Rijksbouwmeester: periferie is wel degelijk van belang

Delfzijl, symbool voor het ‘einde van Nederland’.

Je zult maar in ‘de periferie’ wonen. Een ambtenaar van de gemeente Amsterdam twitterde onlangs dat Amsterdam voor de jonge talentvolle mensen was, en de periferie voor de oudere laag geschoolden. Je zou deze ambtenaar even een reisje langs steden als Zwolle, Groningen, Arnhem, Nijmegen, Den Bosch, Eindhoven en Maastricht willen aanbieden, om een paar steden in de periferie met ‘oude laag geschoolde’ inwoners te noemen.
Rijksbouwmeester* Floris Alkemade slaat in zijn recente essay een andere toon aan: hij wil ‘emancipatie van de periferie’.

Nederland, land van de planners
Nederland wordt gerekend tot de landen waar stedelijke en ruimtelijke ontwikkelingen het meest gepland worden van alle ontwikkelde landen. Daar kijkt vermoedelijk niemand vreemd van op. Tegelijkertijd stelt Alkemade dat ‘allesbepalende ontwikkelingen zoals groei en krimp vooral het gevolg lijken van talloos veel individuele keuzes die zich stelselmatig aan het sturend vermogen van beleid onttrekken.’
Een relativering uit onverdachte hoek. Toch meent van Alkemade dat ‘met deze constatering het belang van een goede ruimtelijke ordening eerder toe dan afneemt.’ Daarmee ziet hij niet stuurbare ontwikkelingen als een vorm van imperfecte planning, eerder dan een route die ook tot een eigen dynamiek kan leiden.

Dynamiek lijkt te versnellen
We lijken een periode van ingrijpen sociaal-maatschappelijke veranderingen in te gaan. Een aantal veranderende invloeden heeft volgens Alkemade een demografische achtergrond, zoals de toenemende vergrijzing, de migratie en het feit
dat we toegroeien naar veertig procent eenpersoonshuishoudens.
Ook de grote veranderingen in de zorg en de afnemende taak van de overheid op dit terrein, heeft grote gevolgen van hoe wij de zorg in de komende decennia moeten inrichten. Dat zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor de inrichting van onze wijken en bouwwijze van onze huizen.

Leegstand vaak structureel
Het lijkt er nu toch echt op dat een deel van de leegstand niet meer vanzelf overgaat. Ook bij een mogelijk aantrekken van de economie, die sommigen nu menen waar te nemen, zal een groot deel van de leegstaande 1oo miljoen m2 lege kantoren in haar huidige functie onbenut blijven. Alkemade: ‘De exponentieel toenemende mogelijkheden van robotisering en computerisering zullen de aard van het werk in de nabije toekomst nog drastischer gaan veranderen. Zo is met het flexwerken de moderne werknemer feitelijk nomadisch geworden. Hele beroepsgroepen zullen verdwijnen, meer mensen zullen daardoor buiten de boot vallen; de maatschappelijke tweedeling zal schrijnender worden.’

Lege winkels, voor sommige kleinere steden onomkeerbaar
Merken we relatief weinig van leegstaande kantoren, ze staan vaak buiten ons directe gezichtsveld, anders is het volgens Alkemade met leegstand van winkels. Lege winkels tasten direct het beeld aan van onze binnensteden. Ook worden goed gevulde winkeletalages vooralsnog als teken van welvaren van de stad beschouwd. ‘Voor kleinere steden en dorpen lijkt het tij veel moeilijk van toenemende leegstand te keren. Fysieke winkels met al hun personeel en logistieke vereisten, worden meer en meer een overbodige tussenstap tussen producent en consument. Winkelketens zien zich daardoor gedwongen, zich steeds verder terug te trekken op die plekken waar mensen al om andere redenen bij elkaar komen, zoals de grotere stadscentra, stations en luchthavens’, aldus Alkemade in zijn essay.
We hebben een kort geheugen, waardoor wij menen dat onze stadscentra met een aaneenrijging van winkels, de normale situatie is. Maar Alkemade ziet ‘de massale opkomst van de winkels die vooral na de Tweede Wereldoorlog onze steden en dorpen overspoelden’, in de langere geschiedenis, als een korte periode van uitzondering. Ook de scheiding tussen wonen en werken moet in de lange geschiedenis van de stedenbouw als een tijdelijk fenomeen gezien worden.

De feeërieke binnenstad van Groningen.

Randstad als concept achterhaald
‘Het oude concept van de Randstad als herkenbare stedelijke eenheid is aan herijking toe’, meent Alkemade. De achterliggende constatering dat het vroeger zo vanzelfsprekende onderscheid tussen stad en platteland geen hanteerbaar model meer vormt om de werkelijkheid te beschrijven, is nu ook op de Randstad zelf van toepassing. Ook in dit verstedelijkt gebied verschuiven de grenzen. Ten opzichte van Londen en Parijs is Amsterdam natuurlijk een uitzonderlijk kleinschalige metropool. Dat toont zich ook in de beperkte capaciteit van de binnenstad die nu al tegen de zijn leefbaarheidsgrenzen aanloopt.
Hoewel het trekken van algemene conclusies in deze complexe materie altijd een hachelijke zaak is, vervolgt Alkemade, lijkt het erop dat er zich een soort uitvergrote Randstad begint af te tekenen die zich verder naar het zuiden in oosten uitstrekt. De overlappende periferieën van Dordrecht, Breda, Tilburg, Eindhoven, Helmond, Den Bosch, Nijmegen, Arnhem, Amersfoort en Almere voegen zich in een structuur waarvan de samenhang toeneemt.

Herwaardering van de periferie
Nu zal de eerder besproken Amsterdamse ambtenaar ook wel ontdekt hebben dat het aardgas uit Groningen komt, de groente uit de ‘periferie’, er een aantal goede universiteiten buiten Amsterdam liggen, en de bedrijven in de regio Eindhoven een grotere bijdrage aan de Nederlandse economie leveren dan de Rotterdamse haven en de facto het enige gebied is waar product-innovatie op topniveau plaatsvindt, minder hip als Amsterdam, maar waar de kassa luid rinkelt.
Het is deze ‘periferie’ waar grote kansen liggen voor experimenten. De ruimte is er. De kennis ook. Duurzame landbouw en duurzame energie zijn essentieel voor onze grote steden om überhaupt te kunnen blijven functioneren. Daarbij maken de uitstekende verbindingen over de weg en spoor, alsook het digitaal werken op afstand het mogelijk om landelijk te wonen met een baan in de stad.
Sommigen voorspellen nog een extra woningbehoefte van enkele honderdduizenden woningen, tot een aantal van meer dan een miljoen. Dat we naar 50% alleenlevenden toe gaan, is daar een van de oorzaken van, maar ook de komst van vluchtelingen en immigranten op zoek naar een veilig en beter leven.
Steden als Amsterdam kunnen dat niet meer alleen opvangen. Bouwen aan de rand van de stad of verdichting kan nog wel in een deel van de woningbehoefte voorzien, maar het merendeel zal toch elders moeten worden gerealiseerd.

Nederland heeft geen grote steden, het is een grote, groene stad
Alkemade is niet de eerste die Nederland voor het gemak als een grote stad, met veel parken beschouwd. De kracht van het patroon van verstedelijking in Nederland ligt in de polynucleaire structuur ervan, stelt hij. Grote metropolen als Londen en Parijs zuchten onder de alsmaar toenemende druk op een enkelvoudig centrum dat niet meer bij machte is een steeds groter gebied nog van identiteit en structuur te voorzien. Daar kan ‘de stad Nederland’ duidelijke een beter woonmilieu leveren.
Daarbij is de ‘periferie’ onmisbaar voor het welvaren van de steden in het westen van het land.
Maar iedereen ten oosten van Diemen wist dat natuurlijk al.

De volledige tekst van het essay van Floris Alkema (pdf)

*De Rijksbouwmeester bevordert en bewaakt onder meer de stedenbouwkundige inpassing en de architectonische kwaliteit van rijksgebouwen.