Voetnoten bij burgerinitiatieven

Twintig voetnoten te lezen als tips voor een werkend burgerinitiatief.

Foto: Ondernemers in Coehoorn, Arnhem

Burgerinitiatieven zijn niet meer weg te denken uit het weefsel van onze steden en samenleving. Inmiddels hebben velen er veel ervaring mee opgedaan. Een paar voetnoten die voortkomen uit eigen ervaringen.

Voetnoot 1
Volg de door jezelf gestelde doelen. Hoe succesvoller het project, hoe hoger en talrijker de verwachtingen van derden worden. Je hebt meestal tijd en middelen tekort om ook de wensen van derden uit te voeren. Je doelen worden wel sterker als realisatie ervan ook anderen, de buurt, de stad voordelen oplevert.

Voetnoot 2
Deel succes zodra het kan, ook financieel, met diegenen die bijdrage aan de resultaten leveren, zoals vrijwilligers en huurders. Maar vergeet niet dat jijzelf als drijvende kracht en verantwoordelijke niet van applaus alleen kunt leven. Beloon jezelf, redelijk, open en houdbaar voor de langere termijn.

Voetnoot 3
Werk je met vastgoed? Huurders zijn geen consumenten, maar partners in je project. Zij maken realisatie van het project mogelijk. Maak ze deelgenoot en speel open kaart over je financiën.

Voetnoot 4
Onderhoud goede contacten met overheden, instellingen en bedrijven. Echter, voorzover zij je project verder helpen. Grotere organisaties hebben immers veelal hun eigen (verborgen) agenda’s en willen in een aantal gevallen meeliften op de goodwill van je initiatief.

Voetnoot 5
Stadsprojecten kunnen politieke kantjes hebben. Onderhoud goede contacten met raadsleden, maar voer niet hun politieke agenda uit. Volg je eigen creatieve lijn. Zie ook voetnoot 1.

Voetnoot 6
Verwar waardecreatie niet met geld maken. Het een leidt zeker tot het ander, maar werk in de juiste volgorde: van waarde naar (noodzakelijk) geld. Wie andersom werkt, moet geld lenen.

Voetnoot 7
Waar mensen willen zijn ontstaat waarde. Dat moet dan ook je eerste prioriteit zijn.

Voetnoot 8
Weet je verantwoordelijk voor wat er in het project gebeurt, positief en negatief, van strategie tot klemmende deur. Zeker in het begin rust het project voluit op de initiatiefnemers. Als jij een probleem niet oplost, zal een ander jouw ‘voorbeeld’ volgen en dus gaan afwachten.

Voetnoot 9
Geef credits aan diegenen, personen, bedrijven en overheden, die je project helpen. Maar overdrijf niet, je project is geen uithangbord voor marketingactiviteiten van bedrijven of PR-machine voor de overheid.

Voetnoot 10
Werk samen met wie het project verder helpt. Gun hen dat te doen onder eigen naam. Vooral als je hen niet kunt betalen, biedt hen dat ‘meeliften’ op de bekendheid van en publiciteit rondom het project. Ook dat is waarde.

Voetnoot 11
Werk met bestaande waarden. Een plek, een pand, een activiteit heeft waarde. Bouw vanuit daar stap voor stap je eigen kapitaal op. Stel lenen zo lang mogelijk uit, of vergeet het helemaal. De rentekosten zijn een aanslag op je besteedbare financiële middelen.

Voetnoot 12
Werk je met een (lang) leegstaand pand? Spreek dan met de eigenaar af dat hij direct profiteert als jij het kunt verhuren. Wil een eigenaar direct geld, en dus huur vanaf dag 1, vergeet dan het pand en zoek een andere partij om mee samen te werken en waarde te creëren voor je project én voor de eigenaar.

Voetnoot 13
Heeft je project buren? Een bedrijf of wijkbewoners? Onderhoudt dan goede contacten. Communiceer actief. Pas wel op dat je met je eigen project bezig blijft. Hoe succesvol ook, bij jou gedropte wijkproblemen zijn in de meeste gevallen niet de verantwoordelijkheid van je project. Tenzij jouw project die problemen veroorzaakt.

Voetnoot 14
Communiceer actief en feitelijk. Wacht niet tot een ander, een (wijk-) krant over jouw project gaat publiceren. Zet zelf de toon. Hou het zo veel mogelijk feitelijk, al mag je die wel, indien gepast, met trots presenteren. Hou je teleurstellingen voor je. Het communiceren van tegenslagen is oprecht, maar de meeste van je projectfans zullen het niet willen weten, zo leert de ervaring.

Voetnoot 15
Vind je het noodzakelijk om kritiek te uiten op een instantie, zoals een overheidsorgaan, doe het met mate en zonder verwijzing naar personen. Richt je kritiek alleen op het instituut, niet op de medewerker of ambtenaar die zijn werk naar eer en geweten doet. Word je door een ambtenaar onrechtvaardig behandeld en benadeeld, uit je klacht dan bij de organisatie, maar niet online.

Voetnoot 16
Vermijdt zoveel mogelijk subsidies voor de kernactiviteiten van je project. Het aanvragen kost veel tijd en energie en de subsidieverstrekker zal invloed nemen op je project. Subsidies kunnen wel bepaalde kortlopende nevenactiviteiten mogelijk maken.

Voetnoot 17
Maak geen plannen, maar beschrijf en communiceer je dromen. Geef ruimte voor anderen om hun eigen plannen te maken en uit te voeren die geïnspireerd zijn door die dromen.

Voetnoot 18
Veel burgerinitiatieven zijn vormen van maatschappelijke ondernemingen (MO). Reken dan op kritiek van twee kanten: de markt en ‚zuiver’ maatschappelijke initiatieven.
De markt vindt dat MO’s vals spelen: ze krijgen soms gemeenschapsgoederen tegen andere voorwaarden dan de markt. De ‘echte’ maatschappelijke initiatieven menen een wolf in schaapskleding te zien: de MO doet zich in hun beleving voor als maatschappelijk fenomeen, maar zijn gewoon platte ondernemers.
De MO’s weten dat beiden essentiële eigenschappen van de MO over het hoofd (willen) zien en dat in de huidige tijd van subsidiestops ook met goede bedoelingen de initiatiefnemers ergens van moeten leven. Van applaus alleen kunnen geen boodschappen worden gekocht.

Voetnoot 19
Werk je met gemeentelijk vastgoed? Dan kun je ook spreken van vastgoed van de gemeenschap. Dat maakt je schatplichtig naar diezelfde gemeenschap. Dat kan op vele manieren worden ingevuld. Zorg daarbij ook voor een transparante werkwijze en wees bereid om aan diezelfde gemeenschap verantwoording af te leggen.

Voetnoot 20
Maak je verhaal een beetje groter, het maakt energie los. Mensen doen graag mee aan iets groots. Vertel je verhaal onvermoeibaar; elke keer als je je verhaal vertelt komt de realisatie dichterbij. En doe wat je doet met plezier.