Van groei naar welvaren in onze binnensteden

Trends die onze binnensteden blijvend veranderen.

Velen voelen het nu wel aan: er is iets goed mis met de economie. Berichten in de reguliere media over ‘het einde aan de crisis en het oppikken van economische groei’ doen veel wenkbrauwen fronsen. Retaildeskundigen zien al weer het einde aan de binnenstedelijke leegstand. Maar zij rekenen zich buiten de waard: de basis van ons economisch stelsel is ziek, doodziek. 
Wat betekent dat voor onze binnensteden? Hoe krijgen we die dan toch weer ‘bruisend’? En is bovenstaande foto het ideaalbeeld van onze binnenstad?

De mythe van groei
Ofschoon de overheden, banken, media en politiek er alles aan doen om het vertrouwen in ons economisch model hoog te houden, sijpelen steeds meer verontruste signalen binnen in de burcht van het vertrouwen.
De maandelijkse geldinjectie (met als basis nieuwe schulden) van de Europese Centrale Bank (ECB) van €80 miljard per maand, slaat slechts selectief aan. Vooral de beurzen en de kapitaal- en vastgoedmarkten lijken te profiteren van deze historische geldcreatie.
En wat te denken van het zogenaamde ‘Target2-beleid” van de ECB? Daarmee stelt de ECB kopers uit landen met zwakke banken, zoals Italië, in staat toch bijvoorbeeld die begeerde nieuwe Mercedes te kopen. Mercedes accepteert niet meer de bankgarantie van een Italiaanse bank, dus doet de ECB dat: Mercedes blij. Duitsland blij. Groeicijfers omhoog. Positieve berichten in de media.
Niet dus. De aankoop van de Mercedes wordt gedekt door garanties die bij betalingsproblemen door de ECB moeten worden opgehoest. Duitsland niet meer blij: zij heeft immers al €700 miljard aan ‘Mercedessen’ aan de ECB voorgeschoten. ‘Betaalt’ dus haar eigen Mercedessen!
Nederland heeft €100 miljard voorgeschoten. Het toont aan hoe verwrongen het systeem nog overeind wordt gehouden. ‘De economie gaat weer goed’.
Maar er is meer waar de economie van de binnensteden rekening mee moeten houden.

Economische transitie
Het netto besteedbaar inkomen is sinds 2008 gestaag gedaald. In 2016 lijkt een klein herstel zichtbaar, maar deze is nog erg broos. De loonontwikkeling maakte een pas op de plaats, terwijl veel kosten bleven stegen. De (bijna) negatieve rente, waarbij een spaarrekening geen geld meer oplevert maar geld kost, kan op korte termijn voor extra bestedingen zorgen, maar ontsparen is niet oneindig. Meer waarschijnlijk is dat langer lopende hypotheken, met ‘oude’ rentes, er mee worden afgelost.
De dynamisering van de arbeidsmarkt, waarbij velen van tijdelijk contract naar tijdelijk contract hoppen, leidt tot inkomensonzekerheid. Mensen gaan buffertjes aanhouden, geld dat niet meer wordt besteed. Ook de explosieve groei van het aantal zelfstandig werkenden (ZZP) betekent dat deze groter wordende groep, voorzichter met zijn geld zal omgaan.
Economen zijn het er over eens: middengroepen besteden het grootste deel van hun inkomen. Maar de middengroepen staan onder druk. De lagere inkomensgroep lijkt daarentegen te groeien, zo ook de kleinere groep ‘rijken’. De lagere inkomensgroepen hebben minder te besteden, de hogere zijn getalsmatig voor het MKB weinig interessant.

bruisen2

Waardentransitie
Er zijn niet alleen economische ontwikkelingen die de bestedingen drukken. Er zijn ook culturele veranderingen gaande, een overgang naar andere waarden.
We spreken inmiddels van de ‘post-internetgeneratie’, de groep die na 2000 is geboren en zich geen voorstelling meer kan maken van een leven zonder internet. Als zij zich afvraagt of het buiten regent, kijkt deze generatie eerder op de app dan door het raam. Iets nodig? Dan rennen ze niet naar de winkel, maar pakken de smartphone. Oriënteren op nieuwe muziek, kleding of gadgets? Dat doe je in je eigen online kring. De gang naar de stad om te snuffelen ligt minder voor de hand.
De term ‘deeleconomie’ is niet meer weg te denken uit de maatschappelijke conversatie. Ofschoon AIRBNB en UBER daarbij vaak genoemd worden, maar eigenlijk slechte voorbeelden van ‘delen’ zijn, is het delen van materiaal wel degelijk realiteit. En niet alleen bij de ‘post-internetgeneratie’, maar ook bij hen die liever uit milieuredenen of een gebrekkig inkomen, spullen lenen dan zelf kopen. Dat bezit van goederen vooral bij de jongere generaties minder van belang is en niet meer bijdraagt aan hun status, betekent ook een lager niveau van besteding aan luxe consumptiegoederen. In de VS is het autobezit onder de jongste generatie 40% lager dan de generatie die hen voorging.
En wat je van de ‘post-internetgeneratie’ kunt verwachten, is dat de aankopen eerst en vooral online plaatsvinden. Uiteraard zal deze groep nog naar een winkel gaan, maar dat zal toch echt minder zijn dan de oudere generaties deden.

bruisen3

Sociale transitie
Zelfstandig werken, je eigen tijd indelen, eigen baas willen zijn met een café als kantoor. In geen enkele grote en middelgrote stad is deze trend over het hoofd te zien. Werken van noodzaak naar life style. Ik werk, dus ik ben.
Een dergelijke positie wordt door velen gezien als een uiting van de ultieme werkvorm. De bezitters van traditionele kantoren proberen hun klassieke kantoorkolossen op te knippen in kleine units in de hoop iets van die markt mee te pikken. Maar ook binnensteden kunnen van deze trend profiteren. Deze inmiddels niet meer te verwaarlozen groep zoekt bijna dagelijks naar een gezellige werkplek. Daarbij houdt zo’n plek het midden tussen een klein kantoor en een eetcafé of koffiebar. Nu meldt deze groep zich nog bij bepaalde koffieketens, omdat de reguliere horeca liever geen open geklapte laptops ziet. Maar daar liggen forse kansen voor een levendigere binnenstad. Noem ze community-cafes.
In deze tijden van onzekerheid, zijn mensen bereid om daar te zijn, waar een plek nog in wording is. Sterker, de hang naar oude panden en fabrieken als de ultieme inspirerende werkplek, is daarvan een uitingsvorm. Hoe rudimentairder de plek er uit ziet, hoe meer stuc van de muur, hoe ruwer de meubels, hoe sexyer het wordt ervaren.

bruisen4

Transitie binnenstad
De ketens hebben het zwaar. Veel van de middelgrote steden leunden zwaar op deze ketens. Ze brachten werkgelegenheid en hadden veel vierkante meters nodig, waardoor de winkelstraten uitdijden.
Maar zij maakten de binnensteden kwetsbaar. Ketens kwamen in steeds meer (buitenlandse) handen. Als het slecht gaat met zo’n partij, kunnen meerdere ketens hun deuren sluiten. Bovendien werd een aanzienlijk deel van de opbrengsten in de winkels, naar buiten de stad gebracht, meestal naar de investeerders. Een circulatie van de uitgegeven euro was beperkt. Bij lokale winkels ligt dat heel anders, de bestede euro zal hoogstwaarschijnlijk in dezelfde stad worden uitgegeven.
De winkelstraat anno nu bestaat voor een groot gedeelte uit zaken die men niet dagelijks bezoekt: kleding en mode, telefoonwinkels, hebbedingetjes, woninginrichting en (luxe) design. De winkels die mensen meermaals naar de binnenstad lokt, zijn grotendeels door de bizarre huren verdreven naar de buitenwijken: zoals de buurtsuper, het warenhuis. Alleen de opkomende kleine horeca, bakkerketens, de resterende drogist, maakt dat mensen nog even de binnenstad inlopen. Vaak zitten zij in de goedkopere aanloopstraten. Het ‘PRIMARKT-effect’ op de A-lokaties beperkt zich tot een selecte doelgroep en niemand weet hoe lang de nieuwigheid stand houdt. De jonge doelgroep is niet erg ketentrouw.
De hoop van veel middelgrote steden is nu gevestigd op die aanloopstraten, daar vindt vernieuwing plaats. Nog te weinig echter wordt het gezien als een kweekvijver, als experimenteerruimte. De regels blijven strak, de huren kunstmatig hoog gehouden en nieuwe toetreders slechts als pop-up pauzenummer getolereerd.
De gecommercialiseerde openbare ruimte helpt ook niet echt. De winkelstraten zijn het exclusieve domein geworden van het koopproces. Alles wat dat verstoort, wordt geweerd. Daardoor zijn de binnensteden saai en voorspelbaar geworden. Ze nodigen niet uit om er (regelmatig) te zijn. Er mag weinig tot niets. De winkelstraten zijn tot platte koopgoten geworden. Nu de winkels het zwaar hebben, blijkt hoe onaantrekkelijk onze binnensteden zijn geworden.

bruisen5

Rommelmarges
Onze binnensteden moeten weer multi-functioneel worden ingericht: wonen, werken, ontmoeten, winkelen. Het hoort allemaal in de stad en dus zeker ook in onze stedelijke centra.
Er moet wat te beleven zijn. Niet de ‘valse’ uitleg van beleving die er nu door de winkelbedrijven en vastgoedbedrijven er aan wordt gegeven: beleven gericht op kopen.
Een paar mogelijke herinrichtingsprincipes om onze binnensteden weer van de hele stad te maken en daarmee weer levendig te krijgen.

Urban Inspirations geeft uitdagende presentaties over een andere kijk op onze steden.
Boek een presentatie of workshop.

  • Leun niet te veel op ketens, ze vallen om en hebben geen enkele lokale loyaliteit;
  • Zoek naar eigenheid in het winkelaanbod;
  • Vastgoedeigenaren doen er goed aan -waar mogelijk- te zakken in de huur om startende ondernemers hun nieuwe concepten te laten testen;
  • Hou op met ‘pop-up’ als wachtkamer voor betere tijden. Het is hopen tegen beter weten in.
  • Gemeenten moeten meer contact zoeken met (jonge) ondernemers en die de ruimte geven;
  • De openbare ruimte moet gedecommercialiseerd worden. Een goede, levendige openbare ruimte kan mensen (weer) naar de binnenstad lokken;
  • Laat branches vervagen. Ze staan experimenten in de weg;
  • Vul leegstand op met andersoortige functies zoals als wonen, werken en ontmoeten. Hou een bepaalde winkeldichtheid, maar voorkom nieuwe etalage-aan-etalagestraten;
  • Veel retailondernemers wachten te veel op van buiten komende wonders, zoals nieuw gemeentelijk beleid of lage parkeertarieven. Ondernemers zullen ook zelf meer aan de bak moeten. Vernieuw!
  • Ga uit van de (buurt-)bewoners als dragers van de wijkeconomie/MKB;*
  • De invloed van parkeertarieven leidt niet tot meer omzet bij het MKB in de hele stad. Het kan een slechts een deel van de koopkrachtige vraag verplaatsen van A naar B. Het verlagen van de parkeertarieven wordt een race tussen de verschillende winkelgebieden, met nul als eindresultaat. En dan?

De rol van de gemeente bij deze transitie moet niet worden overschat: niet de actie, maar het achterwege laten kan veel positiefs losmaken. Geef ruimte voor experiment, reageer alleen op excedenten, niet op elke wisje-wasje.
En ga als gemeente helemaal geen winkels tellen en bepalen hoeveel van welk soort er in een straat mogen komen: een ambtenaar mist de kennis van retail en branchevervaging maakt het bovendien steeds lastiger.
Stuur op algemene waarden zoals veiligheid, gezondheid, milieu, openbare orde en overlast. Typische overheidstaken. De rest is aan ‘de stad’, de burger en de ondernemers.


Reacties via social media:

*W. Ploos van Amstel (@amsterdam1012) ‘Jammer. Toch geen enkel woord over belang bewoners als ‘thuismarkt’ voor binnenstadondernemers #stadinbalans

Nel de Jager (@netevenleuker): ‘Bericht naar mijn hart en meldt eigenlijk waar ik mij al jaren hard voor maak en ook naar handel!’

Centrummanager (@LGrunberg): ‘Wederom een scherpe analyse van Urban Inspiration. Ik mis dit soort bijdragen op binnenstadscongressen. Wezenlijke systeemvragen zoals ‘van wie is de binnenstad?’ stellen.’

Jaap Kaai (@JaapKaai): Top stuk RT @Urb_Inspiration: Van groei naar welvaren in onze binnensteden.’