Tussen tijdelijk en permanent (1)

EEN BLOGSERIE OVER DE TIJDELIJKHEID VAN PERMANENTIE IN STADSONTWIKKELING.

Buurttuinen ‘Allmende Kontor’ op het voormalige vliegveld Tempelhof in Berlijn.

We leven in een tussentijd, zo wordt gesteld. Maar waarom zouden we nu in een ‘tussentijd’ leven? Wat was ervóór en vooral, wat komt erna? Een blog over de tijdelijkheid van permanentie in stadsontwikkeling.

Deze blogserie behandelt de volgende onderwerpen:

  • Berlijn als bakermat van permanente tijdelijkheid.
  • Waar liggen kansen of noodzaak voor tijdelijke ontwikkelingen?
  • Wie zijn die ruimte-pioniers?
  • Waar ligt de speelruimte voor ruimte-pioniers?
  • Wie zijn er bij tijdelijk gebruik betrokken?
  • Welke plekken zijn geliefd voor tijdelijk gebruik?
  • Hoe eigenen ruimte-pioniers zich ruimte toe?
  • Welke hindernissen moet een ruimte-pionier nemen?
  • [Zugabe] Welke kansen bieden de ruimte-pioniers voor de vastgoedsector?

In deze blog: Berlijn als bakermat van permanente tijdelijkheid.

Berlijn: ruimte in overvloed
Geen andere Europese stad heeft zoveel ruimte beschikbaar als Berlijn. Geen andere stad een zo ontspannen woningmarkt als de hoofdstad van de momenteel sterkste economie van Europa. Buiten gebruik gestelde stations, rangeerterreinen, de lege strook van 160 km lengte die de gevallen Muur achterliet, gaten in de bouwmassa door heel Berlijn, in onbruik geraakte begraafplaatsen. Een stad die in 1942 nog 4,5 miljoen inwoners telde en nu 3,6 miljoen (en licht stijgend) zit ook alleen al daarom ruim in haar stedelijke jasje.
Wat Berlijn bij bezoekers, maar ook bij veel Berlijners, interessant maakt, heeft zijn oorzaken in de ingrijpende wendingen van de geschiedenis die de stad de afgelopen eeuw in hun greep hebben gehad.

Permanente transformatie
Terwijl veel steden in het westelijk deel van Duitsland zich zo snel mogelijk weer probeerden te herstellen en de situatie weer bestendig wilden maken, leek Berlijn een periode van voortdurende transformatie in te gaan. De stad werd geplaagd door een ongewilde deling, stagnatie en krimp, falende stadsplanning en de-industrialisering. Ontwikkelingen die voorbij gingen aan een normale economische cyclus en het leven van alle dag.
Na de val van de Muur zou alles normaal worden. Eindelijk zou Berlijn worden afgebouwd. Het optimisme na de val van de Muur was zo groot dat voorspellingen in de 90-er jaren uitgingen van een groei naar 6 miljoen inwoners. Maar de meter blijft vooralsnog steken op 3,6 miljoen inwoners. Ook in Berlijn, zoals in de meeste Europese steden, zal de vergrijzing ingrijpende gevolgen hebben. Tot 2020 zal het aantal kinderen en jongeren met 13% afnemen en het aantal 65-plussers stijgen met 25%.

Economische basis blijft zwak
De verwachte terugkeer van veel uit Berlijn vertrokken grote concerns viel tegen. Bedrijven die Berlijn na de vernietigende WO2 verlieten en zich door de bouw van de Muur permanent hadden gesetteld in het zuiden, westen en noorden van Duitsland. Inmiddels zijn die regio’s ook de economische sterkste van Duitsland. In de zuidelijk deelstaten ligt het gemiddeld inkomen twee maal zo hoog als in Berlijn. Maar weinig vertrokken bedrijven die nu er nog over peinzen om hun boeltje weer op te pakken en te verplaatsen naar Berlijn. Veel werd verwacht van de herwonnen titel van hoofdstad van Duitsland, in 1990. Maar wonderen bleven uit. Ook toen een groot deel van de landelijke overheid in 1999, veelal met grote tegenzin, naar Berlijn verhuisde, bleef een economische groeispurt uit. De 20.000 rijkelijk betaalde ambtenaren konden de zwakke economie niet compenseren.

Ruimtelijk overschot als permanent overschot
Met de komst van de landelijke overheid naar Berlijn brak wel een bouwexplosie los, die de stad tot de grootste bouwput van Europa maakte. De grootste Europese architecten en bouwconsortia konden hun hart ophalen aan de vele regeringsgebouwen, het opknappen van oude woningen in het voormalige Oost-Berlijn, nieuwe stations, tunnels en snelwegen. Meer dan een decennium lang was Berlijn het toneel van zwiepende bouwkranen, trillende boren, gierende vrachtwagens en ‘s nachts hel verlichte bouwplaatsen.
Een beeld dat de illusie wekte dat het grote Berlijnse wonder toch aanstaande was. Maar toen de bouwmachines zwegen en de bouwconsortia zich weer naar hun eigen delen van Europa terugtrokken, bleef Berlijn met €65 miljard schuld achter. Financiële schandalen, misrekeningen en vooral oneindige investeringen in de door de bouw van de Muur doorgesneden infrastructuur, gingen de stad duidelijk boven haar macht.
De rijkere delen van Duitsland droegen bij aan het dempen van deze schuld, maar het gemor in de ‘bontjassenzone’ Freistaat Bayern (Beieren) en andere delen, is momenteel niet van de lucht. Het einde van het permanente geldtransport naar het ‘altijd feestvierende’ Berlijn is dan ook in zicht.