Als burgerprojecten gaan jeuken

Een transitie gaat niet zonder slag of stoot.

Ambtenaren van de provincie Gelderland op bezoek in Berlijn (Holzmarkt).

Er is langzamerhand geen dorp of stad in Nederland zonder enigerlei vorm van burgerinitiatief. Het kan gaan over stadslandbouw, decentrale energie, herbestemming van industrieel erfgoed of kantoren, vormen van burgerzorgverlening, groenbeheer enzovoort. Deze projecten worden zeer verwelkomd. Immers er gebeurt veel in de samenleving, tegen vaak minimale kosten. Maar hoe lang blijft de aaibaarheid als zo’n initiatief bestaande belangen gaat raken, gevestigde structuren ter discussie stelt?

Burgerinitiatiefnemers: wereldverbeteraars of systeemverstoorders?
De economische crisis van 2008 lijkt onverwachte bijwerkingen te hebben. Waar we eerst alleen dalende huizenverkopen zagen, stijgende werkloosheid en dalende overheidsbudgetten, lijkt nu de burger het maatschappelijke initiatief naar zich toe te trekken. De politiek ziet dit als een gewenste ontwikkeling. Immers, de samenleving lijkt de door geldgebrek geslagen gaten in de overheidsdienstverlening nu zelf te gaan opvullen. En tegen minimale kosten. Voor de overheid dan. Een stadstuin hier, een kluswoning daar. Boodschappen halen voor een zieke buurtbewoner, bloemen op de plek van opgetilde stoeptegels. Een oud kantoorpand als broedplaats van ‘creatieven’ of loods voor ‘hippe festivals’.
De tours van notabelen langs de fel verlichte etalages van ‘de burgerparticipatie’ nemen een hoge vlucht. Een veelal gratis kijkje achter de schermen van de burger die zijn benen onder zijn lijf vandaan loopt om wat te maken van de wijk die achteruit holde wegens gebrek aan belangstelling van de dienstdoende overheid. Applaus. Een overheid die trots zijn ‘participerende burger’ aan gelijken van andere overheden laat zien. Maar wat als burgerinitiatieven het kantelpunt bereiken en van wereldverbeteraars overgaan in de fase van systeemverstoorders?
Dan verstomd het applaus.

Wat niet beweegt, valt om
Geen mooier voorbeeld als dat van de Berlijnse Muur. Nog enkele dagen voor haar val, was er geen weldenkende burger, journalist of politicus die haar verdwijnen vermoedde. Pas een maand voor haar val namen de protesten toe. Het bleek niet meer te stoppen. Wat de overheid ook aan veiligheidstroepen en militairen inzette, de geest was uit de fles.
De huidige tijd is een tijd waarin zelfs zonder hevige stijd, organisaties en instituten wankelen. Immers de grond waarop zij staan, beweegt. Het enige antwoord is om mee te bewegen, om daarmee het evenwicht te bewaren. Echter, de meeste organisaties kunnen niet met hun heupen wiegen. Verstard blijven ze op de bewegende plaat staan. Nota’s volschrijvend over burgerparticipatie en het ‘herstel van het vertrouwen van de burger.’ De accountant PWC heeft onlangs €17 miljoen gereserveerd voor het herstel van het contact met ‘de burger’. Alsof het contact te koop is.
Terwijl de overheden nog in koor roepen dat het goed gaat met de burgerparticipatie, lijken ze geen oog te hebben voor het feit dat niet de burgers participeren in het maatschappelijk proces, maar zijzelf. Beledigd, gekwetst over haar verminderde invloed zoeken overheden hun weg in een steeds woeliger sociale omgeving, op zoek naar die dwalende burger.
Maar er is troost voor de overheden. Ook veel bedrijven moeten vrezen voor hun voortbestaan. Vooral die bedrijven die zich wentelden in de geruststellende gedachte dat zij het monopolie hadden. De energiereuzen, de media-tycoons, de grote financiële instellingen, de telecombedrijven, de accountantskantoren, de omroepen. Lui en doof geworden van hun onaantastbare positie, het geld dat in grote hoeveelheden binnenrolde. Ze hebben het nu zwaar. Velen zullen 2020 niet halen.

Claim your city
In de woon- en leefomgeving is veel aan de hand. De oprukkende en hardnekkige leegstand, de inmiddels honderdduizenden burgers die structureel niet meer hun rekeningen kunnen betalen (binnenkort dus ook niet hun belastingen), de 1.300.000 huizen die minder waard zijn dan de hypotheek (een maandelijks stijgend aantal), de overheid die steeds verder moet bezuinigen tot binnen haar kerntaken, vormen samen een explosief maatschappelijk mengsel. Europese overheden die goud terughalen ‘omdat het zo handig is het weer in eigen land te hebben’, de Nederlandse overheid die in 2012 de terugkeer van de Gulden voorbereidde. Het geeft het beeld van een samenleving, een stelsel, een systeem dat met grote schokken in transitie is.
De burger blijkt redelijk weerbaar. Hij zet buurtprojecten op. Wil terug naar een lokale economie. Wil zijn eigen energie opwekken. Eisen het publieke vastgoed op, dat in lege toestand de buurt meesleept in haar verloedering. De overheid sputtert. Immers haar regels worden ter discussie gesteld, of nog erger, gewoon in alle stilte genegeerd. De overheid roept ‘gelijkheid, veiligheid en rechtvaardigheid’ in als argumenten voor het vasthouden aan die regels. En veelal terecht. Maar vaak ook uit lijfsbehoud. Achter elke regel zit een afdeling. Regels zijn werkgelegenheid. Ondertussen kruipt de burger verder in haar rol van regisseur van haar omgeving. Waarnemende dat de overheid weer verder moet bezuinigen op vuilophaal, onderwijs en gezondheidszorg. De burger heeft bijna geen alternatief meer dan er voor te zorgen zich als collectief opnieuw te organiseren en haar rol in samenleving en haar woon- en leefomgeving op te eisen.

Als de burger een macht wordt…
Een stel ‘alternatieven’ in Berlijn zagen de enorme leegte die het omvallen van de Muur achterliet. Ze zagen een overheid die door haar gespeel als bank (de Nordbank) de stad aan de rand van de afgrond had gebracht en de burger opzadelde met €20 miljard schuld. Inmiddels is de schuld van Berlijn opgelopen tot €65 miljard. Zo zien de Nederlandse burgers hun gemeente zuchten onder de gevolgen van het spelen als grootgrondbezitter. Dat is fout afgelopen. Sommige gemeenten, zoals Apeldoorn, kijken daardoor in het zwarte gat van €200 miljoen schuld. Veel gemeenten verkeren nog in de ontkenningsfase.
Deze Berlijnse ‘alternatieven’ gingen aan de slag en vestigden een club: BAR25. Na een zeer geslaagd avontuur met Kater Holzig, startten zij de HOLZMARKT. Inmiddels een stadsproject van €14 miljoen. In een collectief aangestuurd, maatschappelijk gefinancierd. Zij kochten 18.000 m2 grond. Over de grond loopt het spoortraject van de Deutsche Bahn tussen Hauptbahnhof en Ostbahnhof. Honderden regionale treinen, ICE’s en S-Bahnen passeren deze stenen spoorbaan. Toen de initiatiefnemers de gewelven onder de sporen als opslag en restaurant wilden gebruiken en daarover de Deutsche Bahn benaderden, botste de nieuwe op de oude macht. Het antwoord was namelijk: nee! Toen een rechtsstrijd dreigde over van wie het spoortraject op het door de initiatiefnemers aangekochte grond was, kwam een team van 10 advocaten van de DB in het verweer. We kunnen kort zijn: de DB haalde bakzeil, want het tracé dat liep over de aangekochte grond was niet van hen, maar van de eigenaar van de grond. En zo konden de alternatieven de gewelven voor €1,00 per jaar huren. De Deutsche Bahn had geleerd dat haar macht haar grenzen had bereikt.

De dienende overheid
In Engeland spreken ze van een ‘Civil Servant’. To Serve. Dienen.
Bij de Berlijnse HOLZMARKT waren ze tijdens ons recente bezoek helder over wat zij van de Stadt Berlin verwachtten: niets. ‘Wij krijgen alleen maar mitsen en maren van het stadhuis. Gedoe om werkelijke alles. Hulp hoeven we niet te verwachten.’ Het was er uit voor ze er erg in hadden. Immers hun bezoekers waren ambtenaren van de provincie Gelderland. Dat waren ze even vergeten. Excuses vlogen over het terrein aan de Spree. Maar er volgde uit hun gehoor geen tegenspraak.
De overheid wil wel dienen, maar slaagt er steeds minder in. Verstrikt in haar onmetelijke omvang, haar onbegrijpelijke regels, haar gevestigde belangen zoals de eigen baan, haar eigen interne competentiestrijd, de dalende maatschappelijke status, haar onbetrouwbaarheid door steeds veranderend beleid (zoals de tussentijdse naheffing van de belastingdienst voor 5 miljoen Nederlanders).
In toenemende mate moet de overheid daarom de regie overlaten aan haar burgers. De weg naar het stemhokje is te lang, de korte weg is om zelf je omgeving naar je hand zetten. Dat zal niet zonder problemen gaan. Er zullen nog veel lessen moeten worden geleerd. Bij de overheden en de burger.
Er is nog een troost voor de overheid: geen samenleving kan zonder een overheid. Als ze er niet meer was, moesten we haar opnieuw uitvinden. Of zijn we dat nu aan het doen?
De nieuwe overheid stelt haar kennis en ervaring ten dienste van de samenleving. Zij is er om de samenleving actief te ondersteunen om zich in een door de burger gewenste richting te ontwikkelen. Dat zijn veel overheden vergeten.
Deze transitie zal niet zonder slag of stoot gaan. Maar een burger die een dienende overheid wenst, zal haar moeten helpen veranderen of zelf haar opnieuw uitvinden.