Help! Onze winkels verdwijnen.

Hoe komen we van de leegstand af?

Het heeft er alle schijn van dat het verdwijnen van een deel van de winkels in onze stedelijke centra en dorpskernen onomkeerbaar is. Toch wordt alles in het werk gesteld om het onvermijdelijke te voorkomen. Hoe reëel zijn die inspanningen, of is het plassen tegen de wind in?

Noodverbandjes
Inwoners, gemeenten en de middenstand zelf zien met lede ogen aan hoe een deel van de winkelstand uit het straatbeeld verdwijnt. Het opvullen van dergelijke leeggekomen panden met tijdelijk ander gebruik, of de ruiten afplakken met mooie foto’s alsof er niets aan de hand is, zijn de eerste noodverbandjes. Over de verschillende oorzaken is al veel geschreven. De opkomende internetwinkels, de vergrijzing en ontgroening van vooral de dorpen, het einde van de leeneconomie en dus langdurige gedaalde bestedingen, het is allemaal bekend. Stuk voor stuk oorzaken waarvan we weten dat er weinig aan te doen valt. Gratis parkeren, zeven dagen per week open zijn, verfraaien van de winkelgebieden, het is geen van allen een antwoord op de alom erkende oorzaken. De marges van veel winkels lopen terug, de financiële ruimte om de winkelformule aan te passen of de service uit te breiden ontbreekt en de spiraal naar beneden is daarmee in gang gezet.

Overheid: help!
Met verwachtingsvolle blikken wordt naar de overheden gekeken, en dan vooral de lokale overheid: de gemeente. Zij moet met het verlagen van de parkeertarieven en vergroten van de bereikbaarheid (bedoeld wordt dan altijd met de auto) het tij zien te keren.
Als de overheden al een rol hebben bij de krimp in het aantal winkels, dan moet voorafgaand daaraan erkend worden dat de belangrijkste oorzaken van die krimp niet door de overheid kunnen worden weggemasseerd. Toch kan de overheid een actieve rol spelen en wel in het begeleiden van de krimp. Daarbij kan de aanpak tussen krimp in de dorpen en die in de stedelijke centra verschillen.

Kan verlaging parkeertarieven onze winkelcentra redden? Bekijk de video.

Het dorp: Krimp met behoud van functie door de-specialisatie
Wat in Frankrijk, Spanje en Duitsland (en zoveel andere landen) al langer aan de hand is, is dat veel dorpen ontvolken. Vergrijzingen en de trek van jongeren en zelfs ook jonge gezinnen naar de steden zijn daarvan belangrijkste oorzaken. Het grotere aanbod van werk, het verbeterde leefklimaat in de steden en het zonder vaste partner of gezin door het leven gaan, liggen aan de basis van de migratie naar de stad.
Het teruglopen van het aantal inwoners in combinatie met het dalende winkelaanbod, vormen samen een giftige cocktail voor het voortbestaan van het dorp: het versterkt elkaar.
Om de leefbaarheid voor de achterblijvende gemeenschap zo veel en zo lang mogelijk te versterken zullen winkels moeten de-specialiseren. Dat betekent fysiek en in productaanbod worden samengevoegd. We kennen allemaal de ‘winkel van sinkel’ waarbij (bijna) alles in een winkel te koop was, van stofzuigerzakken tot staatslot. Dat samenvoegen zal alleen bij eigen zaken kunnen slagen. De standaard winkelketens met hun afgebakende ‘formules’ zullen daartoe niet bereid of in staat zijn, en zullen veelal vertrekken. De gemeente kan alles rond bestemmingsplannen en vergunningen zo (her-) inrichten dat de noodzakelijke aanpassingen door de ondernemers zonder veel rompslomp kunnen worden gerealiseerd.
Een vergelijkbare denktrant geldt voor de openbare voorzieningen, maar dat valt buiten het onderwerp van dit artikel.

De stad: betere dienstverlening gemeente
Een groot en breed winkelaanbod wordt veelal op een lijn gesteld met de leefbaarheid van de binnensteden. Deze wel erg smalle kijk op het functioneren van de stad, heeft onze stedelijke centra tot een eenvormige en voorspelbare domein van winkelketens gemaakt. Winkelketens, die in tegenstelling tot lokale winkels, het in een stad verdiende geld, naar buiten de stad brengen. Het gebrek aan enige binding met de stad, behalve de gerealiseerde omzetten, maakt de winkelketens tot onberekenbare partners om te werken aan een nieuwe inrichting van de stedelijke centra.
Het zou daarom goed zijn om de echt lokale winkelondernemers te ondersteunen. Daarbij gaat het niet zozeer om geld, maar om een rimpelloze onbureaucratische dienstverlening door de gemeente. Vereenvoudigde en snelle verlening van de benodigde vergunningen, het verlagen van de kosten van vergunningen, een regelgeving die de noodzakelijk veranderingen in winkelformule of lokatie bevorderen, en het sterk verruimen van de vaak knellende bestemmingsplannen. Uitzonderingen daargelaten, klagen ondernemers in veel steden over trage dienstverlening door de gemeenten en complexe, dure en tijdrovende procedures.

Meer publieke ruimte in de stadskernen
Terwijl een kleiner kernwinkelgebied moet worden gestimuleerd, kunnen de aanloopstraten door een gemixt gebruiken van wonen, werken en winkelen, aantrekkelijker worden gemaakt. De bereikbaarheid met het openbaar vervoer en de fiets moeten worden verbeterd. Vaak moet de fiets net zo ver (en soms verder) van de winkels worden gestald, als de auto’s. ‘Even de stad in’, is voor de fietser daardoor niet aantrekkelijk. De openbare ruimten in de binnensteden moeten worden gedecommercialiseerd. De winkelzones moeten weer plaatsbieden aan buurtactiviteiten, in plaats van alleen commerciële events of straatverkoopacties van de winkeliers. Ook waar terrassen lonken, moeten op het plein en in de straat weer (vaste) banken en tafels komen waar mensen ook zonder geld uit te geven in de openbare ruimte in de zon kunnen zitten. Openbare toiletten, drinkwater op straat, kunnen mensen bewegen weer bezit te nemen van de openbare ruimte, ook als men geen geld op zak heeft. Vergroot het arsenaal stadsgroen, de publieke wandelruimte, ten koste van het commerciële gebruik zoals reclameborden voor de deur, uitgerolde lopers en iets te uitbundig gegroeide terrassen.
Wonen boven winkels moet na sluitingstijd de leefbaarheid van de met rolluiken en alarmsystemen afgeschermde winkels, compenseren. Het kan het aantal vernielingen terugdringen en daarmee de noodzaak voor potdichte rolluiken voor de etalages.

Krimpen met beleid.
Een door velen bejubelde ‘dynamische samenleving’ kent ups en downs. Terwijl overheden de afgelopen decennia zich hebben ingespannen om de groei te begeleiden en haar uitwassen te matigen, wordt het nu tijd dat de overheden, op alle niveau’s werk gaan maken van het in goede banen leiden van selectieve krimp. Het afbouwen en hergroeperen van winkels en voorzieningen wordt een expertise: het vergt dezelfde kennis als bij het begeleiden van groei, alleen de mindset verschilt. Acceptatie dat selectieve krimp een gegeven is, maakt dat het proces van krimp zo wordt ingericht dat nieuwe kansen op andere plekken ontstaan en de kwaliteit van de dorpen en steden een nieuwe invulling krijgt.