De Wolkenfabriek Groningen: ruimte voor de toekomst

Hoe een oud terrein van een Groningse suikerfabriek de stad kansen biedt op een eigen identiteit

De Groningse Wolkenfabriek.

Niet een visie op de toekomst kan de Groningse voormalige suikerfabriek redden, maar een gebrek eraan. En voorlopig weet niemand op het Groningse stadhuis hoe het verder moet met dit immense terrein. En dat is een geruststellende gedachte.

Een wolkenfabriek zonder wolken
De argeloze bezoeker zal zich afvragen waarom voor dit gebouw de naam ‘Wolkenfabriek’ is gekozen. Dat is echter snel uitgelegd. Het gebouw is een klein restant van een van de twee locaties van de Suiker Unie in Groningen. Het terrein meet 125 ha en is op de ‘Wolkenfabriek’ na vrijwel onbebouwd. De betonnen vloer, die grote delen van het terrein bedekt, geeft een indruk van de grote oppervlakte die de fabriek ooit innam.
In 2007 stopte de Suiker Unie haar productie op deze locatie. Grote delen van de fabriek werden gesloopt en in 2011 kocht de gemeente Groningen het terrein. Het terrein zou inmiddels voor €40 miljoen in de Groningse boeken staan. Een bedrag, zoals we ook in andere gemeente hebben ervaren, dat we met een korreltje suiker moeten nemen.

Een zorgelijk financieel plaatje
Uit de raadsnotulen komt een ander financieel verontrustend punt naar voren: na 20 jaar zijn de kosten, zonder ‘programma’ (geldopbrengende activiteiten) opgelopen tot ruim €30 miljoen, dat zijn waarschijnlijk grotendeels rentelasten. De aanschafkosten van het terrein worden niet vermeld. Maar de 250 ha aangekocht bij een zachte grondprijs van €50 – €100 p/m2 maakt vermenigvuldigd al een astronomisch bedrag.
Een ander optimistisch puntje in het aan de notulen gehechte onderzoeksrapport van ‘Ploeg id3′ betreft de grafiek die suggereert dat de inkomsten uit het terrein in 2032 (!) de rentelasten zullen gaan overtreffen. Als dat zo zal zijn, is daarmee de rente nog niet terugverdiend. En wie kan zo lang vooruitzien? Het is een dubieuze aanname.
Waarom Groningen zo’n groot terrein heeft gekocht terwijl zij er al direct vanuit gaat dat er zeker 20 jaar niets te ontwikkelen valt, is onduidelijk. Hoe vrij de ontwikkelingen op het terrein ook worden gelaten, alle opmerkingen zijn doorspekt met maar één fenomeen: ‘rentelasten’.


Video: Een impressie van de Groningse ‘Wolkenfabriek’

Wat nu?
Een door de gemeente Groningen in 2011 uitgeschreven prijsvraag leverde 179 ideeën op. Voor de winnende plannen is gekeken of deze zouden kunnen bijdragen aan een grotere bekendheid van het terrein. Innovatie op het terrein van duurzaamheid en bedrijvigheid waren ook selectiecriteria. Wat minder pregnant was het criterium om een geldopbrengst te genereren.
Een driemanschap onder de naam ‘Ploeg id3’ mogen als ontwikkelaars/beheerders in opdracht van de gemeente aan de slag met het overgebleven gebouw en terrein. Een van de ingediende ideeën behelsde het opzetten van een inschuif-restaurant, een locatie waar wisselende koks het menu bepalen en verzorgen. Verder wordt het terrein voor regelmatige muziek en andere culturele manifestaties gebruikt. Met haar omvang, ruimte genoeg. Ook de relatief grote afstand tot de eerste woonbuurt, maakt dat het terrein het een en ander aankan.

De resten van de suikerfabriek van de Suiker Unie.

De situatie anno 2016
De ontwikkelingen op het terrein zijn nu ongeveer 4 jaar onderweg. De diverse festivals en andere activiteiten, zoals het fotofestival ‘Noorderlicht‘ hebben het terrein weer een hernieuwde bekendheid opgeleverd. De drijvende krachten achter het inschuif-restaurant hebben hard gewerkt aan het verder uitbouwen van hun industriële en toch intieme restaurant. Opvallend is dat op de website van het aanjaagteam van ‘Ploeg id3‘ nog maar weinig vaste gebruikers worden gemeld. De laatste update over het gebied op de website dateert uit augustus 2015. Het kan dus zijn dat er nu meer gebruikers zijn dan nu online zijn terug te vinden.
Inmiddels is een langjarige overeenkomst gesloten met Paradigm050. Hun website vermeldt vooral activiteiten op het terrein van muziek: festivals, een club en een ‘loodsrave’. Zij hebben een deel van het lege terrein inmiddels daartoe ingericht.

Een kunstenaar werkt aan zijn kunstwerk als onderdeel van een toekomstige serie van street art.

Nog tot 2030
De gemeente Groningen heeft het gebied tot 2030 vrijgesteld van bebouwingsplannen. Daarmee is een lange tijdelijkheid aan het terrein gegund. Een ‘tijdelijkheid’ die ons in andere demografische tijden zal brengen. Zo zal de vergrijzing vrijwel zeker tot een bevolkingsdaling leiden. De kans dat na 2030 nog druk op de woningmarkt bestaat, is daarmee zeer onzeker. De keuze voor 2030 zou wel eens tot een definitief vrijvallen van het terrein kunnen leiden.
De trek naar de Randstad, die nu door economische factoren gaande is, kan dan wellicht al tot staan zijn gebracht, maar ook dat is onzeker. Groningen en de talrijke andere middelgrote steden buiten de Randstad zullen in de komende 2 decennia alle zeilen bij moeten zetten om de leefbaarheid op peil te houden. Vooral Groningen als provincie, maar zeker ook Groningen-stad, heeft forse (imago-)schade geleden door de voortdurende aardbevingen ten gevolgde van de aardgaswinning. De Gas Unie is van suikeroom geworden tot een hinderpaal in een nieuwe toekomst voor de stad. De stad en de provincie betalen daarmee een hoge prijs als ‘nationale leverancier’ van energie.
Het is dus niet waarschijnlijk dat het voormalige terrein van de Suiker Unie ooit (volledig) voor woningbouw zal worden ingezet.

Het inschuif-restaurant in de ‘Wolkenfabriek’.

Remmen los
Hoe sympathiek de langtijdelijkheid van de vrijstelling van het terrein ook is, het blijft tijdelijk. Lange termijn investering door alternatieve partijen worden zo in de kiem gesmoord. Daarmee kunnen alternatieve ontwikkelingen nooit volgens het zo bewierookte ‘level playing field’ een serieuze tegenspeler worden van de klassieke ontwikkelaars die, als zij zich ooit melden, hun investeringen over 30 jaar of langer kunnen terugverdienen.
De stad Groningen doet zichzelf daarmee te kort. Hopen dat de theoretische boekwaarde van €40 miljoen ooit nog terugkomt, is vorm van bestuurlijke dagdromerij die de stad en haar creatieve krachten gevangen houdt in een keurslijf van de veronderstelde ‘kracht van markt’. Een markt die ons nu al 8 jaar voor grote problemen stelt.
Het zou een wijs besluit zijn om een aanzienlijk deel van het immense terrein van het tijdsslot te halen en definitief vrij te geven voor alternatieve, experimentele ontwikkelingen. Daarbij zal de gemeente haar netwerk en invloed moeten aanwenden om daartoe geschikte partijen bijeen te brengen: alternatieve financiers, creatieve ontwikkelaars die gaan voor geringe winst, maar grote waarde. En natuurlijk de talrijke creatieve culturele en ecologische ondernemers die met goede begeleiding en gedoseerde financiering in staat moeten worden gesteld om Groningen van haar imago als hoofdstad van het aardgas af te helpen. Aardgas is niet duurzaam en zeker niet meer oneindig. Wie wil daar nog de hoofdstad van zijn? Kennis moet er in een universiteitsstad voldoende voor handen zijn.
Financieel belanghebbende zijn (gemeente als eigenaar van de grond) en tevens bestuurlijk verantwoordelijk, is natuurlijk balanceren op het slappe koord. Het gestoei met oude industrieterreinen is niet uniek. Ook de gemeente Nijmegen zit bijvoorbeeld tegen een torenhoge schuld aan te kijken van de aankoop van het HONIG-complex. Ook daar de hoop op ‘betere tijden’.
Groningen zal tot realiteitszin moeten komen en daar op verder werken. Maar wat zij ook doet, zonder opheffing van de einddatum op een deel van het terrein hebben alternatieve ontwikkelingen geen schijn van kans.

De ruime hal van de ‘Wolkenfabriek’ kan vele activiteiten accommoderen.

Alle foto’s zijn gemaakt op 27 augustus 2016.