Softspots: smaakmakers van de stad

Waarom softspots in de steden speciale bescherming tegen de markt behoeven.

Het populaire zomerstrandje 'De Kaaij' onder de Waalbrug in Nijmegen.

Foto: Zomer-softspot ‘De Kaaij’ aan de Waal in Nijmegen.

We kennen ze wel, die leuke voor kortere of langere tijd opduikende plekjes. In Groningen, Nijmegen, Arnhem, Rotterdam, Amsterdam, Berlijn en nog zoveel steden.
Bijeengesprokkelde meubelen. Ontspannen sfeertje. Goede koffie. Meestal Wifi en verantwoord eten. Op economisch (voorlopig) afgeschreven locaties. 
En ondanks hun ongekende populariteit moeten ze vaak weer wijken als ‘de markt’ de plek opeist.
Waarom zouden we anders om moeten gaan met deze ‘softspots’? Waarom moeten de marktkrachten op bepaalde plekken buiten de deur worden gehouden?

“Cities have the capability of providing something for everybody, only because, and only when, they are created by everybody.” 
Jane Jacobs, The Death and Life of Great American Cities

‘Tuin in de Stad’, een groen-sociaal initiatief in Groningen, dat verdwijnt wegens woningbouw.

Hoeveel wereld vind je in je stad?
De positie van een stad moet steeds minder worden gezien in relatie tot haar positie in ‘de wereld’, maar in toenemende mate in relatie tot hoeveel van de wereld in die stad te ervaren is. In de wereld van de retail en de horeca heet dat ‘beleving’. Maar dan gaat het om beleving met een economisch oogmerk. De portemonnees moeten open.
Ofschoon nog steeds duizenden in onze steden de zaterdag langs de etalages lopen, op zoek naar gezelligheid en beleving, is ook duidelijk een andere behoefte merkbaar: de behoefte aan eenvoud, imperfectie, rafelplekken.
Waar deze behoefte vandaan komt, is een onderzoek waard. Maar het lijkt erop dat met de nu al 8 jaar durende crisis (waarvan sommigen hopen dat die voorbij is), velen zich schikken in een minder gematerialiseerde samenleving. Wat is mooier dan, zittend in een doorgezakte stoel met een goede latte met ‘oma’s appeltaart’, glutenvrij natuurlijk, bio-desembrood en tapenade?

Nijmegen haalde met haar ‘softspots’ als ondermeer de Honigfabriek het bekende ‘Roughguides‘.

‘Noorderlicht’ aan het Amsterdamse IJ, een krakersinitiatief dat dit jaar 10 jaar bestaat.

Steden als machines
Nee, bovenstaande beschrijving is niet ironisch bedoeld. Onze steden zijn tot machines gemaakt. We winkelen hier, wonen daar, recreëren weer op daartoe aangewezen plaatsen. Onze binnensteden zijn verworden tot consumptiemeters, grondwaardes, kansen voor projectontwikkeling, de openbare ruimte volledig dienstbaar gemaakt aan dit inhalige economische model.
Hoeveel zitbanken zijn in onze binnensteden niet verdwenen omdat uitrusten bij de lokale middenstand op het terras hoort plaats te vinden. Hoeveel openbare ruimte is niet opgeofferd aan parkeerplaatsen (anders kun je je aangekochte goederen niet meenemen), toeritten voor aanleverend vrachtverkeer en reclame-objecten?
De crisis heeft een rem gezet op ‘projectontwikkeling’ oude stijl. Deze werkwijze kan het best worden beschreven als het bebouwen van ‘vrije plekken’ in de stad, met veel geleend geld, meestal zonder opdrachtgever, in de hoop op rendement met stenen. Het heeft veel steden opgezadeld met talrijke gebouwen zonder toekomst. Plekken innemend waar de buurt, de creatieven, de jeugd wel een andere bestemming voor had geweten.

‘De positie van een stad moet steeds minder worden gezien in relatie tot haar positie in ‘de wereld’, maar in toenemende mate in relatie tot hoeveel van de wereld in die stad te ervaren is.’
Urban Inspiration

Een ‘spontaan’ ontstane buurtpark in de wijk Coehoorn in Arnhem

Wat een ‘vrije plek’ kan doen
De waarde van een vrije plek voor de buurt, soms voor de hele stad, wordt sterk onderschat. Immers, wat niet uitgerekend kan worden, bestaat niet of heeft geen bestaansrecht. Zover zijn wij inmiddels gekomen. Andere waarden van stedelijke processen lijken betekenisloos te zijn geworden.
Onze binnensteden zijn verworden tot koopgoten, aan- en afvoersystemen van consumenten en goederen. De mate waarin een stad hierin slaagt slaat neer op de grondwaarde, de waarde van het vastgoed. Oude leegstaande gebouwen worden gesloopt omdat een lege plek meer waard is dan een bebouwde. Immers, de grond is al bouwrijp.
Wat zouden zulke gebouwen of (na sloop) lege plekken voor de buurt kunnen betekenen? Die vraag wordt te weinig gesteld. Daar zou een gemeente het voortouw in moeten nemen. Ware het niet dat de gemeenten zelf diep in het spel met grond en stenen verweven zijn geraakt. Het gespeculeer met ‘grondposities’ heeft velen gemeenten aan de bedelstaf gebracht en enkelen hangen aan rijkstoezicht.
Maar een lege plek vormt een kans. Een kans dat de buurt -samen- een initiatief gaat ontplooien. Eigenaarschap gaat voelen voor haar buurt. Elkaar gaat opzoeken omdat bijna elk te bedenken initiatief te groot is voor de enkeling.
Een trapveldje? Een zaterdags 2e-hands kledingmarktje? Een buurttuin? Een plek voor stadslandbouw? Een plek om een tent op te zetten voor een buurtfeest? Een zomerse luierplek? Een stadsstrandje? Een geïmproviseerd volleybalveldje? Kansen. Met waarde. Alleen niet in geld uit te drukken.

rotterdam-fenix
De ‘Fenix Foodfactory’ in Rotterdam-Katendrecht waar ambachtelijkheid voor gaat op omzet.

Geef de buurt weer gevoel van eigenaarschap
Een stad is een levend organisme. Als die daarvoor de ruimte krijgt. De mensen moeten er kunnen ademen, letterlijk natuurlijk, maar ook figuurlijk. De stad moet letterlijk gaten openlaten voor nieuwe ontwikkelingen. Gaten in ruimtelijk opzicht, een lege plek. Maar ook in regelgeving. Er moet vers bloed in de stad kunnen vloeien, ontmoetingen worden bevorderd (serendipiteit). In de meest inspirerende steden ruik je de bloesem en de geur van verval op hetzelfde moment. Verval in onze steden wordt gezien als teken van armoede en dus zien we liever een zandvlakte met een hek, dan een verveloos pand. Maar verval betekent ook waardevermindering, bij een vaak beperkter verval van de functie. Nieuwe toetreders kunnen dan tegen lage kosten van die functie gebruikmaken. We zijn gewend om de opstap te regelen door startende ondernemers en huizenkopers vol te stoppen met leningen zodat ze direct ‘nieuw’ kunnen kopen. Met een jarenlange schuldenlast (en rentewinsten voor de banken) tot gevolg. Een stad die verval toestaat, nodigt uit tot initiatief. Een oude boom is bron voor nieuw leven. Lang wilden we geen dode bomen in een park, en gingen zelf ‘nieuw leven’ planten. Een stad is een verzameling van groepen en zeer fluïde. Een stad die in stenen, wegen en regels kan mee-ademen heeft voor de toekomst de beste kansen.

berlijn-pg
‘Prinzessinnengarten’, een populaire lokatie voor sociale projecten en stadslandbouw in Berlijn.

De markt buiten de deur houden
We hebben inmiddels enkele decennia ervaring met de ‘vrije markt’. Een economische-cultureel denkkader dat onze blik steeds verder heeft vernauwd. Alles heeft zijn prijs: onze gezondheid, onze ontspanning, onze beleving, ons welzijn. Eigenlijk is alles als markt te beschouwen.
Grond, toch van oorsprong een gemeenschapsgoed, is opgeknipt in verkoopbare kavels. Daarvan liggen nog talrijke braak in Nederland. Niet zelden in handen van de gemeente, lees de gemeenschap.
Het zou een zaak van politieke keuze moeten zijn om een aantal van dat soort plekken in eigendom van de gemeenschap te houden. Plekken waar de buurt via een aantal gebruiksregels zelf initiatieven mogen nemen. Dat kunnen ook initiatieven zijn waar enige financiële middelen mee worden gegeneerd. Immers, welke gemeente geeft nog subsidie voor dit type vrije experiment? Welke gemeente is bereid om een door de buurt aangelegd parkje in onderhoud te nemen?
De markt moet op dit soort plekken, ‘softspots’, buiten de deur worden gehouden. Buurtinitiatieven zijn niet bedoeld om als aanjager van grondwaarden te dienen. Dat betekent echter ook dat de verdiensten met op deze ‘softspots’ ontstane initiatieven binnen de perken moeten blijven. Tenzij een initiatief uit zichzelf toegroeit naar een markt-conforme situatie. Dan kan het moment aanbreken dat aan het mooie initiatief marktconforme eisen gesteld gaan worden.
Dan is een experiment uitgegroeid tot een voldragen onderneming. Echter ook dan zouden maatschappelijke eisen gesteld mogen worden aan de wijze van winstverdeling en zeggenschap. Een buurtcorporatie zou daarbij een goede bedrijfsvorm kunnen zijn.
Gemeenschapsgrond voor de buurt. Voor zachte initiatieven. Een ‘softspot’ dat bescherming van een overheid verdient. Er blijft genoeg over voor ‘de markt’

Urban Inspiration verzorgt presentaties over een andere kijk op steden en verzorgt rondleidingen langs de softspots van Berlijn voor stedelijk professionals en studenten. Lees verder…