Meer functionele menging in de stad

Hoe onze binnensteden levend te houden als de middenstand verdwijnt.

Genieten van de zon op de Boxhagenerplatz in het Berlijnse Friedrichshain.

Op 12 november 2015 vond in Düsseldorf een belangrijke bijeenkomst plaats van deskundigen op het gebied van stedelijke ontwikkeling. Onderwerp: het mengen van de stad, sociaal en functioneel*.
Een keur van wetenschappers boog zich over de vraag, wat doen we met de huidige ontwikkelingen in onze binnensteden? Moeten buurten gemengder worden, sociaal en functioneel? Brengt dat meer leven in de straten of zal het zorgen voor meer irritaties en spanningen in de wijken?
In een aantal artikelen zullen wij belangrijke bijdragen tijdens dit congres op onze website uitlichten.
In dit artikel aandacht voor de lezing ‘Nutzungsvielvalt’ (Veelzijdig functioneel gebruik) van Prof. Martin zu Nedden, Institutsleiter, Deutsches Institut für Urbanistik in Berlijn.

Charta van Athene als kritiek op de stad
Voordat we komen tot de lezing van Martin zu Nedden, eerst de ‘Charta van Athene’, een document dat in grote mate de ontwikkelingen van onze steden na 1945 heeft bepaald.

In Charta van Athene (1943) vat Le Corbusier de resultaten samen van een congres (die in 1933 plaatsvond) over de ontvlechting van de gemengde stad. De industrialisering met alle overlast en belasting van de gezondheid van de omwonenden had de oude harmonie in de steden verstoord. De kritiek daarop luidde destijds:

  • Woningen zijn speculatie-objecten geworden, oneerlijk verdeeld, met weinig publieke ruimte;
  • De economische ontwikkeling veroorzaakt improvisatie en is onderhevig aan speculatie door de enkeling. De lokatie, aard en omvang van industrieterreinen, kantoren en woningen moeten worden bepaald vanuit wetenschappelijke gezichtspunten;
  • Wijken zijn te dicht bebouwd en daardoor ongezond. Zij moeten minder dicht bebouwd worden, meer van elkaar worden onderscheiden door groen en beter met elkaar verbonden worden;
  • De groei van de stad gaat ten koste van de groene omgeving en dat verlaagt de kwaliteit van het wonen in de buurten;
  • De economische belangen worden belangrijker dan de bestuurlijke controle en sociale solidariteit, met als gevolg dat de stedelijke structuren in het nadeel van veel bewoners door private belangen worden gedomineerd.

Charta van Athene en de eisen aan ‘de nieuwe stad’ (1943)
Uit de kritiek die tijdens het congres in 1933 volgden deze eisen aan de nieuwe stad:

  • De stad moet bij de realisatie van de individuele vrijheid handelen ten gunste van het algemeen belang;
  • De stad moet als functionele eenheid worden gedefinieerd en in groter verband van haar omgevingsinvloed gepland worden;
  • De stad moet worden gezien als functionele eenheid van de hoofdfuncties van wonen, werken, ontspannen en bewegen;
  • Architectonische werken, afzonderlijk en stadsbreed, behouden blijven;
  • Het wonen moet in het centrum van de stadsontwikkeling staan;
  • De afstand van wonen naar werken moet zo klein mogelijk;
  • Open ruimten moeten aan de buurten worden toegevoegd en samen worden verbonden als plekken voor vrijetijdsbesteding;
  • Het verkeer moet een verbindende functie hebben.

De Charta van Athene was een reactie op de ongezonde situatie, vooral in Duitse steden, waarbij wonen en (zware) industrie zonder scheiding naast elkaar bestonden. Steden in het Ruhrgebied laten dat nog goed zien.

Voor de Charta-aanhangers moest de ideale stad in zones worden gedeeld:

  • Binnenstad: bestuur, handel, banken, winkels en cultuur;
  • Gordel om de binnenstad: van elkaar gescheiden, industrie, commerciële activiteiten, wonen;
  • Periferie: in de groene gordel ingebedde satellietsteden met uitsluiten woonfunctie.

(Bron Charta van Athene: Wikipedia)

Urban Inspiration verzorgt lezingen en rondleidingen stedelijke ontwikkelingen. Lees over de mogelijkheden.

‘Snel handelen in binnensteden geboden’
Zu Nedden is helder: ‘Als de middenstand en het openbaar bestuur niet snel tegenstrategieën ontwikkelen, dan zal de middenstand in de binnensteden blijvend teruglopen.’ De huidige functiescheiding, die vorige eeuw noodzakelijk was om de ongezonde industrie van het wonen te scheiden, kan worden afgebouwd door de digitalisering van de arbeid. Deze ontwikkeling maakt ondernemingen kleiner, schoner en flexibeler in hun eisen aan een werklocatie.
Dat biedt kansen de (binnen-)steden weer meer te mengen. Vooral in de compacte Europese steden. Ook het transport van goederen door zelfsturende ‘robots’ zal de inrichting van de buurten veranderen. Maar hoe? ‘We moeten daarover de discussie aangaan’, aldus Martin zu Nedden.
Speciale aandacht vraagt Zu Nedden voor de begane grond van gebouwen (de plint): ‘Voorkomen moet worden dat deze worden omgebouwd tot goedkope garages en parkeerplaatsen.’

Iedereen wil een gevarieerde wijk, maar ook in de eigen straat?
Uit onderzoek in Duitse steden blijkt dat veel inwoners van steden de stad waarderen om hun gevarieerde opbouw en dat alle functies binnen ‘handbereik’ zijn. Anderzijds geven diezelfde ondervraagden aan dat zij zelf in een ‘rustige buurt’ willen wonen, niet ver van ‘groen’ en in een ‘familiaire’ sfeer. Deze soms tegenstrijdige verwachtingen en uiteenlopende meningen, vergen dat functiemenging intensief moet worden getoetst aan de tolerantie van buurtbewoners.
Uit onderzoek blijkt verder dat veel burgers vinden dat meer moet worden ingezet op functiemenging op stadsniveau, dan op wijkniveau. Het lijkt op discussie over openbaar vervoer: wij willen goed openbaar vervoer dichtbij, maar geen tram door onze straat.
Of en in welke mate functiemenging succesvol kan zijn, wordt bepaald door de ligging van de buurt, de ‘plattegrond’ van de panden en het kostenniveau van de panden op de onderscheiden vastgoedmarkten.
Functiemenging hoeft niet alleen meer horeca te betekenen. Praktijken van advocaten, fitnesscentra en kleine (creatieve) bedrijfjes kunnen vaak zonder al te veel problemen in de wijk worden opgenomen.

Maatschappelijke taak woningcorporaties
Door het steeds verder doortrekken van het marktdenken, alsmede uit de hand gelopen schandalen, zijn woningcorporaties in Nederland van hun maatschappelijke taken ontdaan: terug naar de kern, woningen bouwen.
Daarentegen stimuleert de Berlijnse woningbouwmaatschappij (Wohnungsbaugesellschaft) ‘degewo’ actief de omgeving van haar woningbestand. Zij stelt daartoe betaalbare werkruimten beschikbaar aan startups om daarmee wortel te schieten in de buurt en een bijdrage te gaan leveren aan de werkgelegenheid en economie van de buurt. Prof. Zu Nedden: ‘Steden die de verleiding hebben weerstaan om, zeer tegen de tijdgeest in, hun woningcorporaties te verkopen, kunnen zich nu bij de wens tot functiemening bevestigd weten in hun volharding.’

Ingrijpen in het bezit van grond
Zoals in een eerder artikel op deze website al aangestipt, klemt veelal de lappendeken aan bezittingen van grond in de steden. Stedelijke processen worden soms jarenlang opgehouden omdat een bepaald stedelijk gebied dat een interventie behoeft, verdeeld is over verschillende particulieren grondeigenaren. In Arnhem ziet men dat bij het voormalige COBERCO-terrein en de ‘groene zone’ Stadsblokken-Meinerswijk. De grondeigenaren houden de stad in zo’n geval ‘gegijzeld’ in haar ontwikkelingen. Zu Nedden roept dan ook op om de regels rond grondbezit ‘efficiënter’ te maken zodat gronden sneller beschikbaar komen voor noodzakelijke stedelijke ontwikkeling. Dat klinkt als beschaafd Duits, maar achter ‘efficiënter maken van wetgeving inzake grondbezit’ kan een fundamentele discussie schuil gaan over verplichte verkoop of vorderen van particuliere grond. In Berlijn kunnen al leegstaande particuliere woningen voor statushouders worden gevorderd.
Het lijkt erop dat de neo-liberale versie van de markteconomie zijn langste tijd in de stedelijke verhoudingen heeft gehad. Impliciet lijkt de beweging weer terug te gaan naar het Rijnlandse model: een gematigde markteconomie, waar bezit minder absoluut wordt gedefineerd en wordt getoetst op haar bijdrage aan de samenleving.

*MISCHEN IMPOSSIBLE? Soziale Vielfalt, Nutzungsvielfalt – Wege zu urbanen Stadtquartieren.