Moeten burgerinitiatieven grensverleggend zijn?

Kunnen burgerinitiatieven grensverleggend en innovatief zijn, zonder grenzen te verleggen en knellende regels te negeren?

Aan de zijde van het Schillerkiez is een populaire en sociale buurttuin ontstaan.

Nederland worstelt met het fenomeen ‚burgerinitiatief’. Voorzichtig begonnen met het verwijderen van 2 stoeptegels in onze versteende binnensteden om wat Begonia’s de ruimte te geven, nemen de recente burgerinitiatieven heel andere vormen aan. Dorpen zorgen voor hun eigen energie. Een buurt neemt een bibliotheek over, een winkel, of delen van de zorg. Weer anderen gaan eigen ‚verzekeringen’ regelen zoals het ‚Broodfonds’. Groot denkende ’stadmakers’ sleutelen aan omvangrijke oude industriële complexen zoals de de Honigfabriek in Nijmegen of de Tramkade in Den Bosch of aan een wijk als Coehoorn Centraal in Arnhem.
Kunnen deze projecten grensverleggend zijn, innovatief zoals de overheden ze graag willen zien, zonder grenzen te verleggen, knellende regels te negeren en daarmee de aaibaarheid van de politiek te verliezen?

Wat is een burgerinitiatief?
Geen woord wordt in de lokale politiek, naast burgerparticipatie, zo vaak gebruikt als burgerinitiatief. Wat betekent het begrip eigenlijk? Als je het de rijksoverheid vraagt is dat het recht om een onderwerp op de agenda van Tweede Kamer te laten zetten. Zo’n burgerinitiatief is bijvoorbeeld ‚Ons Geld’ over de gevaarlijke geldschepping door de particuliere banken.
Maar er zijn ook talrijke burgerinitiatieven die ingrijpen op onze woon- en leefomgeving. Dat kan variëren van een door omwonenden beheerde buurttuin, een door ouders beheerde speelplaats. In New York bleek de realisatie van het burgerinitiatief de ‚High Line’ zelfs €100 miljoen te kosten. Een bedrag waarvoor met gemak een Guggenheim-museum kan worden gebouwd. In Arnhem zijn twee burgerinitiatieven bekend die ingrijpen op de openbare ruimte: het Bartokpark en Coehoorn Centraal.

Burgerinitiatief ‚Berlin-style’
Veel overheden hebben zich laten rondleiden door het grootste stadslab van Europa: Berlijn. Reden voor veel van dergelijke tours is de ruime ervaring die deze stad heeft met een overdaad aan ruimte en een tekort aan wat planologen liefkozend ‚programma’ noemen (mensen die iets op/met een plek willen doen).
Zo togen ook Amsterdam en Rotterdam naar Berlijn.
Frank Belderbos (Stadsontwikkeling, gemeente Rotterdam) merkte bij het bezoek op: ‘Ze gaan door tot het gaatje. Het zijn geen polderaars.’ En daarmee raakte Belderbos de kern van een burgerinitiatief ‚Berlin-style’. Berlijnse burgerinitiatieven hebben veelal een strijdbaar karakter. De samenlevingen om ons land heen, hebben hoe dan ook een hoger conflictueus karakter. De resultaten die in Berlijn door burgers worden geboekt moeten dan ook in dit licht worden beschouwd. De vraag is dan ook gerechtvaardigd of burgers met hun initiatieven grensverleggende resultaten kunnen bereiken zonder de politieke aaibaarheid te verliezen. Dat doen we aan de hand van drie voorbeelden: de High Line (New York), Tempelhof (Berlijn) en Bartokpark (Arnhem).

Tempelhof, Berlijn
Het door burgerinitiatief afgedwongen openhouden van Tempelhof, nu als park, is een Berlijns icoon van openbare ruimte geworden.

High Line: lobbyen als succesfactor
De High Line in New York mag gerust een groot(s) burgerinitiatief worden genoemd. Een oud spoortracé ‚op poten’ bracht tot in de tachtiger jaren de vleestreinen tot in het dichtbebouwde Meat District. De oude versie van de spoorlijn liep op straatniveau en had veel doden tot gevolg. Zelfs maximum snelheden van 6 km/u en een paard voorafgaand aan de locomotief, kon het aantal ongevallen nauwelijks terugdringen.
In 1999 startten de buurtbewoners Joshua David and Robert Hammond hun acties tot behoud van de 2,3 km lange verroeste railconstructie. Een goede fotograaf maakte beelden van het reeds overwoekerde spoortracé daarmee de fantasie oproepend voor de toekomstige bestemming als park tussen de rails. Zij zochten kapitaalkrachtige medestanders die een eerste duit in het zakje deden. De goede PR zorgde voor een bijdrage van maar liefst $50 miljoen van de stad New York en de verbouw kon van start gaan.
De burgerinitiatiefnemers hebben met hun aanpak goed ingespeeld op de geldgedreven cultuur van de New Yorkse context. Zij zochten rijke en invloedrijke supporters, benutten maximaal de beeldvorming (re-framing) en waren een oplossing van een probleem: hoe komen we op een elegante manier af van deze vervallen spoorlijn. Want iedereen wilde af van deze bouwval: de eigenaar, de stad New York en de aanliggende buurten. De upgrade tot langgerekt stadspark bracht voor alle partijen de gewenste uitkomst.

Tempelhof: strijd als succesfactor
De in 2010 als publieke ruimte geopende voormalige vliegveld Tempelhof in Berlijn, heeft sinds haar opening een wellicht magische status verworven bij inwoners van Berlijn en vele toeristen. De 360 ha open grasvlakte met twee start- en landingsbanen en een rolbaan, heeft de harten veroverd van de Berlijners. Klaarblijkelijk is een plek met ‚niets’ een luxe voor jong en oud. Maar ruimte in een stad is ook kapitaal. Wie wil niet aan de rand van deze historische plek wonen? De stad maakte daarom plannen voor 5.000 woningen. Echter er kwam burgerverzet. De actiegroep ‚100% Tempelhofer Feld’ zette zich in om te komen tot een open en 100% vrij Tempelhof. De eerste strijd ging in 2009 om het openstellen van het immense terrein voor publiek. De gemeente kon niet uitleggen waarop het hek op slot moest blijven. En na de nodige confrontaties tussen burgers en grote aantallen politie-eenheden, zwichtte het stadsbestuur en opende in 2010 het Tempelhofer Feld.
Toen echter het stadsbestuur trots aankondigde dat het Tempelhof deels bebouwd zou gaan worden, gingen bij veel burgers de alarmbellen af. Er ontstond een heftig debat om het behoud van ‚niets’, van ruimte. Op 25 mei 2014 vond de volksraadpleging plaats over de vraag of de bouwplannen van de Berlijnse senaat door mochten gaan of niet en dus of Tempelhof open en onbebouwd moest blijven. Om dat te bereiken moesten maar liefst 625.000 Berlijners JA stemmen. De uitkomst was helder: tweederde van de stemmers zagen weinig in de bebouwingsplannen van de stad. Er was geen enkel kiesdistrict in de stad dat niet een vrij en open Tempelhof wilde, of het nu het belegen en rijke Dahlem in het westen (voormalig West-Berlijn) is of het verarmde Marzahn in het noordoosten (voormalig Oost-Berlijn) van de stad.
Tempelhof was duidelijke een strijdtoneel van burgers tegen hun eigen volksvertegenwoordigers. Jaren hebben honderden actievoerders op alle manieren strijd gevoerd: vechtend tegen traangas en in het stemhokje. De belangen van de stad bleken te groot om langs de weg van het overleg tot de gewenste situatie te komen.

Bartokpark: overleg als succesfactor
Het Bartokpark mag ook gerust een parkje worden genoemd. Een opmerkelijk plekje in de Arnhemse binnenstad. Daar nam een aantal ‚stadmakers’ van DTO het initiatief om een jarenlang achter hekken vergrendelde zandvlakte nieuw leven in te blazen, een nieuwe (tijdelijke) toekomst te geven. Het gebiedje lag na de voorbarige sloop van de Bartokzaal braak en lag vergeefs te wachten op nieuwe ontwikkelingen.
Een tegenoverliggend leeg kantoorgebouw van CITO en een bouwterrein voor de nieuw te bouwen Rozet (ondermeer met de bibliotheek) maakten het gebied mistroostig.
In 2012 lanceerde DTO het idee voor een Veluws parkje, met van de Hoge Veluwe overgebrachte heide. De als bouwterrein voorbestemde plek, is particulier eigendom. Toch is door overleg tussen de gemeente, de eigenaar van de grond en de initiatiefnemers, binnen drie maanden het parkje gerealiseerd. Omdat het parkje een Veluws heuvellandschap moest worden, moest in korte tijd veel zand naar de Arnhemse binnenstad worden verplaatst.
Toen vervolgens de Rotterdamse kunstenaars (nu woonachtig in Arnhem) Florentijn Hofman besloot daar het door Burgers’ Zoo geschonken 150 ton zware ‚Feestaardvarken’ in het park te plaatsen, is een nieuwe landmark ontstaan, een speel- en rustplek voor winkelende ouders met kinderen.
Het initiatief sleepte onlangs de Gulden Feniks 2015 in de wacht.
Het succes van dit initiatief is zeker te verklaren door het overleg en een goede samenwerking van elkaar vertrouwende partijen: grondeigenaar, gemeente en initiatiefnemers. De laatsten spreken in dit verband dan ook niet van een ‘bottom-up initiatief’ maar van ‘middle-up-down’. En wat dat inhoudt, is te lezen in een speciaal DTO-college dossier.