denken hier na over elk dubbeltje. En dat moet ook, ze hebben weinig geld. En dat doorpakken hier, dat zouden we in Nederland ook wel wat meer mogen doen.’
‘Fascinerend hoe sociaal-cultureel kapitaal ook concreet kan worden, zoals in Baugruppen,’ aldus Arie Lengkeek (AIR).

Horeca als plaats voor ontmoeting
Lot Mertens (DG Delfshaven) viel de belangrijke functie van de horeca op: ‘Een plaats om elkaar te ontmoeten en te gaan ontwikkelen.’ Of zoals ze dat samenvatte: ‘Veel bier, weinig (overheids-)controle. Het komt hier vanuit de groep en de leden nemen zelf de verantwoordelijkheid.’ Hoe positief de reis ook werd gevonden Lot Mertens ziet een dergelijke werkwijze niet direct in Nederland: ‘Duitsers zijn anders. Berlijn is anders.’

.