Wat ik mezelf altijd al wilde vragen.

Foto: Ikzelf starend over het Amsterdamse IJ. (Fotograaf: Rogier Scholten)

Met de stijgende populariteit van de selfie (jezelf hangend aan een parachute op de foto zetten), dacht ik, dan is het ook tijd voor de tekstuele versie daarvan: het selfie-interview. Vragen stellen aan jezelf. Kritisch, doorvragend, doorzagend, tot je er zelf moe van wordt en de journalist in jezelf de kamer uitschopt.

Paul: Wie is Paul de Bruijn?
Paul: Begin je nu al met dit soort open deuren? Tja, waar moet ik beginnen. Ik zou zeggen een inwoner van Arnhem, behept met die stad.

Paul: Mag het iets specifieker?
Paul: Wat wil je horen?

Paul: Waar sta je voor? Wat is je missie? Je komt op mij nogal over als een zendeling in midden-Afrika.
Paul: Zendeling? OK. Ik snap ’m. Ik ben wat gedreven in mijn leven. Ik zie veel onbenutte kansen. En dat maakt me gedreven om die kansen te benutten.

Paul: Je kunt ook zeggen: ongeduldig.
Paul: Ook goed. Ik ben geen treuzelaar. Dat komt wel eens als ongeduldig over.

Paul: Ik heb nog geen antwoord op mijn vraag: wat is je missie?
Paul: Als het gaat om Arnhem vind ik dat de stad zichzelf zo vaak in de weg zit. Te veel zurigheid. Geen idee waar het vandaan komt. Sommigen zeggen een gevolg van de oorlog. Zou kunnen.
Ik wil dat Arnhem met een ongekende schat aan cultuur en creatieve kracht een keer uit haar schaduw stapt.

Paul: En toen kwam Coehoorn…
Paul: Nou dat is wel een hele snelle overstap. Maar zeker, het project Coehoorn Centraal kan een deel van de creatieve kracht van Arnhem zichtbaar maken. En gezien de belangstelling om in het project te huren, lijkt er een behoefte te zijn.

Paul: Behoefte aan goedkoop vastgoed bedoel je?
Paul: Ik voelde hem al aankomen. Zo goedkoop is het vastgoed niet als je alle kosten meerekent. Maar dat terzijde. Mensen komen vooral op de sfeer af. Op wat er gebeurt. Blij word ik van de mensen die er nu werken, spelende kinderen en lunchende ondernemers in het park, mooie activiteiten voor studenten en ondernemers op het grensvlak van kunst en techniek. Maar vastgoed boeit me niet. Het is maar steen. Strikt genomen ‚ouwe meuk.’

Paul: Maar je verdient er toch aan?
Paul: Aan de verhuur van panden wordt inderdaad verdiend. Want hoe werk je anders jaren aan een stuk 2 tot 3 dagen in week? Van applaus alleen kun je niet naar Albert Hein. Maar er is een verschil tussen je boterham verdienen of je zakken vullen. We zijn al zo gewend dat beide begrippen synoniemen zijn geworden dat je tegenwoordig moet uitleggen dat je ook nog eerlijk je geld kunt verdienen.

Paul: Veel mensen kennen je. Bemoei je je overal mee?
Paul: Ik zeg wel eens, ik ben wereldberoemd in Arnhem-centrum. Fiets ik over de brug naar Arnhem-zuid, kom ik geen bekende meer tegen. Beroemdheid op een vierkante kilometer. Of beter, een halve.
Ik ben zeer betrokken bij de stad. Als je dat bedoelt met bemoeien. Daarnaast zijn er ook zoveel leuke en mooie dingen te doen in Arnhem. Je kunt elke avond wel naar een culturele of creatieve meeting. Dat is een grote luxe voor een relatief kleine stad.

Paul: Je noemt Paul de Bruijn en direct valt het woord ‚Berlijn’.
Paul: Tja, hoe zou dat nou komen?

Paul: Dat vraag ik jou.
Paul: Ik ben al eens voor de val van de Berlijnse Muur naar Berlijn geweest. Ik vond het tien keer niks. Wat een sombere, grauwe stad. Hoe konden mensen leven in zo’n grote ommuurde gevangenis?
Maar sinds 2009, toen mijn vorige onderneming spijtig aan zijn einde kwam, ben ik vaak naar Berlijn gegaan.

Paul: Ik zie het verband niet.
Paul: Tussen Berlijn en het omvallen van mijn onderneming? Nou, het omvallen van mijn onderneming kwam door een plotsklaps beëindigde samenwerking. Dat greep me nogal aan. Ik was toen ook al niet zo jong meer, en niemand zat nog op mij te wachten. Solliciteren had geen zin. Alleen doorgaan als zelfstandige was een optie. Dus alleen opnieuw beginnen. De ‚crisis’ was toen net uitgebroken. Dat hielp ook niet echt.

Paul: En verder?
Paul: Ik wist het even niet meer. Ik had het gevoel dat ik mogelijk nieuwe energie en inspiratie kon vinden in Berlijn. Ik was daar een keer met mijn compagnon naar toegeweest voor onze onderneming. Ik dacht, misschien ligt daar de sleutel voor een deurtje naar buiten.

Paul: En? Gevonden?
Paul: Die lag niet meteen onder de Brandenburger Tor als je dat bedoelt. Het was een stapsgewijze heroriëntatie. Het deed me, ook zonder het direct vinden van de sleutel, erg goed om daar te zijn. Het voelde direct als ’thuis’. Ik voelde direct dat ook al ligt de sleutel niet meteen onder de deurmat, het moet hier ergens liggen.

Paul: Wil je wat meer kwijt over je omgevallen onderneming?
Paul: Nee.

Paul: Helder. Maar waarom niet?
Paul: Mijn compagnon is achter het doek verdwenen en heeft nooit meer iets van zich laten horen. Beetje vreemd dan om daar nu eens een boekje over open te doen. Het was tot het moment van opbreken een prachtige tijd. Het is onvoltooid verleden tijd.

Paul: En alles goed afgerond?
Paul: Het is onvoltooid verleden tijd. Ander onderwerp.

Paul: Berlijn dan? Wat doe je er nu?
Paul: Ik kom daar sinds 2009 ongeveer tussen de 2 weken en 2 maanden per jaar, afhankelijk van de rondleidingen die ik er kan verzorgen. Ik zoek vooral naar stedelijke ontwikkelingen daar. Die stad heeft zo een hoge vernieuwingsgraad, zo’n hoog energie-niveau. Ogen en oren te kort. Mijn hart slaat daar altijd wat sneller van opwinding.

Paul: Beetje gehyped toch, dat Berlijn?
Paul: Oh, het zal zeker zijn dat sommigen met Berlijn onder het kussen slapen. Ik ben nuchter over Berlijn, maar wel de opgewonden vorm van nuchterheid. Die stad pakt je gewoon bij je kladden en vraagt: ga jij nog wat doen aan deze stad? De stad is niet af. Nu niet. Nooit. Haar verleden is nog zo aanwezig, dat verleden en heden amper zijn te scheiden. De stad is voor mij meer dan een verzameling creatieve, culturele, inspirerende, historische en stedenbouwkundige plekken. De stad is een metafoor voor alles wat een mens tot een geheel maakt. Het laat, meer dan welke andere Europese stad ook, zien dat op elke puinhoop er altijd weer hoop is op een nieuwe toekomst. De menselijke drift tot overleven en het onophoudelijke streven naar geluk is krachtiger van welke vernietigende kracht dan ook.

Paul: Ben je altijd zo filosofisch?
Paul: Soms, als het Berlijn aangaat.

Paul: Je zag dus hoop en toekomst in Berlijn.
Paul: Absoluut. Meer dan voorgaande laat de stad zien dat er geen toekomst is zonder verleden. Daarin leest deze stad de mens de les: waar velen een pijnlijk verleden wegstoppen, verzwijgen, verloochenen, goed praten, maakt de stad het verleden tot onderdeel van het levende heden. Voor mij is de stad daarmee de stad van de hoop, van een toekomst gebaseerd op een onvoltooid verleden tijd.

Paul: Ik hoor hier een verwijzing naar het opbreken van je vorige onderneming.
Paul: Dat zou goed kunnen. (Glimlacht).

Paul: Je werkt nu samen met Peter Groot aan Coehoorn Centraal. Hoe gaat dat na 2018? Dan moeten jullie toch stoppen?
Paul: Het ligt iets genuanceerder: dan maakt de gemeenteraad een nieuwe afweging.

Paul: En, lig je wakker van die datum?
Paul: Nee, totaal niet. Peter en ik werken aan het project alsof we voor de eeuwigheid bezig zijn. Ik heb er vertrouwen in dat het project doorloopt in een volgende fase van stadsontwikkeling.

Paul: Totdat een rijke projectontwikkelaar de arme gemeente opbelt…
Paul: En dan? Die kunnen niet meer dan met veel geld (ook van de gemeente) stenen stapelen. Maar daarmee heb je nog geen levendige wijk, laat staan het creatieve gemeenschap. Een gemeente die zo’n projectontwikkelaar op zo’n burgerproject los laat, heeft de lessen van de afgelopen tijd niet geleerd. Maar Arnhem is ver vooruit op andere gemeenten. De stad geeft Coehoorn niet zomaar de ruimte, omdat het zo goed staat om de burger de ruimte te geven. Er is geloof en vertrouwen ontstaan dat in goede samenwerking tussen gemeente en burger heel veel moois kan ontstaan. Deze stad heeft zoveel eigen kracht.

Paul: En zo zijn we weer bij het begin van dit interview: Arnhem rules!
Paul: En zo is het. Als Arnhem nog wat meer samenwerkt met die heerlijke stad Nijmegen en de banden aanhaalt met de Achterhoek en Duitsland, kan dit nog wel eens een heel bloeiende regio worden. Laten Amsterdam en Eindhoven maar roeptoeteren, wij gaan gedreven door om stad tot fijnste woon- en werkstad van Nederland te maken.

Paul: Je lijkt je draai weer te hebben gevonden.
Paul: Zeker. De combinatie van communicatie, Coehoorn en Berlijn bevalt prima. Ik heb al meer dan vier jaar een fijne thuisbasis in R33, een groep van 8 creatieve ondernemers in Arnhem. Ik vermaak me prima.

Paul: De sleutel dus toch gevonden. En waar lag die?
Paul: In Arnhem.