Urbaniteit voor doe-het-zelvers.

Hoe burgers een plek naar hun hand zetten.

Een drukke zondagmiddag in het Berlijnse Mauerpark.

Het debat over plangestuurd versus stedenbouw voor doe-het-zelvers houdt aan. Vooral uit de hoek van overheid, deskundigen, bouwers en ontwikkelaars wordt met scepsis en enige meewarigheid naar het gerommel in het stedenbouwkundige marge gekeken.
Het vreemde is dat het debat wordt gevoerd alsof beide niet naast elkaar kunnen bestaan, alsof er een winnaar uit de bus moet komen.
We laten deze discussie voor wat hij is en gaan wat dieper in wat je wellicht kunt beschouwen als een methode voor stadmaken.
Ervaringen uit het grootste stadslab van Europa waar het spel soms hard wordt gespeeld: Berlijn.

Berlijn, een planmatige aanpak voor DIY-stadmakers
Het klinkt wat vreemd misschien, maar door de jarenlange ervaringen van Berlijnse stadmakers met onbenutte terreinen en gebouwen, lijkt een ‚methodische’ aanpak te zijn ontstaan. Diverse ‚handleidingen’ stadmaken zijn in omloop. In een aantal blogs zullen wij de meest bruikbare elementen voor Nederlandse stadmakers beschrijven.
Berlijn kent natuurlijk al sinds de val van de Muur, eigenlijk als sinds WOII een traditie van ongebruikte terreinen en gebouwen. In veel gevallen was door de historische breuken van veel terreinen en gebouwen niet bekend wie de eigenaar was. De stap naar ingebruikname had dan ook meestal geen directe gevolgen. De Berlijnse stadmakers spreken liever van ‚Aneignung’, het je toe-eigenen van plekken. Alleen al met deze term lijkt de Berlijnse situatie ideologischer dan die in Nederlandse steden en dorpen. En dat is ook zo.
Voor een toepassing in de Nederlandse context moet dit ideologische schilletje afgepeld worden. Nederland blijft een land van polderen. Toch zal ook met toepassing van ‚ideologie-filter’ een aantal elementen scherp overkomen. En voor een eerste methode-vorming is dat wellicht ook goed.

Wat is ‚toe-eigening’?
„ ‘Toe-eigening’ openbare ruimten (locaties en gebouwen) is een vorm van zelfgeorganiseerde bezetting en vormgeving van stedelijke ruimte door burgers.” Zover de in Berlijn vaak gehanteerde definitie.
Direct vallen al enkele termen op.
Zo wordt gesproken van ‚toe-eigening’ (Aneignung), waarin het woord eigendom schuil gaat. In Berlijnse verhouding verliest eigendom haar kracht van morele recht (niet juridisch) naarmate de ruimte langer ongebruikt (leeg) is en de behoefte in de directe omgeving tot een vorm van benutting groter is. Zo bezien wordt eigendom als relatief beschouwd, in relatie tot het benutten van het eigendom en de behoefte (of noden) van de bewoners in de omgeving van de bewuste ruimte.
Ook spreekt de definitie van ‚openbare’ ruimten (öffentlich). Niet duidelijk wordt wanneer een terrein of gebouw als ‚openbaar’ mag worden beschouwd. Staat dat los van de vraag van het eigendom of wordt het als openbaar beschouwd als een ruimte in een publieke functie zou kunnen voorzien?
‚Bezetting’ wordt bewust in de definitie gebruikt, waarmee toch wordt erkend dat het een bewuste daad vergt, de bezetting, om je een ruimte te kunnen toe-eigenen. Dat wordt in de Berlijnse verhoudingen door de actievoerders/stadmakers vaak voor lief genomen. Vooral terreinen of panden van eigenaren die buiten Berlijn wonen (of binnen Berlijn, maar ver weg), lijkt het bezetten van de ‚openbare’ ruimte minder als een bezwaar te worden gevoeld, dan wanneer de eigenaar vanuit zijn appartement op het braakliggende terrein kijkt.
Ten slotte spreekt men van ‚vormgeven van stedelijke ruimte’. Daarmee aangevend dat het bezetten van een ‚openbare ruimte’ ook de volgende fase impliceert: het veranderen van de fysieke eigenschappen.

Een door bewoners aangelegde jeux-de-boules-baan in Kreuzberg.

Boulodrome, Berlin-Kreuzberg
Langs het Berlijnse Landwehrkanal loopt een parallelweg. Tussen de Liegnitzer Strasse en de Forster Strasse wordt deze sluiproute onderbroken. Tientallen Jeux-de-Boulesspelers hebben daar hun domein gevestigd. Uit ergernis dat hun spel alleen nabij het in het noorden van Berlijn gelegen vliegveld Tegel kon worden gespeeld (15 km van Kreuzberg), begon met op de openbare weg te spelen. Jaar: 1982. Zoals gezegd het claimen (Aneignen) van ruimte is al enige decennia oud. Stap voor stap werden de kortstondige afsluitingen van de weg steeds normaler en uiteindelijk werden de speelbanen op de weg zelf aangelegd. De lokale overheid van Kreuzberg (-Friedrichshain) leverde uiteindelijk de banken en prullenbakken.
Toen de beheerder van de nabijgelegen kinderspeelplaats ook nog eens de sleutel gaf van zijn opslag van frisdrank (‘wel wat geld in het potje doen’) was de plek definitief in de hoofden en harten van de spelers en buurtbewoners.