Het Ruhrgebied zoekt naar een nieuwe toekomst

En dat is nog niet zo eenvoudig.

De spectaculaire ‘Tiger and Turtle’ in Duisburg van het kunstenaarsduo Heike Mutter en Ulrich Genth maakt op velen een onvergetelijke indruk. Op de achtergrond het vuur van de staalfabriek.

Er wordt nog gewerkt in het Ruhrgebied, maar de tijd dat de lucht zwart was van de rokende schoonstenen, de huizen bedekt met een laag roet en de neus vol onwelriekende geuren, is grotendeels verleden tijd.
Het Ruhrgebied is geslagen door een proces van neergang Detroit-style, zij het minder heftig en in een lager tempo. De Ruhr-steden zijn op zoek naar een nieuwe toekomst, maar dat is niet bepaald eenvoudig.

Ländliche Urbanität
Het Ruhrgebied mag dan in naam bekend zijn, weinigen weten het gebied geografisch goed in te kaderen (kaart). De kern wordt gevormd door de steden Oberhausen, Duisburg, Essen, Gelsenkirchen, Bochum en Dortmund. Wuppertal, ofschoon bogend op een grootst industrieel verleden, hoort niet tot het Ruhrgebied. En wie een slechte start bij een relatie in Düsseldorf wil maken, noemt deze sjieke hoofdstad van Nordrhein-Westfalen als behorend tot het Ruhrgebied. Dan is de toon direct gezet.
Ofschoon er nogal wat verschillende getallen circuleren, telt het gebied in 2016 zo’n 5 miljoen inwoners (bron: Regionalverbandes Ruhr (RVR).
‘Ländliche Urbanität’, wordt de verschijningsvorm van het Ruhrgebied wel genoemd: een landelijke urbaniteit. Dat lijkt de ruimtelijke aanblik en beleving wel het dichts te naderen. Op pad met een echte ‘Ruhrganger’* geeft het gebied haar geheimen gewillig prijs.
Het Ruhrgebied is een gehavend gebied zoals geen ander in Europa. De hevige oorlogsbombardementen legden zeker de helft van de industriële stedelijke centra in as en beroofden hen van hun schitterende architectuur zoals de Gründerzeithuizen. Verstrooid staan er nog enkelen, geflankeerd door roemloze na-oorloge architectuur.

De oorlogsindustrie in het Ruhrgebied in 1940. (Bundesarchiv)

Nieuwe toekomst Ruhrgebied na WOII
Het Ruhrgebied was het hart van de Duitse oorlogsmachine. Nergens waren zoveel hoogovens aan het werk voor het zo dringend benodigde staal. Zwaar beschadigd komt het gebied uit de oorlog. Maar met westerse steun herstelt Duitsland snel, al wordt het land opgedeeld in een west- en een oostdeel. De economie groeit in het westelijke deel BRD (Bundes Republik Deutschland), in het oostelijk deel wordt in de DDR (Deutsche Demokratische Republik) een minder succesvol socialistisch experiment aangegaan. Het herstel van het Ruhrgebied als industrieel hart van West-Duitsland geschiedt onder speciaal ingesteld internationaal toezicht.
In 1956 waren maar liefst 500.000 mijnwerkers werkzaam in de talrijke mijnen. Maar na dit hoogtepunt, zorgden Amerikaanse importen van goedkopere kolen voor het inzetten van een onstuitbaar verval van de mijnen in het Ruhrgebied. In 1964 sloten 31 grote mijnen met 64.000 arbeiders hun poorten.
Aanvankelijk kon de staalsector als leverancier voor de Duitse autofabrikanten nog voor werkgelegenheid zorgen. Echter de overproductie, de opeenvolgende oliecrises, de dalende scheepsbouw en opkomst concurrentie uit Azië, brachten in de ’80-er jaren van de vorige eeuw ook de staalindustrie in onomkeerbare problemen. Het verval van een groot industrieel verleden trad in, tekenden het gebied voor altijd. Een gebied dat de gematigde versie werd van Detroit.

Zollverein: In de winter een ijsbaan, zomers waterspeelplaats voor onderzoekende kinderen.

Ruimtelijke versplintering in extreme vorm
Wie een paar dagen onderduikt in het Ruhrgebied en zich fietsend verplaatst, merkt haar bizarre ruimtelijke vormgeving, als dat al zo kan worden genoemd. Het gebied kent een uitermate verwevenheid, zonder enige ogenschijnlijke planning, van wonen, werken, infra en natuur. De onderscheiden stedenlijke functies lijken als per ongeluk uit de hemel gevallen, op een plek waar de wind hen heenvoerden.
De overweldige stempel die de massaal aanwezige grootschalige zware industrie op het gebied heeft gelegd, lijkt de rode draad in de lokatiebepaling van de woningbouw en de enorme (rail-) infrastructuur. Wonen geschiedde immers in eerste aanleg in de directe omgeving van de fabrieksterreinen. Niemand sprak toen nog van milieu-eisen. De onontwarbare kluwe aan spoorwegen vormde de levensader van de vele tientallen reusachtige staalfabrieken en mijnencomplexen. Zij doorsneden het stedelijk en het resterende natuurlijke landschap daar waar het maar nodig was. De planning was altijd de kortste weg tussen A en B.

De grootste van de nog tientallen vestigingen in Duitsland van Thyssenkrupp hier in Bruckhausen.

Maar ook bij het verval van diezelfde industrieën bepaalden zij, ook na hun verdwijnen, de ruimtelijke vormgeving. Waar fabrieken sloten onstonden urbane landschappen van deels of later geheel vervallen gebouwen, waar de natuur de draad weer oppakte. Geholpen door mensenlijk hand ontstonden vaak met kleine ingrepen parken, waar resten van het stenen en stalen verleden zich niet geheel lieten verwijderen. Soms werden verschillende wijken, decennia gescheiden door ommuurde fabrieksterreinen, door kale vlaktes weer met elkaar verbonden. Olifantepaadjes zorgden voor hernieuwde verbindingen.
Zo kon een urbaan landschap van wijken, wijkjes, plukjes woningen, kale vlakten, urbaan groen en ruw vormgegeven parken ontstaan. Verrassend veel bos heeft het industrieel geweld wonderwel overleefd en verbindt nu de kale vlakten en verweesde wijken met elkaar.

Een klein Anatolia waar zelfvoorziening in groenten normaal is, voortgezet op een ‘Brache’ bij de snelweg.

Informeel ruimtegebruik
In een gebied met zoveel ‘ruimtelijke kliekjes’, ook wel ‘Brache’ genoemd, is een stukje groen door omwonenden snel geclaimd. Veel grond is om meerdere redenen onverkoopbaar. Vervuiling of de ligging in de nabijheid van snelwegen en uitzicht op dampende schoorstenen, helpen niet echt bij de verkoop. Vaak weten (overheids-) organisaties ook niet eens meer welke landjes van het formaat postzegel ze in hun bezit hebben.
Ingeklemd tussen spoorlijnen en snelwegen, al dan niet stilgelegd, liggen in ‘sociaal eigendom’ genomen perceetjes groen.
De sterke vertegenwoordiging van in de ’60-er en ’70-er jaren van de vorige eeuw naar het gebied geemigreerde Turkse inwoners, hebben hun plattelandsgewoontes op deze ‘ruimtelijke kliekjes’ voortgezet. In een ogenschijnlijk onoverzichtelijk labyrint van volkstuintjes blijkt een strak systeem te zitten van onderlinge verkaveling. Dit informele ruimtegebruik is kenmerkend geworden voor het Ruhrgebied. Een fenomeen dat veel Nederlandsers alleen van Berlijn kennen. Nu de mogelijkheden tot informeel ruimtegebruik in Berlijn afneemt, toont zich het Ruhrgebied nu de nieuw lokatie voor ruimtepioniers en urban explorers.

Kunstobject en overnachtingsgelegenheid ‘Warten auf den Fluss’ bij Essen*.

Cultuur en erfgoed als aanjagers
Economisch wil het nog niet zo vlotten met het Ruhrgebied. Steden als Oberhausen en Gelsenkirchen zijn straatarm. Essen en Dortmund doen het aanzienlijk beter. Wie door het gebied reist ziet verwaarloosde stations, wegen en sterk verarmde buurten.
Van de vermeende samenwerking tussen de Ruhrsteden komt weinig terecht, zo gericht als elke stad is op het eigen overleven. Als Oberhausen zijn mega winkel-, sport en cultuurcentrum ‘CentrO’ bouwt, bouwt Essen zijn tegenhanger aan de Berliner Platz. Om de concurrentie tussen te steden te symboliseren, laat Essen haar tramlijn 105 in het zicht van concurrent CentrO op 800 m afstand stranden. Wie toch nog naar de concurrent wil, moet die 800 m maar gaan lopen.
Cultuur verbindt daarentegen. Het Ruhrgebied als culturele hoofdstad van Europa in 2010 heeft richting gegeven aan het besef dat het Ruhrgebied met alleen concurrentie niet veel verder komt. Talrijke nieuwe musea ontstonden vooafgaand aan ‘Ruhr 2010’. Het gebied presenteerde zich voor het eerst als een eenheid, zij het vooralnog alleen cultureel. Met ‘Metropoolregio’ Ruhr wil het nog niet zo vlotten. Met zoveel gebrek aan financiele middelen zijn de marges krap voor bestuurlijke avonturen. De vermeende krimp van de bevolking lijkt mee te vallen. Er zou zelfs weer sprake zijn van lichte groei. Het ‘Detroit-effect’ zo lijkt het. De ruimte om wat te experimenteren en de goedkope huisvesting, brengt de eerste ruimtepioniers naar het gebied. Enige hipheid lijkt hier en daar op te duiken. Al moet gezegd dat een stad als Oberhausen met haar 210.000 inwoners, een fraktie heeft van het cultuur- en horeca-aanbod van het 150.000 inwoners tellende Arnhem. Ook de toestroom van immigranten heeft het bewonersaantal in het Ruhrgebied op peil gehouden. Maar welvarender is het er vooralsnog niet door geworden.

*Gids en expert van het Ruhrgebied is Hans Jungerius. Tijdens een tweedaagse fietstocht bracht hij de deelnemers op de meest bizarre en markante plekken van het noordelijke Ruhrgebied. Slapen doe je in ‘Warten auf den Fluss‘.