Waar is het gemeentelogo gebleven?

Over hoe gemeenten steeds meer uit het straatbeeld is verdwenen.

We zijn er inmiddels aan gewend. Sinds de start van de privatiseringsgolf in de tachtiger jaren weten we niet beter: als het efficiënt, goed en goedkoper moet, dan alles beter dan de overheid. Aan u het oordeel of dat is gelukt.
Maar ten gevolge van deze privatisering is het beeldmerk van onze gemeenten bijna geheel uit het straatbeeld verdwenen. Je vraagt je af, wat doet die gemeente nog als je ze nergens meer ziet? En hoe erg is het dat de gemeenten voor de burger steeds minder zichtbaar en daardoor aanspreekbaar wordt?

Politie werd ‚leverancier van veiligheid’.
Het met veel kracht wereldwijd ingeprente marktdenken blijft voor altijd verbonden aan namen als Ronald Reagan (oud-president VS) en Margareth Thatcher (oud-Prime Minister van VK). Zij braken de (toen doorgeslagen) macht van de vakbonden. Arbeid werd geflexibiliseerd, afroepbaar, risico’s van geen werk bij de werknemer gelegd. Ziekenhuizen konden gerund worden als ware het profit centers, overheden bedienden geen burgers meer, maar klanten. Het paspoort was geen document meer maar een ‘product’. De politieagent werd van handhaver ‘leverancier van veiligheid’, inhuurbaar als een soort ‘pay per tik, i.p.v. ‘pay per click’.
We weten inmiddels dat de markt als enige leidend maatschappelijk organisatiemechanisme op veel terreinen uit de rails is gelopen. Met de financiële instellingen voorop. De klant werd voor hen melkkoe en debiteur. Nog steeds volgt het ene fraudeschandaal op het andere. Zelfs gerenommeerde accountantskantoren, de bewakers van de financiële integriteit van ons bedrijfsleven, blijkt nu zelf onderdeel te zijn van fraude.

Gemeenten gingen volop mee
Ook overheden deden volop mee. Alles moest verkocht of uitbesteed worden. Als eerste gingen de met belastinggeld aangelegde kabelnetten in de uitverkoop. Immers wat moest een gemeente nu met een stadsdekkend netwerk? En zo kregen de particuliere kabelaars de kans om uit te groeien tot bijna alleenheersers van onze nationale ondergrondse digitale infrastructuur. In het licht van de privacy-discussies achteraf wel plezierig, immers de overheid blijkt niet zo’n betrouwbare partij als het om de persoonlijke levenssfeer gaat. Maar economische kun je er je vraagtekens bij zetten.
Onderhoud plantsoenen. Wegenonderhoud. Energieproductie. Energietransport. Straatverlichting. Vuilophaal. Het ging allemaal de deur uit. Marktwerking zou het allemaal beter, goedkoper en klantvriendelijker maken. Inmiddels behoren de tarieven van mobiele telefonie en data, alsook energie tot veruit de hoogsten van Europa. Dat ene Europa blijkt door bedrijven niet omarmd te worden. Alleen al met mobiel datagebruik variëren de voorwaarden en tarieven per land.
Met de privatisering kwamen ook nieuwe logo’s onze straten in. En langzaam verdween ‚de gemeente’ letterlijk uit beeld.

Nooit meer een publicatie missen? Gebruik RSS (Wat is RSS?). Kies je eigen onderwerp(en).

Waar we de gemeenten van kennen
Gemeenten hebben letterlijk een beeldbepalende betekenis in onze dorpen en steden. Ze houden onze straten schoon, vervangen defecte straatverlichting, houden de plantsoenen en parken bij, zorgen dat het licht blijft branden. Ze hielden, want dat doet de gemeente allemaal niet meer zelf. Ze voert regie en maakt beleid.
Je kunt de betekenis van gemeente in drie facetten onderverdelen:

  • Diensten, ondermeer zoals bovenvermeld;
  • Subsidies, om gewenst gedrag te bevorderen;
  • Regelgeving, om ongewenste ontwikkelingen bij te sturen.

Elke facet had een uitwerking op de beleving van de burger van zijn of haar gemeente:

  • Diensten: imago-effect +/-. Het moet er gewoon zijn. Gaat het goed, dan is het prima. Gaat het niet goed, spreken we daar de gemeente op aan;
  • Subsidies: imago-effect +. Als financiële balsem voor een goed functionerende samenleving. Maar subsidies kregen een negatieve connotatie en bovendien ontbrak het gemeenten aan voldoende middelen.
  • Regelgeving: imago-effect -/-. Altijd gedoe dat aanvragen, en dan te horen krijgen dat de gewenste vergunning niet wordt verstrekt.

Uitgerekend op het punt van de diensten (+/-) en de subsidies (+) hebben de gemeenten veel uit hun handen laten vallen. Het is niet verwonderlijk dat als de regelgeving (-/-) overblijft, het imago van de gemeente er niet beter op is geworden: ‚ze doen niets meer voor je, je krijgt nergens meer geld voor, maar vallen je wel lastig met vergunningen en handhaving’. Want de autootjes met ‚Handhaving + gemeentelogo’, met bijna politie-achtige ambtenaren, kennen veel burgers inmiddels wel. Gemeenten zijn communicatief in de hoek van de belastingdienst terecht gekomen: Leuker kunnen we het niet maken.

Legitimatie gemeenten is tanende
Waar de gemeenten ooit een gebalanceerde set van taken had (+), (+/-) en (-/-) lijkt nu het accent te liggen op (-/-). De gemeenten verliezen daardoor sluipenderwijs hun morele gezag. Het zijn machtslichamen geworden die belasting innen en de openbare orde handhaven. Een minder vriendelijk gezicht van een lokale overheid.
Uitgerekend met deze verschuiving komt het aan op de andere vorm van legitimatie: de formele, electorale, legitimatie. Maar de beroerde opkomst bij gemeentelijke verkiezingen, soms onder de 50%, geeft aan dat de helft van de inwoners van onze gemeenten niet meer de moeite neemt om te stemmen.
Onvrede over de afstand tot de overheid, het hoge gehalte aan ‘wat we op het gemeentehuis bedenken is toch veel beter dan wat de burger in te brengen heeft’ en het verlies aan positieve imagodragers als diensten (dienstbaarheid) en subsidies (Haarlemmer olie) doet de gemeenten ook geen goed.
Tijd om weer na te denken wat een overheid zou moeten zijn, een handhaver van de openbare orde, inning van belastingen, verstrekker van vergunningen, of een aan de samenleving dienstbare organisatie?
Het zou veel gemeenten goed doen als zij zich weer dienstbaar zouden maken om de burger te helpen de samenleving in door de hen gewenste richting te ontwikkelen.